De Algemene Rekenkamer doorgrondt nog steeds niet het belang van architecten

Daan Rijsenbrij, vrijdag 27 juni 2008

Commentaar op het tweede rapport van de Algemene Rekenkamer, aangeboden aan de Tweede Kamer op 25 juni 2008

Problemen met grootschalige IT-projecten zijn niet het alleenrecht van de publieke sector. Maar wat het in de publieke sector verergert, is de bedrijfscultuur ten aanzien van automatisering en de inzet van IT in het algemeen. Polderen kan nuttig zijn, maar niet in het wilde weg. Zonder architectuurplaten die overzicht en inzicht bieden aan de bestuurders, ontaardt polderen in een richtingloze exercitie, zeker in de IT! Het wordt de hoogste tijd dat de publieke sector haar basisattitude ten aanzien van IT grondig wijzigt. Ik voer daarom al jaren een pleidooi voor nuchterheid en zakelijkheid.

Onder nuchterheid versta ik beslissen en managen op basis van cijfers en niet op basis van hoop. Meer concreet: waarheidsgetrouwe voortgangsrapportages, realistische risicobeheersing, een strikt auditingschema en het sturen op basis van een praktische business case. Kortom, laten we eens ophouden met fröbelen. Met zakelijkheid beoog ik dat het daadwerkelijk iets moet opleveren anders moet je er niet aan beginnen of het niet willen doorzetten. Dat laatste is een groot probleem. Ik zie veel IT-projecten bij de overheid die allang niets meer kunnen worden, maar waar niemand de stekker uit durft te trekken. Gouden regel bij projectmanagement: er wordt nergens zoveel geld mee verdiend, als door een mislukkend project snel te stoppen. Zakelijkheid zou ik willen terugzien in het opdrachtgeverschap, in een voor business managers begrijpbare architectuur, in het feit dat de opdrachtgever een architect in de arm neemt om zijn relatie met de aannemer te managen, en in de aansturing van externe aannemers (softwarehuizen, consultancybureaus).

Naast nuchterheid en zakelijkheid, vind ik het absoluut noodzakelijk dat er een Digitale Rijksbouwmeester wordt aangesteld om de overall architectuur te ontwerpen en te bewaken en over de verschillende ketens te kunnen meekijken. Voorts dient de overheid tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer een onafhankelijke architect neer te zetten. Een architect die borgt dat er een goede en maakbare architectuur wordt geformuleerd. De directe confrontatie tussen opdrachtgever en bouwers is mede oorzaak geweest van falende IT-projecten bij de overheid. Als je tussen de regels doorleest in deel A van het rapport van de Algemene Rekenkamer kan je een dergelijke gewenste functiescheiding ook al vinden. Daarom vind ik het zeer vreemd dat het ICT~Office (de belangenvereniging van de bouwers in de IT sector) op schoot zit bij de overheid. Het lijkt wel alsof zij allerlei goedbedoelde adviezen bij de overheidsbeslissers influistert, zaken die dat ICT~Office eigenlijk van haar eigen leden zoud moeten eisen. Waarom doet ICT~Office dat niet richting haar leden? Waarom speelt zij dat via de klant (in casu de overheid)?

De Algemene Rekenkamer concludeerde in deel A (29 november 2007) van haar onderzoek naar de belangrijkste achterliggende oorzaken van problemen met IT-projecten bij de rijksoverheid, dat die IT-projecten vaak te ambitieus en te complex zijn. Volgens mij is er niets mis met ambitie en kan complexiteit met de juiste architectuur worden afgehandeld. Ik wil echter wel nadrukkelijk onderstrepen dat de ware oorzaak ligt in de bedrijfscultuur in de publieke sector. Zoals hierboven genoemd, mis ik vaak de nuchterheid en de zakelijkheid aangaande IT. Dat zijn de twee echte boosdoeners die zorgen voor te weinig grip op die overheids-ITprojecten.

In deel B (25 juni 2008) hadden wij gehoopt dat de Algemene Rekenkamer wat concreter zou worden. Hiertoe heeft zij een nadere studie gemaakt van vijf IT-projecten: NVIS, C2000, Walvis, Sub en Toeslagen. Ik had als resultaat van deze onderzoeken graag een concrete opsomming willen zien van de geconstateerde feiten, de bevindingen van de Algemene Rekenkamer, haar conclusies en haar aanbevelingen. Dit is niet duidelijk genoeg te vinden in de beide rapporten, noch de maatregelen om de nuchterheid en zakelijkheid bij de overheid ten aanzien van IT te herstellen.

Rapport B lijkt nu meer een verzameling van goedbedoelde theorieën uit allerlei tekstboeken in plaats van een praktische aanbeveling hoe de overheid professioneler met IT dient om te gaan. Jammer genoeg classificeert de Algemene Rekenkamer haar laatste rapport slechts als een voorlopige publicatie, omdat de minister van BZK zich vooralsnog beperkt heeft tot een procedurele reactie. Dat is enigszins teleurstellend gezien de ernst van de problematiek van de IT-projecten bij de overheid. Volgens mij wijst dit op een gemis aan de sense-of-urgency bij BZK.

Terecht merkt de Algemene Rekenkamer op dat de business de opdrachtgever dient te zijn van een IT-project. De business moet allereerst een beeld laten ontwikkelen over hoe de informatievoorziening eruit moet komen te zien. Door gebrek aan dergelijke beelden is het topmanagement bij de overheid vaak niet in staat de impact van de voorgestelde verandering te overzien. De Algemene Rekenkamer heeft jammer genoeg verzuimd op te merken dat de opdrachtgever een architect nodig heeft om voor haar dat beeld te ontwikkelen. Dit feit is recentelijk al wel onderkend bij de Belastingdienst door de oprichting van ICTRA (ICT Regie en Architectuur).

De Algemene Rekenkamer acht het niet wenselijk dat er één sterke functionaris (een soort overall CIO) voor alle IT-projecten van de rijksoverheid wordt aangesteld. Dat is een goed punt. Want als de Digitale Rijksbouwmeester de kaders aangeeft, kunnen de CIO’s van de ministeries en uitvoeringsorganisaties daarbinnen hun verantwoordelijkheid nemen. De verwachting van de Algemene Rekenkamer dat door de aanstelling van een centrale CIO er meer afstand ontstaat tussen departement en uitvoeringsorganisatie met het risico op ‘technology-fix’-denken, klinkt zeer aannemelijk.

Terecht merkt de Algemene Rekenkamer op dat het besturen van projecten over de grenzen van organisaties heen een complex en nog vrij onontgonnen terrein is. Ook hier heet het stuurinstrument daarvoor weer architectuur. De overheid heeft een Digitale Rijksbouwmeester nodig en een overall architectuur, waarvoor NORA de aanzet zou kunnen worden.

In de Automatisering Gids van 27 juni 2008 op pagina 7, vraagt Rolf Zaal aan Saskia Stuiveling (voorzitter van de Algemene Rekenkamer): “Is er geen noodzaak om ook over de departementen heen coördinatie en architectuur te waarborgen?”. Saskia antwoordt: “We denken niet dat één overkoepelende ‘Rijks IT-bouwmeester’ in Nederland zal werken” en “De zorg voor de architectuur ligt voor een deel al besloten in de eisen ten aanzien van de business case”. Hieruit merk ik op dat mevrouw Stuiveling een totaal verkeerd beeld heeft van architecten. Alleen al door het gebruik van het voorvoegsel ‘IT’ voor Rijksbouwmeester, suggereert zij ten onrechte dat deze functionaris zich beperkt tot de infrastructuur en het applicatielandschap. De tweede zin over de borging van architectuur in de business case begrijp ik nog minder, immers architectuur gaat de business case vooraf.

Voor een verdere becommentariëring van het rapport van de Algemene Rekenkamer wordt verwezen naar: http://www.computable.nl/artikel/ict_topics/overheid/2622054/1277202/wat-heeft-de-rekenkamer-zitten-doen.html

Opmerking

Je moet lid zijn van Via Nova Architectura om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Via Nova Architectura

Sponsoren

Sessies

15/16-11: Landelijk Architectuur Congres meer...

Advertenties

Je kunt hier adverteren

© 2018   Gemaakt door Stichting Digital Architecture.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden