Architectuurinterview met Lourens Visser CIO van de Haven van Rotterdam

Interviewers: Daan Rijsenbrij en Raymond Slot, 17 december 2012

Introductie

Lourens Visser is pas twee jaar CIO van de Haven van Rotterdam. Daarvoor werkte hij in de IT industrie: IBM, Accenture en Logica. Eigenlijk hoofdzakelijk in de outsourcing: infrastructuur outsourcing en applicatie outsourcing.

Bij die vorige werkgevers was architectuur natuurlijk de gewoonste zaak van de wereld. De Haven van Rotterdam is een relatief klein bedrijf zodat architectuur daar nog in de kinderschoenen staat.

Interviewers: Wat voor soort architecten heeft de Haven van Rotterdam?

Lourens Visser: Er zijn eigenlijk alleen IT-architecten: applicatie en infrastructuur. Op enterprise niveau hebben wij een functionaris die zich vooral vanuit een beleidsmatige invalshoek met architectuur bezig houdt.

Eigenlijk was hier alles organisch gegroeid. Mensen die architect genoemd werden hielden zich vooral bezig met solutioning en reviewen van solutions van leveranciers.

Wij hebben onze hele IT in feite geoutsourced, dus zijn niets anders dan een regie-organisatie. Wij doen wat architectuur aan de voorkant, tijdens de begeleiding van de projecten en bij het beheer.

Bij de beleidskant zijn wij bezig vergezichten te ontwikkelen over een visie op de haven en een daarbij behorende IT strategie.

Om te bepalen waar wij staan met onze IT-architectuur hebben wij een maturity assesment uitgevoerd.

Interviewers: Een soort nulmeeting?

Lourens Visser: Ja. een nulmeeting op meerdere vlakken. Niet specifiek alleen voor de architectuurfunctie, maar eigenlijk op alle vlakken: beleidsvorming, contractmanagement, projectmanagement, servicemanagement en het fungeren als partner van de business.

Wij kwamen uit op een 2 op een schaal van 1 tot 5 (Gartner Maturity Level). Wij streven uiteindelijk naar een 3, hetgeen hoog genoeg is voor een bedrijf als het onze. Dat geldt ook voor de architectuurfunctie.

Wij zijn begonnen met IT principes te formuleren, zoals ‘pas toe of leg uit’ als het gaat om standaarden en richtlijnen.

Ons applicatielandschap is heel divers, maar niet supergroot (ongeveer 320 applicaties). Wij hebben een groot SAP-landschap en een aantal echte niche applicaties die voor een haven belangrijk zijn. Dat is bijvoorbeeld voor het meten van de stroom of de dieptes, en natuurlijk het ‘havenmeester managementinformatiesysteem’, een meldingen- en administratiesysteem om schepen en scheepvaart te begeleiden en om om te gaan met gevaarlijke stoffen en inspecties. Die niche applicaties zijn onze onderscheidende core business applicaties als havenbedrijf.

Interviewers: Wat verwacht je van je eigen architecten?

Lourens Visser: Ik verwacht dat ze een onderbouwde mening hebben. Ik verwacht dat zij, ook ongevraagd, advies geven. Zij moeten ruggengraat tonen, maar ook hun nek durven uitsteken.

Zij vormen niet alleen het technische geweten, maar spelen ook de rol van kritische observator.

Wij hebben bij elkaar iets van 26 afdelingen, waarvan vele zeer kennis-intensief. Daar zitten professionals die zelf al vaak de oplossingen poneren, in plaats van een duidelijke formulering van de probleemstelling. Ik verwacht van mijn architecten dat ze dan controleren of die oplossingen wel voldoen aan de referentiearchitectuur en aan de strategische uitgangspunten. Eigenlijk vind ik dat mijn architecten reeds in de beginfase zouden moeten worden betrokken.

Interviewers: Worden jouw architecten betrokken bij de strategieontwikkeling over de richting waar je als havenbedrijf naartoe wilt?

Lourens Visser: Nog niet op businessniveau. Wij rapporteren binnen de financiële kolom.

Dat meedenken is wel belangrijk, zeker als soortgelijke problemen reeds bij andere organisaties zijn opgelost.

Interviewers: Welke generieke zaken zijn er bij de Haven van Rotterdam die je ook bij andere bedrijven vindt? Lijkt de Haven van Rotterdam conceptueel bijvoorbeeld op Schiphol?

Lourens Visser: Wat onze functie betreft lijken wij op heel veel gebieden op Schiphol. Een belangrijk verschil is echter dat wij natuurlijk geen consumenten hebben als klant. Wij opereren uitsluitend in een business to business omgeving. Wat dat betreft lijkt Schiphol meer op ProRail en de NS wat hun publieke functie betreft.

De core functie van een havenbedrijf is regievoerder. Wij voeren regie over een enorm gebied en een grote diversiteit aan bedrijvigheid. Daarin lijken we weer wel op Schiphol.

Interviewers: Welke consequenties heeft de unieke positie van het havenbedrijf voor de IT en voor de architectuur die daar achter ligt?

Lourens Visser: Ons ‘haven managementinformatiesysteem’ is vrij uniek. Wij hebben uitgebreid rond gekeken wat er op de markt is, maar hebben toch besloten dit zelf te ontwikkelen.

Interviewers: Hebben ze niet een dergelijk systeem in Singapore of Hong Kong?

Lourens Visser: Het verschil ligt in de manier waarop een haven wordt gemanaged. Wij hebben gekozen voor wat men noemt het ‘Landlord-model’, dat is de regievoerder, waarbij wij vooral faciliteren om bedrijven hun eigen activiteiten te laten doen. Voorts leggen wij een tweede Maasvlakte aan en investeren in de infrastructuur. Maar je ziet ook dat een private partij een miljard gaat investeren om een container terminal aan te leggen. Dergelijke investeringen doen wij niet. De havens in het verre oosten bieden echter wel een full-service concept. Wij faciliteren alleen. Bijvoorbeeld op het gebied van het verkrijgen van de juiste vergunningen.

In Antwerpen hebben ze zelfs nog een eigen sleepdienst. Terwijl dat bij ons wordt gedaan door bedrijven als Smit en Kotug. Het enige dat heel dicht tegen ons aan zit is het Loodswezen. Dat is ook verzelfstandigd, maar dat is zo’n belangrijke waarde in onze nautische keten dat wij daar expliciet rekening mee houden.

Wet en regelgeving is heel bepalend voor wat een havenmeester nodig heeft aan informatie en IT-dienstverlening. Dat bepaalt ook waarover hij moet rapporteren.

Interviewers: Wat is de belangrijkste strategie van de Haven van Rotterdam?

Lourens Visser: Wij willen een haven van wereldklasse zijn. Onze grootste concurrenten in de omgeving zijn de havens van Hamburg en Antwerpen. Wij moeten dus zorgen dat onze diensten aantrekkelijker zijn dan daar om duidelijk onderscheidend te zijn. De ‘Rotterdam home base showcase’: efficiënte, moderne en veilige afhandeling. Daarvoor is nogal wat geavanceerde IT-enabling vereist.

Daarnaast is bereikbaarheid aan de landkant ook erg belangrijk: bijvoorbeeld Keyrail, de Betuwelijn en de Ruit van Rotterdam.

Interviewers: Als architect krijg ik de indruk dat jullie waarschijnlijk heel veel registratieve systemen hebben om het functioneren van het havenbedrijf te ondersteunen en om allerlei informatiediensten te leveren aan derden.

Lourens Visser: Ons belangrijkste aandachtspunt is de dagelijkse operatie. Wat voor Schiphol de verkeersleiding doet, doen wij hier voor de schepen. Dat heeft weliswaar een totaal andere dynamiek, maar is net zo informatie-intensief. Schepen moeten veel informatie aanleveren omtrent hun lading, en daarnaast informatie voor een verantwoorde begeleiding naar hun ligplaats of naar zee.

Interviewers: De belangrijkste business in de haven wordt uitgevoerd door bedrijven als ECT.

Lourens Visser: Zij verrichten de hele afhandeling van de containers, maar wij rapporteren wel weer over die containers. Daar gebruiken wij Portbase voor. Dat is zeg maar een port community systeem waarvan wij samen met de haven van Amsterdam eigenaar zijn. Allerlei commerciële partijen kunnen ook via dit port community systeem gegevens uitwisselen, zelfs de commercieel gevoelige gegevens in de logistieke keten.

Interviewers: Ik hoor nogal wat ketens waarin jullie een cruciale rol spelen. Voor soepel verlopende ketens is nogal wat architectureel overleg nodig.

Zitten de architecten van de belangrijke spelers in die ketens regelmatig om de tafel om te spreken over standaarden?

Lourens Visser: Eigenlijk gebeurt dat op een pragmatische wijze. Dat wordt nog niet architectureel behandeld.

Interviewers: Hoe staat het dan met de standaarden om de ketens flexibel in elkaar te zetten?

Lourens Visser: Ons applicatielandschap heeft heel veel horizontale koppelingen, dat is historisch zo gegroeid. Je klikt op een koppeling en je weet precies wat je krijgt en wat je moet aanleveren. Toch willen wij naar meer standaarden. Dat wordt voor mij de toegevoegde waarde van een architectuur op beleidsniveau. Maar ook over security moeten we architecturele keuzes maken.

De douane is een van de grootste afnemers van het community systeem. Zij schrijven standaarden voor over data-formaten die wereldwijd overal het zelfde zijn.

Interviewers: Vergelijken jullie je met andersoortige bedrijven?

Lourens Visser: Zoals reeds gezegd vergelijken wij ons al met havens als Singapore en Sjanghai. Mijn vraag is dan altijd geef ik te veel of te weinig uit aan IT en de bijbehorende architectuur. Daarover kijken wij ook in de rapporten van Gartner.

Laatst was ik met de CIO van ANWB in gesprek. Dat is ook een organisatie met een zeer diverse dienstenportefeuille: autohulp, verzekeraar, reisbureau en (web)winkelier.

Aan de andere kant hebben wij de kenmerken van een soort nutsbedrijf, zoiets als Tennet of ProRail. Wij hebben ongelofelijk veel assets in de haven, dus ruimtelijke informatie is voor ons van essentieel belang. Dat gaat over kades, over wegen, over groenstroken en over terreinen. Terreinen die je nog kunt uitgeven en terreinen die al belegd zijn. Onze twee grootste inkomstenbronnen zijn namelijk zeehavengeld en de verhuur van die terreinen.

Daarnaast hebben wij ook kenmerken van een dienstverlener. Wij hebben heel veel expertise die wij ook inzetten voor onze klanten, bijvoorbeeld op gebied van ruimtelijke ontwikkeling en milieu

Interviewers: Hebben jullie ook de centrale regiefunctie in de haven? Ik bedoel in de haven zijn er allerlei ketens waarvoor een coördinator nodig is.

Lourens Visser: Wij hebben feitelijk nog geen officiële rol in die regievoering. Dat is zondermeer een punt dat aandacht verdient.

Laten wij nu eerst eens zorgen dat wij binnen onze ‘circles of influence’ de zaken op orde krijgen.

Een van de zaken waar ik ook met Hans Nijman, de CIO van de gemeente Rotterdam, over heb gesproken, betreft het meer openstellen van data. Gegevens die niet kritisch zijn op het gebied van veiligheid of gevaarlijke stoffen moet je gewoon publiekelijk beschikbaar stellen, vind ik. En laat dan partijen in de haven of voortvarende studenten van de Erasmus Universiteit daar slimme dingen mee doen waardoor de logistieke keten versneld wordt.

Interviewers: Architectuur moet niet verder gaan dan dat je business op dat moment aankan, want dat is zonde van de centen. Wat is de businesswaarde van architectuur?

Lourens Visser: Vooral de waarde die je toevoegt, dus geen blokkerende factor.

Architectuur dient bij ons ook als opvoedfunctie voor onszelf, maar ook naar de business toe. Wij willen graag dat architectuur kan werken als een soort technologisch geweten van het havenbedrijf.

Interviewers: Hoe verkoop je architectuur richting de business?

Lourens Visser: Het meest belangrijke argument is ‘cost control’, dus dat je meer voorspelbaar met de kosten kunt omgaan.

Interviewers: Hoe ga je met je applicatielandschap om?

Lourens Visser: Regel één: Als er een nieuwe applicatie bijkomt, gaat er ook eentje uit.

Maar wij willen ook actief echt minderen in het aantal applicaties, om zodoende het kostenniveau te verlagen.

Voor de rest outsourcen wij erg veel. Wij zijn bezig met een sourcingstrategie, waarbij wij ons applicatielandschap en ook de verkaveling daarvan anders gaan inrichten.

Ons beleid: wij doen eigenlijk niets meer zelf, daar zijn wij te klein voor. Wat wij nog wel zelf doen is de ontwikkeling van het havenmanagementinformatiesysteem. Ik denk een terechte keuze, want dat is zo uniek.

Interviewers: Bij outsourcen is architectuur een cruciaal managementinstrument.

Lourens Visser: ‘Sourcing onder architectuur’, zo ver waren wij nog niet. Wij kijken vooral nog hoe wij de sourcingskavels gaan afbakenen. En vervolgens vragen wij ons af wat wij gaan realiseren met commodity en welke onderwerpen voor ons echt onderscheidend zijn, met name het nautische domein dus.

Interviewers: Als ik CIO was, zou ik bij outsourcing extra opletten dat het back office van mijn toekomstige provider niet een blok aan mijn been wordt bij noodzakelijke businessveranderingen. Ik zou een expliciete scan op het adaptief vermogen willen doen op dat back office van die provider.

Lourens Visser: Dat is een hele goeie.

In het algemeen zie je toch wel de tendens dat het begrip ‘one stop shopping’ is verlaten. Je wilt het liefst in een multi-vendor situatie zitten met een goede samenwerking tussen alle vendors. ABN Amro vind ik wel een goed voorbeeld. Die hebben een aantal ‘collaborative KPI’s’ gedefinieerd waar al die vendors een handtekening onder hebben gezet. Dat is, denk ik, de toekomst.

Architectuur moet een plek krijgen in zo’n multi-vendor constructie: toekomstvastheid en flexibiliteit.

Interviewers: In SLA’s doe je architecturale uitspraken over ontkoppeling, toekomstvastheid en complexiteitsreductie. De juiste verkaveling is cruciaal bij outsourcing.

Lourens Visser: Ik wil ook toetsen bij verschillende leveranciers of zij onze kavels herkennen.

Interviewers: Hoe zou je de architectuurfunctie willen definiëren?

Lourens Visser: Ik denk niet zo zeer in de politieagentfunctie, maar meer in het schetsen van vergezichten. Waarbij ik wel duidelijk wil zien welke ‘stepping stones’ er zijn.

Interviewers: Hoe verkoop je de noodzaak van architectuur? Met principes, met plaatjes of met filmpjes?

Lourens Visser: Vooral plaatjes werken het sterkst. Wij hebben al onze applicaties geplot op een processenlandschap, dat biedt overzicht.

Interviewers: Kan je architectuur de deur uit doen?

Lourens Visser: Ik denk dat je architectuur nooit de deur uit zou moeten willen doen. Sterker nog, wij als regieorganisatie willen zelf de regie houden en daar hoort architectuur bij.

Welke keuzes je wilt maken, moet je echt in huis houden. Je kunt misschien wel losse architecten inhuren.

Ik wil wel dat de leverancier tekent dat hij onze architectuur kan realiseren. Ik merk dat dat bij sommige leveranciers best lastig is omdat hun eigen architectuurfunctie eigenlijk nog onvoldoende is ontwikkeld.

Interviewers: Horen jullie ook te zijner tijd NORA compliant te worden?

Lourens Visser: Dat is een interessante vraag want wij zijn eigenlijk op heel veel gebieden helemaal niet bezig met compliancy. Wij zijn geen bank, noch een IT-bedrijf. Ik ben allang blij als we een paar stappen in onze maturity kunnen maken. Ik zit nog lang niet wachten op certificering. Wellicht in een volgende fase.

Interviewers: Waar wil je over drie jaar staan?

Lourens Visser: Wat ik in elk geval dan bewerkstelligd heb, is een volwassen regieproces tegenover onze leveranciers.

Tegen die tijd hebben wij een geoutsourced applicatielandschap dat hopelijk minder onderhoud kost, minder aandacht vraagt, minder geld kost in de exploitatie en past bij onze behoefte. Outsourcing blijft bij ons nummer een, wij zullen nooit een IT bedrijf worden.

Tegen die tijd houden wij ons hopelijk voornamelijk bezig met businessprocessen, niet alleen met het verbeteren van de business maar misschien ook met nieuwe verdienmodellen.

Ik hoop dat wij dan een ‘process improvement center’ hebben geïnstalleerd voor innovaties.

Verder voorzie ik hele grote ontwikkelingen op het gebied van havenplanning en logistieke planning.

Tenslotte besef ik dat voor het aantrekken van nieuwe klanten, het belangrijk is onze stakeholders beter te informeren door bijvoorbeeld een betere presentie op het web.

 

Sponsoren

Sessies

15-02: GIA sessie over digitale transformatiespel meer...

19-03: NAF Insight met Jeanne Ross meer...

Advertenties

Je kunt hier adverteren

© 2018   Gemaakt door Stichting Digital Architecture.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden