Architectuurinterview met Koos Veefkind

Architectuurinterview met Koos Veefkind, CIO van De Nederlandsche Bank (DNB)

Interviewers: Daan Rijsenbrij en Raymond Slot(16 april 2012)

Introductie Koos Veefkind:

Koos Veefkind is sinds juli 2011 CIO van DNB. De architectuur bij DNB was reeds vrij goed neergezet door de zeer ervaren ‘lead architect’ Henrik Jacobsen. Daarvoor was Koos ruim 4 jaar CIO van het CBS, waar hij ook al met architectuur bezig was. Zijn vorming in de IT heeft hij doorlopen gedurende een 16 jarig dienstverband bij Capgemini.

Interviewers:Hoe kijk jij als CIO naar DNB?

Koos: DNB is een heel diverse bedrijf. Wij onderkennen vijf verschillende business domeinen.

Als eerste een bedrijf dat zich bezighoudt met ‘Betalingsverkeer’. Dat is zeer IT intensief en er gelden specifieke eisen voor de beveiliging. Betalingsverkeer kan worden gekarakteriseerd als een transactie verwerkend proces. Er geldt daar een strikte scheiding tussen ontwikkel-, test- en productieomgeving.

Daarnaast hebben wij een ‘Statistiekdomein’. Dat is ook IT intensief, maar heel anders gekarakteriseerd. Bij Statistiek heb je veel meer IT-enabling van de individuele statisticus. De scheiding tussen ontwikkel-, test- en productieomgeving is daar complex omdat er gedurende productie vaak ook nog data manipulaties plaatsvinden.

Dan hebben we een domein ‘Toezicht’. Dat is het toezicht op banken, verzekeraars en pensioeninstellingen. Dat domein heeft als het ware de karakteristiek van een accountantsbureau. Je kunt dan denken aan aspecten als risicomanagement, de kwaliteit van de managementinformatie en goede aanlevering van informatie. Dus weer een heel andere karakteristiek.

Verder hebben wij nog het interne bedrijf, de ondersteunende functies zoals personeel en automatisering. Deze bedrijfsvoering is een redelijk traditionele omgeving.

Als vijfde hebben wij nog een aantal meer wetenschappelijk georiënteerde afdelingen, die wetenschappelijke publicaties verzorgen en manipulaties doen op grote data verzamelingen. Voor dit domein spelen ook weer security uitdagingen omdat men vaak data manipulaties wil uitvoeren op grote bestanden op het open internet (defacto cloud computing). Zij vragen om een heel ander type omgeving.

Dat zijn vijf heel verschillende domeinen, en dan heb ik ook nog Europa. Wij zitten natuurlijk in het stelsel van Europese banken. Daarvoor hebben wij een projectportfolio om met name rondom het betalingsverkeer, de valuta en de hele infrastructuur die eromheen zit, vorm te geven. Dat is een zelfstandig domein met zelfstandige standaarden, waar wij aan moeten voldoen als centrale bank. Deze aspecten hebben vanuit de zijlijn invloed op de manier waarop wij moeten werken.

Interviewers:Is architectuur een issue bij het overleg met andere centrale banken?

Koos: Ja, de standaarden zitten met name in de infrastructuur. Daarbij moet je denken aan welke platform je gaat gebruiken en welke inrichtingsrichtlijnen je hebt rondom de centrale voorzieningen.

Wij maken ook gebruik van Europese applicaties en die hebben koppelpunten met onze eigen applicaties.

Interviewers:Dan hebben jullie wellicht gestandaardiseerde interfaces, zowel op platformniveau als op gegevensniveau.

Koos: Dat klop, hiervoor gelden specifieke richtlijnen uit Europa waar wij ons aan moeten houden. Maar ook procesmatig, bijvoorbeeld voor onze interne operationele processen hebben wij gekozen voor ISO 20000. Die standaard wordt voorgeschreven vanuit Europa.

Interviewers:Jullie architectuur wordt dus aan de ene kant beïnvloed door Europa en aan de andere kant door de banken in Nederland want daar wil je ook makkelijk mee kunnen communiceren.

Koos: Dat is correct. Hiervoor hebben wij ondermeer een portaal waarin de andere banken hun gegevens moeten aanleveren, verder schrijven wij bijvoorbeeld standaards voor.

Interviewers: Jij begon te zeggen dat je heel diverse bedrijfsbehoeften hebt, enerzijds de fabriek anderzijds de vrijheid van de wetenschappelijk onderzoeker. Daar zit natuurlijk een spanningsveld tussen. Architectuur is een instrument om daar een oplossing voor te kiezen. Hoe gebruik je architectuur hiervoor? Wat is de rol van architectuur?

Koos: Een aantal jaren geleden is architectuur geïntroduceerd om de stovepipe benadering te doorbreken, met andere woorden: de evolutie van strikt gescheiden informatie systemen naar systemen waarbij kennis en informatie wordt gedeeld, onderscheiden naar verantwoordelijkheidsniveau.

Indachtig bovenstaande ambitie hebben wij veel moeten steken in het goed in kaart brengen van de domeinen. Dat gaf ons een roadmap voor de transformatie en de veranderportfolio voor de komende jaren. Wat nu aan het ontstaan is, is het inzicht in de verbinding tussen de domeinen: een overall plaatje. De domeinen zijn redelijk los van elkaar en kunnen redelijk los van elkaar functioneren, maar ook weer niet volledig los van elkaar. Bij Toezicht komt dit bij elkaar, want als toezichthouder wil je weten hoe een bank er voor staat. Dat betekent dat je informatie wilt betrekken vanuit het statistiekdomein, maar je wilt ook informatie zien over onderpand en dat zit in je betalingsverkeer. Dus daar verschijnt de overall samenhang boven de horizon.

Tot nu toe hebben wij in onze architectuur aanpak de focus gehad op het in kaart brengen van de verschillende domeinen.  Dat was nodig vanwege de behoefte om te moderniseren. Nu ontstaat er behoefte om architectuur ook meer top-down aan te pakken. Met top-down bedoel ik ook nadenken over: waar staat de bank nu, wat is de dynamiek waarin de bank zich bevindt en wat is het toekomstbeeld voor de bank. De consequentie van het snel en adequaat kunnen inspelen in deze dynamische, hectische wereld is dat je veel proactieve moet zijn, je wilt snel kunnen acteren, weten welke bewegingen er in de markt om je heen zijn en daarop anticiperen. Dus de rol als centrale bank is niet meer de rol ‘Luiken dicht en BV Nederland gaat u maar rustig slapen, wij bedenken wel wat goed voor u is’. Er wordt kritisch naar de bank gekeken. Je moet beter in staat zijn verantwoording af te leggen over waarom je bepaalde dingen hebt gedaan, dat heb je bij de enquêtecommissie gezien. Deze veranderingen vereisen een veel adequatere, meer integrale informatievoorziening, waarbij het niet specifiek om de losse domeinen gaat maar over de domeinen heen.

Interviewers:Betekent dit dat je architectuur in plaats van middel om fouten te herstellen nu veel meer inzet als top-down stuurinstrument?

Koos: Precies, dat is mijn ambitie. Zover zijn wij nog niet, laten wij daar ook heel realistisch in zijn. Mijn ambitie is wel dat architectuur de vertaling kan maken van de doelen van de bank naar IT-doelen en als stuurinstrument kan borgen dat wij deze doelen ook daadwerkelijk gaan realiseren.

Interviewers:Zijn er plaatjes afkomstig van de ECB hoe de bank over vijf jaar zou horen te functioneren? Hoe DNB haar effectiviteit omhoog gaat krijgen.

Koos:Er is niet één Europese plaat. De landen zijn te divers. De beweging die wij bottom-up hebben gedaan, zie je ook op het Europese niveau. Een cruciale vraag is bijvoorbeeld: ‘is toezicht nog wel een nationale aangelegenheid of is dat een centrale aangelegenheid?’. Je hebt natuurlijk het EBA (European Banking Authority), dat impliceert al dat een aantal bewegingen langzaam maar zeker verder zullen gaan.

Interviewers: Is er een andere centrale bank waar jij jaloers op bent, vanuit architectuur oogpunt gezien?

Koos: Ik ken ze niet goed genoeg. Wat ik wel weet is dat wij qua architectuur het meest vooruitstrevend zijn. Je ziet hierbij de omgekeerde route: een aantal zaken die wij hier hebben ontwikkeld zie je nu ook in Europa langzaam maar zeker opkomen.

In Frankrijk bijvoorbeeld hebben ze een vrij grote architectenpopulatie, maar dan is wel de vraag hoe definieer je de functie ‘architect’? Een Franse collega beweerde dat zij 30 architecten hebben rondlopen. Nu is het natuurlijk een veel grotere IT afdeling, maar of dat nu echt 30 architecten zijn van het kaliber zoals wij die bij DNB hebben, vraag ik mij af.

Interviewers:Henrik gaf recentelijk aan dat hij sterk stuurt op een situatie waarbij de business eigenaar wordt van de architectuur en dat de business dus ook daar zelf richting aan moet geven. Hoe kijk jij daar tegen aan? In de markt zie je dat dat vaak een bijzonder moeizaam proces is, omdat IT en business heel ver uit elkaar liggen.

Koos: Ik heb daar twee tegengestelde meningen over.

Aan de ene kant ben ik het helemaal eens met Henrik. Ik zie dat de manier waarop architectuur hier in de bank is geland, echt fantastisch is. De verschillende ‘owners’ van de domeinen op directieniveau vinden zelf ook dat architectuur een onderdeel is van hun eigen verantwoordelijkheid en sturen daar op. Als zij een voorstel opstellen willen zij weten in hoeverre dat architecturaal past binnen het geheel. Een voorbeeld is het domein ‘betalingsverkeer’ met daarbinnen ‘chartaal’. Zij hebben heel professioneel aangegeven: ‘Wat zijn onze doelen, en hoe zijn die gekoppeld aan de veranderportfolio’. Zij kunnen per release zien wat de impact is op de realisatie van de doelen die zij daarmee trachten te bereiken. Architectuur is daarbij een perfect instrument. Bij hen zie je al echt ‘ownership’.

Maar ik heb ook business domeinen waar het veel lastiger ligt, omdat de business nog niet goed begrijpt wat architectuur echt toevoegt. Sommige business managers hebben nog zoiets als: ‘ingewikkeld met die plaatjes en moeilijke verhalen, laten we maar gewoon wat gaan doen!’.

Onze grote uitdaging met architectuur is om op directieniveau het belang van IT en de bijbehorende architectuur voor DNB expliciet te maken.

Interviewers:Dus jouw probleem is om de business waarde van architectuur duidelijk te maken. Hoe doe jij dat?

Koos: De manier om dat uit te leggen is de concrete koppeling met doelen. Maar, dat blijft toch vaak lastig.

Interviewers:Draai het eens om: ‘Wat gebeurt er als je geen architectuur gebruikt?’

Koos: Die vraag ben ik al een paar keer tegen gekomen. Waarom heb ik architectuur nodig? Kunnen wij niet gewoon even een pakketje kopen, dan werkt het toch allemaal wel vanzelf. Dan moet je kunnen uitleggen dat er toch nog een aantal zaken wellicht niet goed gaan, met name rondom de integraliteit, de samenhang en de migraties. Het blijkt echt lastig om op directieniveau de juiste taal te gebruiken. Architectuur lijkt nog steeds ver van hun bed te staan. Mijn ervaring is dat het werkt om met vele concrete voorbeelden te komen: ‘Wat gaat er fout als je het zonder goede architectuur doet. Het kostenaspect is bijvoorbeeld altijd een issue, maar niet het dominante binnen de bank. Het dominante issue bij onze bank is kwaliteit en risico. Onze dienstverlening moet altijd goed en betrouwbaar zijn. Het mag niet fout gaan. En als wij het om die reden misschien iets minder kostenefficiënt doen, dan is dat minder belangrijk.

Interviewers:Belangrijk bij architectuur is dat je moet kunnen blijven bewegen. Je moet er voor waken dat je als onderneming in de dwangbuis van de IT terecht komt. Als ze in Europa zeggen ‘nu naar links’, dan moet je mee kunnen bewegen en niet pas over anderhalf jaar. Dan heb je het niet over ‘mag het iets goedkoper of duurder, maar dan heb je het over méé kunnen veranderen’.

Koos: Adaptiviteit is een belangrijke business waarde, maar die wordt nog niet zo gevoeld. Een kortere time-to-market heb je nodig om in te kunnen spelen op veranderingen in de omgeving. Wat ik hier wel kan uitleggen is verantwoording afleggen, want dat zit in de risicobeheersingshoek.

Het blijkt dat je bij een heleboel strategische doelen IT nodig hebt.

Interviewers:Heeft de wijze waarop de afgelopen jaren binnen DNB met architectuur is omgegaan bijgedragen aan een imagoverandering van IT binnen de business?

Koos: Voor zover ik het kan overzien ‘ja’. De meeste domeineigenaren zien de invloed van IT op hun primaire processen. Zij hebben daardoor ook waardering voor architectuur.

Interviewers:Jij gaf aan dat architectuur nog altijd moeilijk uit te leggen is in de board. Hoe ga je daarmee om? Betekent dit dat je het op een andere manier uitlegt of andere plaatjes maakt?

Koos: Goede vraag! Ik heb daar niet een eenduidige oplossing voor. Ik zorg dat ik iedere dag wel met mijn belangrijkste gebruikers en opdrachtgevers praat, om goed te begrijpen wat hun business vraagstuk is en vervolgens de vertaling te maken naar de IT. Ik ben er van overtuigd dat wij te veel vanuit IT proberen uit te leggen aan de business. Dat is gewoon niet ‘the-way-forward’, dat moet omgedraaid.

Voorbeeld: binnen toezicht hebben wij op een gegeven moment de vraag aan de toezichtdirecteur gesteld: ‘Hoe wil jij dat jouw informatievoorziening er uitziet? Dat is een onhandige vraag! Dat is in feite net zoiets als dat een accountant aan mij vraagt: ‘Hoe vind je dat ik jou moet gaan controleren?’. ‘Hoe vind je dat het accountant vak eruit moet gaan zien?’. Ik heb daar geen verstand van, dat is mijn vak niet. Dat is wat we feitelijk deden. Wij moeten veel meer proberen om in termen van de business te praten. Dus veel beter begrijpen hoe de business in elkaar zit, om uiteindelijk de business in staat stellen de juiste vraag goed te stellen. Wij moeten veel meer aan de kant van de business gaan zitten. Als IT’ers – en daar hebben wij allemaal last van – denken wij veel te snel: ‘Het klopt toch wat wij zeggen, het is logisch, dus dat snapt iemand toch wel die logisch nadenkt. Neen, dat begrijpen zij helemaal niet. Dat ligt niet in hun belevingswereld. Dat is de grote fout die continu wordt gemaakt door IT’ers. Wij moeten aan de business kant naast de business gaan staan en zelf de vertaalslag maken naar onze eigen wereld.

Interviewers:De werkelijke dialoog met topmanagement staat of valt met de kwaliteit van de professionals die je hebt. Zij moeten enerzijds architectuur begrijpen en anderzijds, en dat is misschien nog veel belangrijker, goed met de business overweg kunnen. Zij moeten een vertrouwensband kunnen opbouwen met business managers.

Koos: Architectuur zit op een bepaald niveau binnen de organisatie. Die mensen begrijpen elkaar over het algemeen. Maar het besluitvormende niveau daarboven spreekt niet per definitie dezelfde taal. Toch moeten zij wel architectuur begrijpen en kunnen gebruiken, want uiteindelijk zal het besluitvormende niveau moeten begrijpen waarover zij een besluit neemt.

Zaken waar wij nu mee bezig zijn is bijvoorbeeld ‘wat betekent opdrachtgeverschap?

Interviewers:Opdrachtgevers zijn verantwoordelijk voor de consequenties van hun beslissingen. Je kunt mensen leren om met architectuurplaten te gaan sturen. Hiermee kun je mensen leren om in te zien waar de problemen zitten, welke impact ze hebben en of het grote zaken dan wel bijzaken betreft.

Wat goed is aan de architectuurplaten van de Nederlandsche bank is dat de architectuurplaten gepopulariseerd zijn voor de business manager.

Je hebt als architect pas succes als een business manager bij een grote verandering jou vraagt om even met hem mee te denken.

Koos: Daar heb je gelijk in, maar dat kost nog veel tijd. Wij zijn als IT al jarenlang met dit vak bezig en van een business manager moet je niet verwachten dat hij binnen 2 à 3 weken begrijpt hoe het in elkaar zit. Dat kost tijd.

Net zoals het werken onder architectuur. Dat doen wij nu een aantal jaren, en je ziet dat het nu pas in een aantal domeinen echt vruchten begint af te werpen.

Interviewers:Kun je concrete voorbeelden geven wat dat opgeleverd heeft?

Koos: Bij statistiek zijn wij nu bezig met een volledig vernieuwingsprogramma. Wij hebben architectuur gebruikt om goed in kaart te brengen hoe de transformatie eruit ziet. Welke stappen je moet nemen en welk landschap je daarvoor nodig hebt. Als we dat niet hadden gedaan, dan hadden we waarschijnlijk getracht om alle statistiekapplicaties één-voor-één te vernieuwen.

Voorts zie ik dat wij bij operationele knelpunten met behulp van een architectuurplaat principiële keuzes kunnen afdwingen. Architectuur is een vorm van risicomanagement, het helpt je om keuzes te structureren, het geeft een lange-termijn perspectief.

Waar het om gaat is dat wij veel te snel de implementatie fase ingaan. Wij denken veel te snel dat wij weten wat wij willen. Het grote risico is dat er snel een pakket wordt gekocht in de verwachting dat dit alle problemen oplost.

Ik heb hier voorbeelden gezien waarbij ze binnen twee dagen het pakket draaiend hadden, maar het pakket was van binnen een drama. Het werkte gewoon niet goed.

Bij de moderne tools zie je dat alleen maar erger worden. Die zien er aan de buitenkant flitsend uit, maar onder de motorkap is het inefficiënt. Wij hebben hier als standaard architectuuradvies: buy-before-make, wat ik op zichzelf ook onderschrijf. Maar soms is het maar de vraag of het wel zoveel beter en efficiënter is.

Interviewers:Staan de domeinarchitecten hiërarchisch onder jou?

Koos: Ja. Overigens, als je over business eigenaarschap van de architectuur praat, moet je misschien uiteindelijk wel beslissen om hen bij het business domein neer te zetten.

Interviewers:En dan zet je centraal de kaders uit en voer je centraal de controle. Dus enterprise architecten in het CIO-Office?

Koos: Ja, zeker voor wat betreft de entreprise aangelegenheden. Ik vind echter dat een deel van de architectenpopulatie langzaam maar zeker ook naar de business toe moet om aan de business kant betere vragen te kunnen formuleren.

Interviewers:Waar zou jij over een jaar of 2 à 3 willen staan met architectuur?

Koos: Als uitgangspunt wil ik een veel betere, meer professionele demand-supply organisatie. Een demand-organisatie die veel beter in staat is om te formuleren wat zij willen. Een supply-organisatie die veel beter in staat is om te leveren.

Architectuur vervult op bankbreed niveau de rol om het perspectief neer te zetten en een koers uit te zetten. Architectuur vervult een rol om daar waar nodig te toetsen en daar waar nodig bij te sturen. Dat is één.

Ten tweede wil ik dat architectuur een rol kan vervullen bij innovatievraagstukken.

Ten derde wil ik dat architectuur een belangrijke rol gaat spelen bij het structureel neerzetten van informatiebeveiliging.

Interviewers:Bedoel je dat architecten met innovatieve ideeën komen?

Koos: Natuurlijk komen architecten met innovatieve ideeën, het is echter niet zo dat ik per definitie van architectuur verwacht dat zij hiermee.

Interviewers:Of verwacht je dat de architect voor de juiste adaptiviteit en het aanpassingsvermogen zorgt om nieuwe ideeën te kunnen implementeren?

Koos: Architecten dienen er voor te zorgen dat er ruimte is om innovaties aan te brengen. Voorts moeten zij met innovatieve ideeën een meer aantrekkelijke doel architectuur kunnen formuleren.

Interviewers:Waaraan erger jij je bij architecten?

Koos: Ik heb geen specifieke punten waar ik me aan erger, ik vind de kracht van architecten in het algemeen dat ze modelmatig en conceptueel sterk zijn. De wereld is alleen niet altijd een model en laat zich niet altijd modelleren, daar moet men zich goed van bewust zijn. Een goede architect realiseert zich dit en is daardoor in staat de brug te slaan tussen het ideaalplaatje en de belevingswereld van zijn of haar  opdrachtgever.

Opmerking

Je moet lid zijn van Via Nova Architectura om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Via Nova Architectura

Sponsoren

Sessies

15-02: GIA sessie over digitale transformatiespel meer...

19-03: NAF Insight met Jeanne Ross meer...

Advertenties

Je kunt hier adverteren

© 2018   Gemaakt door Stichting Digital Architecture.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden