Evolutie van het Web

Michael Widjaja, woensdag, 05 augustus 2009

De basistrends van het web van vandaag en morgen

Het web is de laatste jaren in rap tempo geëvolueerd van een information-only media naar een verrijkt en dynamisch internet zoals we het vandaag kennen. Het web van vandaag is te beschrijven op basis van drie kenmerkende trends, namelijk als collaboratief en participatief platform, verrijkte gebruikerstoegankelijkheid en gestandaardiseerde integratie. Deze ontwikkelingen geven ook een beeld waar de toekomst van het web naar toe beweegt.

Introductie

Het web heeft zich over de laatste jaren in rap tempo geëvolueerd van een information-only media naar een verrijkt en dynamisch internet zoals we het vandaag kennen. Er is geen algemene definitie te geven voor het web van vandaag. Termen zoals web 2.0 en 3.0 worden gebruikt om bepaalde trends en kenmerken te beschrijven, maar daar is geen formeel standpunt van te vinden. De term 2.0 en 3.0 suggereren dat het gaat om een soort technische upgrade van het information-only web 1.0, maar veel belangrijker is dat het ook een nieuwe manier is hoe gebruikers en ontwikkelaars het web gebruiken.

Over het algemeen is het nieuwe web te beschrijven op basis van drie kenmerkende trends, namelijk:

  1. Web als collaboratief en participatief platform ook bekend als het sociale web

  2. Bredere gebruikersondersteuning en toegankelijkheid

  3. Integratie standaardisatie


Figuur 1 Het web vanuit drie perspectieven

Deze drie kenmerkende trends vormen de basis van de internetontwikkelingen van vandaag en de nabije toekomst en worden in nader detail verder hier beschreven. Ook brengen deze trends duidelijkheid in de toekomst van het web en de verdere ontwikkelingen die we kunnen verwachten.

Collaboratieve and participatieve platform

Het eerste basiskenmerk is waarschijnlijk ook het meest bekende aspect van het nieuwe web, namelijk het collaboratieve and participatieve aspect. Dit gaat over het delen, creëren en beïnvloeden van kennis van gebruikersgroepen en communities. Deze sociale applicaties hebben hun waardering te danken aan de publieke successen op het internet zoals wikipedia, facebook, flickr, twitter etc.

De meest bekende web 2.0 applicatie categorieën zijn:

  • Crowdsourcing

  • Folksonomies

  • Sociale netwerken

  • Blogs en Webfeeds

  • Search en Discovery

Crowdsourcing biedt de mogelijkheid om nieuwe kennis te creëren en problemen aan grote groepen mensen voor te leggen. Het succes van crowdsourcing ligt niet zozeer in het feit dat mensen vrij kennis kunnen delen op een website als de voorloper van Wikipedia dat goed laat illustreren. Nupedia.com was namelijk de eerste poging om een on-line encyclopedie op te zetten. Mensen konden artikelen aangeven die na reviews gepubliceerd werden, maar de toestroom van artikelen bleef na een initieel goed begin uit. Er waren verschillende redenen, maar het was voornamelijk vanwege het stugge en uiterst moeizame reviewproces dat ondervonden werd. De opvolger Wikipedia steunt op sociale controle en haar populariteit illustreert het belang van deze succesfactor.

Het opzetten van een netwerk is tijdsrovend en arbeidsintensief. In het geval van Wikipedia werd er weinig rekening gehouden met de subjectiviteit van de schrijvers. Lezers gaan er vanuit dat de informatie objectief van aard is, maar dat is in veel gevallen nog maar de vraag. Ook is het de vraag hoe democratisch de “crowd” eigenlijk is. Uit onderzoek blijkt dat slechts een klein deel (13%) bijdraagt aan de daadwerkelijke creatie van de oplossing. Er zijn ook een aantal andere voorwaarden om crowdsourcing effectief toe te passen zoals een “easy to use” platform of tool en de waardering om deelnemers te stimuleren creatief te zijn. Crowdsourcing is gezien de voorwaarden daarom dan ook één van de meest uitdagende aspecten van het web 2.0 fenomeen. Mits goed uitgevoerd, kan tegen lage kosten, waardevolle oplossingen gegenereerd worden.

Folksonomies (Folk & Taxonomy) stelt gebruikers in staat indexwoorden te creëren en te gebruiken voor het taggen van informatie. De meest voorkomende implementatie van folksonomies is die waarbij een gebruiker een website specifieke inhoud, bookmarks of personen voorziet van zogenaamde metatags. Dit stelt andere gebruikers in staat om aan de hand van de tags informatie te vinden gerelateerd aan een bepaald onderwerp. Het web krijgt hierdoor een extra betekenislaag die bepaald en beïnvloed wordt door zijn gebruikers.

Er zijn verschillende vormen van sociale netwerken nu publiekelijk operationeel. De eerste sociale netwerken richtten zich voornamelijk op persoonlijke interesses en hobby’s. On-line communities bouwden zich snel op over de hele wereld zonder geografische belemmeringen. De tweede stroom van sociale netwerken is delen van professionele achtergronden zoals LinkedIn. Laatste trend is dat men nu ook transactionele informatie gaat delen, beter bekend als social marketing en social shopping. Nieuwe marktmodellen komen hiermee op de markt en kan gezien worden ook als een nieuwe vorm van latent adverteren en sociale vormen van winkelen.

Er zijn natuurlijk verschillende andere vormen waar Web 2.0 als collaboratief en participatief platform werkt, zoals blogs, microblogs (twitter), videologs (vlogs) en webfeeds (RSS, Atom). Ook in de search engines poppen nieuwe concepten op. Naast Google komen zoekmachines op de markt, zoals Wolframalpha.com die antwoorden genereert op basis van historische en wetenschappelijke formules en kennis.

Gebruikerstoegankelijkheid

Het tweede basiskenmerk is de bredere mogelijkheden van gebruikerstoegankelijkheid van het web.

De convergentie van platformen en technologieën ondersteunen de multi-channel toegankelijkheid aan gebruikers. Van internettoegang van de PC is het zeer snel doorgegroeid naar mobiele telefoons, PDA’s, gaming consoles, automatische bedieningsconsoles (bank, autoverhuur, vliegveld etc) en zelfs huis-tuin-keuken apparaten zoals zelfs radio’s en koelkasten. Internet of Things is de volgende slag waarbij alle elektronische apparaten op het Internet met elkaar verbonden gaan worden. Dit zal nog wel enige tijd duren, maar tot op dit moment is de gebruikerstoegankelijkheid al sterk vergroot door zonder PC afhankelijkheid toch internet toegang te hebben.

Aan de andere kant is het Internet tot op de dag van vandaag nog steeds erg tekst gebaseerd. Zelfs al kan men illustraties en foto’s op het Internet vinden, deze moeten vaak nog gevonden worden met metatags en door het zoeken op termen en begrippen. De volgende generatie van web laat zich meer bedienen door juist niet-tekst gebaseerde gebruikersinput. Midomi.com is een voorbeeld waar men door het zingen (en zelfs neuriën) een bepaald liedje kunt vinden en daarmee geleid wordt naar het kopen van de specifieke CD. Met Semapedia.org kan men een Wiki artikel refereren in een uitgeprinte 2D barcode die men op objecten kan plakken. De barcodes kunnen door mobiele telefoonsoftware herkend worden en leiden je naar het referentieartikel. Camera gebaseerde telefoons kunnen objecten herkennen en herleiding maken naar de achtergronden van het object waar vervolgens weer transacties gedaan kunnen worden. Zo is er in het Accenture Technology Labs een prototype gebouwd waar een cameratelefoon objecten in een supermarkt herkent, bekijkt of dat past bij de gebruikerswensen en ook suggereert waar dat product goedkoper gekocht kan worden op basis van de GPS positie. De niet-tekst gebaseerde gebruikersinput zal de drempel van het gebruik van web 2.0 applicaties sterk verlagen.

Er is ook een technologische trend gaande met Internet applicatie architectuur. De eerste generatie van Internet clients waren puur HTML browsers die elke keer een nieuwe pagina moesten opladen als de gebruiker de volgende stap in het proces zette. Deze Internet clients waren erg basaal en weinig gebruikersvriendelijk. Begin 2000 kwamen de zogenaamde Rich Internet Applicaties (RIA) naar voren die rijkere functionaliteiten en aparte controles aan gebruikers gaven die webapplicaties intuïtieve maken. De derde generatie van webclients zijn de Desktop Rich Internet Applicaties (DRIA) die nog verder naar de desktop convergeert. Het voordeel van deze laatste generatie is dat de webapplicaties meer ook op de lokale desktop kan opereren en direct toegang heeft tot lokale apparaten terwijl de verbinding met Internet standaarden werkt. iTunes en Google Apps zijn de meest voor de handliggende applicaties op dit gebied en zal zich nog verder ontwikkelen.

Standaardisatie

Standaardisatie is het laatste basisaspect van web 2.0 en toont zich in zowel applicatie integratie als data standaardisatie.

Service Oriented architectuur (SOA) heeft zich afgelopen jaren zich sterk gemaakt voor standaardisatie van zowel data als interface en business architectuur integratie. Door XML en SOAP protocollen is het eenvoudiger geworden om sneller met applicaties te integreren binnen als buiten bedrijfsgrenzen. Mashups, Cloud Computing, on-demand, Software-as-a Service (SaaS) concepten zijn allemaal consequenties van deze IT standaardisatietrends. Voordelen van deze standaardisatie zijn flexibiliteit om applicaties sneller te bouwen en te veranderen. Housingmaps.com is een goed voorbeeld waar een huizenkoper in Californie een website had opgezet door gebruik te maken van al bestaande applicaties en met deze mashups binnen 48 uur een productie webapplicatie had staan. Zonder deze integratie zou het minstens 6-9 maanden geduurd hebben om een soortgelijke applicatie te bouwen. Time-to-Market en agiliteit zijn de buzzwords die binnen dit domein vallen.


Figuur 2 Voorbeeld mashup: Housing Maps

De tweede standaardisatietrend is echter nog veel belangrijker en dat is data standaardisatie en beweegt zich naar het semantische web ook wel Web 3.0 genoemd. Met datastandaardisatie is het mogelijk om data met elkaar te verbinden en vervolgens verbanden en meer informatie eruit te distilleren. Verschillende prijsvergelijkingmachines maken hier al gebruik van, maar nu komen ook webapplicaties die bijvoorbeeld persoonsprofielen kunnen opbouwen door zoekresultaten en sociale webapplicatie profielen met elkaar te verbinden. Googlism en wieowie.nl zijn goede voorbeelden hiervan die dit concept illustreren.


Figuur 3 Datastandaardisatie

Web Intelligence ontpopt zich hier en zal zich verder ontwikkelen richting business intelligence op het web door zowel publieke als bedrijfsdata te gebruiken en afleidingen te maken voor diverse doeleinden.

De Toekomst


Figuur 4 De toekomst van het web

En wat brengt de toekomst? Op dit moment is de divergentie van web 1.0 naar drie verschillende kenmerkende trends zich nog verder aan het verbreden. Echter, de nabije toekomst ziet ook deze trends weer convergeren. De integratie van mashups van hergebruik van applicaties binnen sociale applicaties zoals facebook laat dit al op de dag van vandaag zien. We zien ook de eerste semantische integraties van sociale applicaties in semantische wikis en sociale bookmarking applicaties. De verrijkte en dynamische Device en gebruikerstoegankelijkheid spelen een belangrijke rol om het internet in ons huis-tuin-keuken leven naadloos te integreren. Het zal niet lang duren dat het web ons niet alleen ondersteunt maar ook zelf leert en beslissingen zal maken voor ons. Dit Pervasive web zal nog wel wat tijd vergen, maar dat het er komt, daar twijfel ik niet aan.

[PDF]

Opmerking

Je moet lid zijn van Via Nova Architectura om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Via Nova Architectura

Sponsoren

Sessies

19-06: KNVI/PLDN sessie over semantische data integratie in de weg- en spoorinfrastructuur 

28-06: LAC summit meer...

15/16-11: Landelijk Architectuur Congres meer...

Advertenties

Je kunt hier adverteren

© 2018   Gemaakt door Stichting Digital Architecture.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden