Henk van Oostveen, Manager Informatie bij ProRail Asset Management

Daan RijsenbrijMarlies van Steenbergen, donderdag 18 februari 2010

Kun je eerst iets vertellen over de afdeling waar wij hier zijn beland?

Henk: “ProRail doet een aantal dingen. Wij beheren het spoor buiten, de infrastructuur dus, en zorgen dat die infrastructuur onderhouden wordt. Verder verzorgt ProRail ook het verkeersleidingsproces. Voorts zorgen wij er voor dat er allerlei nieuwe infrastructuur wordt aangelegd, de nieuwbouwprojecten. Dan is er nog een afdeling die zich bezighoudt met het toedelen van slots op die infrastructuur. Dus als je zegt ik heb een trein en ik wil op woensdag 31 maart van Amsterdam naar Rotterdam rijden, bijvoorbeeld een voetbaltrein, dan is er hier een verkoopafdeling die jou een slot kan verkopen zodat jij op die dag van Amsterdam naar Rotterdam kunt rijden.”

Hetzelfde wat ze op Schiphol doen. Je krijgt gewoon landingsrecht op een bepaalde tijd

Henk: “Ja, en die verkeersleiding net als op Schiphol, dat hebben wij ook. De afdeling waar je hier bent is de asset management afdeling. Dus wij beheren het spoor buiten. En om dat spoor goed te kunnen beheren, hebben wij informatie over dat spoor nodig. Dat kan geografische informatie zijn maar wij beheren ook allerlei technische tekeningen over die infrastructuur en wij beheren de objectgegevens. Dit laatste betreft gegevens zoals, het is een wissel die in 2007 is gebouwd, door die partij, het is een 1 op 9 wissel, enz.”

Waaraan denk je als het woord architectuur hoort?

Henk: “Ik denk aan dit soort platen (hij pakt er wat posters bij)

ProRail is al een aantal jaren intensief bezig met haar informatievoorziening. We hebben een historie van allerlei technisch inhoudelijke afdelingen die allemaal hun eigen administraties hadden en het op hun eigen wijze in de computer stopten. Dat heeft binnen ProRail een lappendeken opgeleverd aan allerlei applicaties.
Wij zijn begonnen om al die applicaties en hun onderlinge verbanden in kaart te brengen. Deze plaat geeft het applicatielandschap weer.
Zoals je ziet zijn er heel veel verschillende systemen. Dus voor gebruikers is het heel lastig als je bepaalde informatie nodig hebt om dan te achterhalen in welk systeem je nu precies moet zijn. En ook in het beheer is het heel erg lastig omdat dikwijls op verschillende systemen brongegevens worden bijgehouden.”

Hoe gebruik je deze plaat?

Henk: “Zowel vanuit het beheer als vanuit het gebruik willen we gaan stroomlijnen. Daar helpt architectuur mij heel erg in.

Dit is een soort IST plaat, ook kunnen ze platen maken voor de SOLL situatie. Het is heel handig om te zien hoe we van de huidige situatie naar de toekomstige situatie gaan. Daar helpen dit soort platen enorm bij. En je ziet wel hoe complex het allemaal is.”

Jullie hebben heel veel administratieve informatiesystemen.

Henk: “Wij hebben administratieve systemen nodig om het onderhoudsproces aan het spoor goed te kunnen ondersteunen. Mijn afdeling is opgesteld om die informatie te leveren. Daarvoor hebben wij weer allerlei applicaties draaien. Ik doe de businesskant van dat hele proces, dus ik zorg dat die applicaties er zijn, dat de informatie die uit die systemen komt aansluit bij wat mijn business wil. ICT-Services is met name opgesteld om de harde ICT daarvoor te regelen.”

Alles wat onder de motorkap zit, zit bij ICT-Services?

Henk: “Ja, als het gaat over welke databases er nodig zijn dan zit dat bij ICT-Services. Dat geldt ook voor het applicatiebeheer. Maar functioneel beheer en alles wat met de businesskant te maken heeft, zit bij mij. Dat is de knip die we hebben gelegd.”

Waarom ben jij dan geïnteresseerd in een plaat van het applicatielandschap? De applicaties zijn natuurlijk ook nodig, maar die zitten onder de motorkap.

Ben je niet meer geïnteresseerd in een soort informatie- communicatieplaat?

Henk: “In feite heb je gelijk. Ze zitten wel onder de motorkap, maar hebben veel impact op het gebruik. Daarom vind ik het belangrijk dat ik ook dit soort platen heb en kan begrijpen. Om de juiste besluiten te kunnen nemen over hoe we willen migreren van waar we nu staan naar de situatie waar we naartoe willen, wil ik onder de motorkap kunnen kijken. De applicatie- en infrastructuurarchitecten die ik nodig heb om dit soort platen te maken, huur ik in van ICT-Services. In het gesprek dat ik daarna heb met ICT-Services over de migratie zijn deze platen belangrijk.

Bij mij zitten de businessarchitecten, die heten bij ons business information analisten (BIA). Dat zijn de mensen die de informatiestromen analyseren: wie is nu precies geïnteresseerd in welke informatie en hoe kun je dat handig inrichten.”

Dus op het moment dat jij een probleem hebt of iets nieuws wilt, consulteer jij eerst je eigen architecten over vormgeving en inrichting. Daarna roep je de technische architecten van ICT-Services erbij voor hun advies over de realiseerbaarheid, en wellicht om zaken nader uit te specificeren.

Henk: “In dat gesprek komen dit soort platen weer boven tafel. Het zijn goede praatplaten, die veel steun geven. Als je dergelijke vraagstukken in je hoofd moet doen, dan heeft waarschijnlijk iedereen net een iets ander beeld in zijn hoofd zitten. Dus tonen op een stukje papier helpt enorm om te borgen dat discussies over dezelfde zaken gaan. Samen kijken naar en werken met dezelfde platen bevordert ook het gevoel van samenwerken.”

Heb jij zelf soms een technische achtergrond?

Henk: “Ik ben werktuigbouwer van huis uit.”

Vandaar dus jouw belangstelling hoe het onder de motorkap werkt.

Henk: “Ja, kennelijk werkt dat zo. Ik denk dat het ook heel erg in de aard van dit bedrijf ligt. ProRail stamt van oudsher af van de Nederlandse Spoorwegen, het is een echt ingenieursbedrijf. Dus het zit in de aard van dit bedrijf om vanuit de inhoud informatieprocessen te doorgronden.”

Ik kan me voorstellen dat er zo af en toe afstemmingen zijn met de architecten van de Nederlandse Spoorwegen of dochters daarvan.

Henk: “Nee, dan moet ik je teleurstellen. De scheiding der dingen binnen het spoor is wel van dien aard dat de contacten met de NS heel beperkt zijn.”

Jullie leveren een fysieke infrastructuur. Voor de informatievoorziening over de bouw en het beheer van die fysieke infrastructuur heb je een architectuur nodig. Het gebruik van die fysieke infrastructuur, dus wat er overheen rijdt, is voor jullie volmaakt onbelangrijk. Net zoals het Rijkswaterstaat niet aangaat hoe Connexxion met haar bussen over de wegen rijdt.

Henk: “Klopt, daarom zijn er minimale contacten. Er is enige informatieoverdracht op het moment dat we buiten zaken wijzigen bijvoorbeeld seinen die worden verplaatst. Dan verstrekken wij informatie aan vervoerders als de NS, zodat hun machinisten weten hoe die nieuwe seinbeelden eruit zien.”

Hoe ga jij om met de IT-afdeling?

Henk: “ProRail heeft een aantal productieafdelingen die informatie gebruiken die bijvoorbeeld in GIS systemen zitten. Die productieafdelingen hebben geen directe contacten met de ICT afdeling. Als ze iets nieuws willen, dan is het eerste wat ze doen naar functioneel beheer van mijn afdeling toe gaan. Daar zitten de deskundigen die al die softwarepakketten die hier nu staan beheren. Dan wordt in het overleg tussen de gebruiker en de functioneel beheerders gekeken wat de vraag precies is. Die wordt scherp gemaakt. En het wordt gedefinieerd als een Request for Change (RfC). Vervolgens zoeken de functioneel beheerders van mijn afdeling contact met applicatiebeheerders van ICT. Applicatiebeheer is in feite de evenknie van functioneel beheer. Ten slotte wordt de RfC door applicatiebeheer in behandeling genomen.

Bij verandervragen komen, hetzij vanuit het management, hetzij vanuit applicatiebeheer vragen als: ‘we hebben een pakket A en een pakket B, zou het niet handig zijn die te integreren tot een nieuw pakket?’ Dergelijke communicatie loopt dan niet over het functioneel beheer, maar je schakelt de business information analisten in. Die analyseren dan die informatiestromen en komen tot een nieuw voorstel. Dan komen ook de architecten weer in beeld en dat leidt dan meestal tot een project om een of andere applicatie te ontwikkelen of aan te passen.

Er zijn dus eigenlijk 3 groepen functionarissen van de IT-afdeling waarmee we vanuit hier contact hebben: de technische architecten, de projectleiders en de applicatiebeheerders.”

Naast de IST platen en de SOLL platen zijn er wellicht ook nog platen waarin de migratie wordt weergegeven.

Henk: “Daar komen mijn business information analisten weer ten tonele. Zij gaan vrij intensief met de technische architecten van ICT in discussie om te kijken hoe de migratieplaat eruit kan zien.
Zo is ons GIS landschap vreselijk versnipperd, en daardoor lastig te beheren. We zijn nu programmatisch bezig om de hele GIS lappendeken stapje voor stapje te transformeren naar een eenduidig, beter te beheren GIS landschap. Dat is het GIS programmaplan, waar een hele serie ICT-subprojecten onder zitten. Het management van die totale ontwikkeling ligt hier.”

Dat is dus een project van jou?

Henk: “Ja, ik sta aan de lat om te zorgen dat die GIS ondersteuning up to date is en goed aansluit bij wat de klanten willen. Ik gebruik die migratieplaten om bedrijfseconomisch verantwoorde beslissingen te nemen. Want de budgetten zitten ook aan mijn kant.
Een big bang, ik bedoel in een klap overschakelen, zal een ander migratiepad opleveren, dan dat je zegt zoveel geld ga ik over een jaar of vijf / zes uitsmeren. Ik ben degene die aanstuurt en daarom wil ik een duidelijk migratieplaatje. Het is ook mijn plaat.”

Ik begin te begrijpen dat je de architecten aan de businesskant ‘business information analysts’ noemt. Zijn er ook nog businessstrategen?

Henk: “We hebben bij ProRail ook een afdeling ‘informatiebeleid’. Dat is een kleine afdeling op strategisch niveau. Daar zitten mensen die echt over de strategische issues rondom informatievoorziening nadenken. Bijvoorbeeld security beleid, hoeveel mensen willen we nu toegang geven tot ons netwerk, hoe willen we als ProRail omgaan met digitaal versus analoog werken, werken vanuit huis, dat soort vraagstukken.”

Dus de strategische zaken zitten in informatiebeleid, daarnaast heb je eigen BIA’s. Hoeveel BIA’s lopen er totaal rond bij ProRail?

Henk: “Bij mij zitten er vijf. Dan heb je er nog ongeveer vijf bij het domein ‘verkeersleiding/capaciteitsmanagement’. Dus ik denk iets van 10 à 15 BIA’s voor totaal ProRail.”

Prorail heeft zijn eigen telefoonnetwerk. Dat zijn jullie ook commercieel aan het exploiteren. Aan de andere kant wil de NS dat er in de treinen kan worden gebeld. Wordt dat gecombineerd of doen die het gewoon via andere cellen? Hebben jullie daar (architectuur)discussies over?

Henk: “Daar zijn zeker discussies over, maar als ProRail voeren wij zelfstandig ons beleid. ProRail hangt namelijk direct aan het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Wij zorgen ervoor dat de infrastructuur er ligt en over die infrastructuur rijden vervoerders. De NS is er een van, maar er zijn in Nederland nog ongeveer 35 andere vervoerders zowel goederen als personen. En wij mogen de NS niet voortrekken in allerlei afspraken.”

Welke beslissing heb jij de afgelopen tijd genomen die je niet zonder architectuur had kunnen nemen?

Henk: “Het GIS programmaplan waar ik eerder naar refereerde. Dat is een meerjaren programma waar veel geld in omgaat, met complexe materie. Het is inhoudelijk heel erg lastig om te doorgronden wat er precies speelt. Volgens mij hadden we dat niet goed gekund als we daar niet een goede architectuur hadden zitten. Om de complexiteit behapbaar te maken heb je architectuurplaten nodig.

Zo hebben wij ook nog een programma met betrekking tot de railinfra gegevensdienst. Dat zijn gegevens die wij richting de verkeersleidingsystemen leveren. Dat heeft hetzelfde kenmerk, ingewikkelde materie met veel kruisverbanden. Dat krijgen we gewoon niet voor elkaar zonder dat er architectuur is. Dat is zo ingewikkeld, daar heb je echt dit soort platen voor nodig om op een redelijk abstract niveau te doorgronden wat er überhaupt gebeurt.”

Je stelt eigenlijk dat jullie niets kunnen met stapels papier van pakweg 100 pagina’s. Jullie hebben platen nodig waar je met z’n allen omheen kunt staan, die nodig zijn om de discussieonderwerpen te lokaliseren en die ook uitnodigen tot ideevorming.

Henk: “Ja, precies! Het is ook het type besluitvormingsproces. Het zijn niet de processen waarbij een slimmerik drie weken nadenkt en zegt ik heb een rapport geschreven, hier heb je het. Het zijn sterk interactieve besluitvormingsprocessen, waarbij je zo’n plaat op de tafel legt, met elkaar eromheen gaat staan en met elkaar door die plaat heen praat, zal ik maar zeggen.”

Wat verwacht jij eigenlijk van een goede architect? Wat voor soort competenties verwacht jij?

Henk: “Het moeten heel communicatieve mensen zijn, die aan mijn businesskant helder krijgen wat gebruikers willen, en dat kunnen abstraheren tot dit soort platen. Wat ze zeer scherp moeten kunnen verwoorden en liefst uitbeelden, zijn de keuzes die er gemaakt moeten worden. Dus bij zo’n plaat hoort ook nog eens een lijst van de drie keuzes die we dit jaar moeten maken.”

Even recapitulerend. Je gebruikt architecten om een architectuurplaat te maken. Je wilt ook nog dat die architecten op die plaat aanwijzen daar en daar zitten zaken waarover beslist moet worden. Voorts ga je er van uit dat zij ook nog een paar oplossingsmogelijkheden voorstellen.
Uiteindelijk ben jij het die weliswaar onderbouwd de beslissing kan nemen waarbij de consequenties van de impact jou duidelijk voor ogen staan.

Henk: “Klopt helemaal. Zo’n plaat helpt om het probleem te doorgronden. Vaak heb je het gesprek bij zo’n plaat nodig om te begrijpen dat er een probleem is en dat het heel logisch is dat je over een bepaald thema een besluit moet nemen.
Als je het daar met z’n allen over eens bent, komt het voorstel er eigenlijk wel doorheen. Terwijl als je, zonder plaat, in een keer zou zeggen we hebben er diep over nagedacht en neem nu even een besluit dan wordt dat niet geaccepteerd. Dat gaat te snel, daar heb je een soort tussenstapje voor nodig.”

Wij hebben nu uitvoerig over architectuurvisualisaties gesproken. Ik zou nu graag willen spreken over architectuurprincipes. Een architectuurprincipe is bedoeld om de ontwerpruimte te beperken. Goede architectuurprincipes verlagen de complexiteit van de oplossing. Kun jij een paar architectuurprincipes noemen bij ProRail?

Henk: “Dat vind ik een lastige vraag. Er zijn wel wat principes.”

Een bekend architectuurprincipe bij andere organisaties is bijvoorbeeld ‘zet de klant centraal’.

Henk: “Wij hebben hier een SAP design beleid. Er is bijvoorbeeld een principe dat we er naar streven zoveel mogelijk SAP in te zetten.”

In mijn perceptie is dat een realisatieprincipe. Erg belangrijk, maar dat principe is nauwelijks relevant voor je architectuur. Ik kan een architectuur van dit mooie hoofdkantoor van ProRail maken, dat los staat van het feit of we zelf gaan metselen, daar gastarbeiders voor in huren of voorgegoten betonblokken gebruiken.

Henk: “Duidelijk. Volgens mij zijn ze er wel, maar zitten ze niet zo zeer in mijn hoek, maar aan de harde ICT. Dat zijn echt technische zaken.”

Ik wil wedden dat er heel veel principes zijn, zelfs op business- en informatieniveau.

Henk: “Dat zou kunnen.”

Waarschijnlijk dat die principes zo vanzelfsprekend zijn dat je ze niet eens meer herkent als architectuurprincipe. Sommige principes liggen op het niveau van ‘zo doen wij het altijd’.

Henk: “Ik heb ze in ieder geval niet paraat, dat merk je wel. Ik zit nog wel even te denken. We hebben hier iets, dat heet configuratiemanagement van onze assets. Daar hebben we wel een tiental designprincipes voor gemaakt als een soort uitgangspunten.”

Ik onderscheid meestal 5 kwaliteitsgebieden waarop architectuurprincipes kunnen worden gedefinieerd: schoonheid/uitstraling, gebruikswaarde en ordening, constructie, security/privacy en tenslotte beheerbaarheid/compliancy.

Henk: “Beheerbaarheid is hier enorm belangrijk. We hebben vreselijk veel data die we moeten beheren. Daar hebben we natuurlijk wel nagedacht over unieke bronnen. Dus daar zitten wel architectuurprincipes achter, bijvoorbeeld dat bepaalde informatie maar op één plek mag worden vastgelegd.”

Dat is een belangrijk architectuurprincipe, ook op jouw niveau.
Maar ik begrijp uit onze discussie over architectuurprincipes dat die voor de business toch iets te abstract lijken te zijn.

Henk: “Platen zijn belangrijker dan principes.”

Zijn er bepaalde architectuurconcepten?

Henk: “Het GIS veld is een veld waar we nog weinig concepten hebben. Je ziet dat we daar nog heel erg aan het zoeken zijn naar andere partijen die een soortgelijke GIS problematiek hebben. Rijkswaterstaat is ook zo’n partij die heel veel doet met GIS.”

Als je op een afstand kijkt, dan lijkt het toch dat je bij sporen, wegen, waterwegen veel dezelfde uitdagingen kunt vinden. Dus daar zou je toch gemeenschappelijke concepten moeten kunnen onderkennen?

Henk: “Dat zou moeten kunnen. Ik merk in de praktijk dat het heel lastig is om elkaar daarin te vinden. Ik heb de afgelopen jaren contact gehad met Rijkswaterstaat, maar er is nog geen sprake van een intensieve samenwerking.
Er is een aantal grote partijen in Nederland die soortgelijke problematiek hebben: Tennet, ProRail, de Gasunie, Rijkswaterstaat. Allemaal partijen die grote assets in het land hebben liggen die onderhouden moeten worden.”

Als je een paar ervaren architecten uit die organisaties eens bij elkaar zet om te brainstormen kun je mijns inziens tot inspirerende inzichten komen.

Henk: “Er zijn contacten met de Data Informatie Dienst (DID) van Rijkswaterstaat. Die doen iets soortgelijks als wij doen. Wat je verder wel ziet is dat er bijvoorbeeld allerlei best practices zitten in pakketten van SAP. Als je zo’n pakket koopt zitten daar al van die voor uitgewerkte dingen in die je een beetje kunnen helpen hoe je een proces kunt inrichten.”

Nu is het reizen over het spoor niet een bezigheid die we alleen in Nederland doen en jouw functie is waarschijnlijk ook herkenbaar in België, Duitsland en Frankrijk.
Hebben ze in die landen een geavanceerdere architectuur van het informatiegebeuren rond hun fysieke infrastructuur?

Henk: “Mijn beeld is dat we als ProRail voorlopen in de Europese situatie.
Wat wij heel goed gedaan hebben binnen ProRail is dat wij het informatiegebeuren als aparte identiteit hebben georganiseerd. Wat je vaak ziet is dat bij alle andere infrabeheerders de informatievoorziening ergens onder de ICT zit. Wij hebben bij ProRail gezegd dat het primaire aandacht vergt. Daarom is het ondergebracht in een aparte afdeling. Dat heeft erg geholpen in de verdere professionalisering van de informatievoorziening.”

Wat is jouw grootste uitdaging op dit moment, waarbij architectuur een cruciale rol speelt?

Henk: “Een enorme uitdaging is het op orde krijgen van de consistentie van de data. We hebben hier veel systemen die gevoed worden vanuit afzonderlijke processen. Waar we veel last van hebben is dat de data die in het ene systeem zit, niet altijd overeenkomt met dezelfde data die in het andere systeem zit. En dan gaan we met elkaar het ‘zoek de verschillen spelletje’ spelen om de werkelijkheid buiten te ontdekken.”

Dus jullie hebben meervoudige opslag die niet onderling consistent wordt gehouden, waardoor er beslissingen worden genomen die zo af en toe verschillend kunnen zijn.

Henk: “Ja, of dat er in ieder geval onzekerheid over de werkelijkheid buiten ontstaat. We zijn heel erg aan het kijken hoe we nu die consistentie op orde kunnen krijgen.

Dat zegt ook iets over de actualiteit van bepaalde zaken. We hebben hier een GIS systeem,waar in de oude situatie eens in de zeven jaar heel Nederland werd ingevlogen. Dus de actualiteit was minder dan zeven jaar. Terwijl we bijvoorbeeld objectgegevens in SAP hadden zitten die een actualiteit hadden van gemiddeld iets minder dan één jaar. En als dan iemand keek wat er nu precies was met het station ‘Abcoude’, dan stond in het ene systeem nog het oude station terwijl in het andere systeem al het nieuwe station stond.
Dus enerzijds zijn we de actualiteit in gelijke tred aan het brengen en anderzijds bestuderen we hoe je allerlei softwarematige koppelingen tussen systemen kunt aanbrengen die signaleren waarneer er een inconsistentie zou kunnen optreden. Dus als je in het ene systeem iets wijzigt dan krijg je een bliepje dat je ook het andere systeem moet aanpassen. Of we gaan eens in de zoveel tijd een run draaien om het verschil in de beide systemen te detecteren en vervolgens ongedaan te maken.”

Het probleem bij sommige fabrieken is dat de administratieve voorraad en de werkelijke voorraad niet dezelfde zijn.
Dat is een uitdaging die je wilt oplossen, zodat de werkelijke situatie ook op de beeldschermen van de manager komt die op grond van de onderhavige informatie een beslissing moet nemen.

Henk: “Ik wil consistentie. Liever allemaal fout, zodat we allemaal de foute kant op lopen, dan dat mensen verschillende kanten oplopen doordat ze in verschillende systemen kijken.”

Spelen er ook privacy en security issues waar je architecturele uitspraken over doet?

Henk: “Nauwelijks. Een beetje aan de zijlijn. We hebben hier technische tekeningen van infrastructuur die niet vrijelijk opvraagbaar zijn. Als jullie nu zouden bellen met ProRail doe mij even een tekening van de HSL, dan kan dat niet. Maar het meeste is niet heel zwaar geclassificeerd. Dus in feite kun je elke informatie die je wilt hebben opvragen.
We hebben ook een intensief contact met allerlei ingenieursbureaus die voor ProRail werken. De aannemers buiten werken allemaal met dezelfde ProRail gegevens."

Van de architectuur waar we het in het begin over hadden, die hoofdzakelijk bestaat uit platen, ben jij dus de eigenaar

Henk: “Zo is het. Ik ben ook formeel opdrachtgever aan de architect. Daar betaal ik voor, dus dat product is ook van mij. En ik kan dus daarmee, los van wat ICT hiervan vindt, mijn eigen koers varen.”

Hoe lang zijn jullie eigenlijk bezig met het werken onder architectuur?

Henk: “Ik ben zelf hier nu drie jaar binnen. Ik vind dat we de laatste anderhalf jaar echt werken onder architectuur. Dus ook met PSA’s, die trouwens sinds het laatste jaar verplicht zijn. Dus als ik een ICT-project opstart, ben ik ook verplicht een PSA te bestellen. Daar moet ik mij dan weer als opdrachtgever aan houden.”

Wie controleert dat men zich houdt aan de PSA?

Henk: “Dat is de Quality Assurance rol in het project. Die rol ligt altijd bij een business information analist. Die moet aan de bel trekken als de bouwers toch anders willen realiseren.”

Je hebt het over PSA’s. Dat zijn architecturen die nodig zijn bij de start van een project en die gaan over de architectuur van datgene wat door dat project wordt gerealiseerd.
Maar PSA’s hangen vaak onder een grotere paraplu, de totale architectuur van ProRail of een referentiearchitectuur of hoe je dat ook wilt noemen. Is dat hier ook zo? Of heb je alleen een verzameling PSA’s?

Henk: “Dat weet ik niet. Ik denk dat laatste. Als die er op ProRail niveau zou zijn, ken ik hem niet. Ik wil uiteindelijk een plaat waar ik de discussie mee kan voeren en hoe die plaat tot stand komt vind ik minder interessant.”

Heb jij zelf nog vragen?

Henk: “Nee. Ik vind het wel een moeilijke discussie, merk ik. Jullie zitten heel erg in de architectuur en dat zit aan de randen van mijn kennis.”

Ik vond het een interessant gesprek, vooral wat je in het begin zei dat je voor complexe vraagstukken echt plaatjes nodig hebt om de problematiek te kunnen overzien.
Dikke documenten zijn niet meer van deze tijd.

Henk: “En toch worden die fouten hier nog steeds gemaakt. We maken nog steeds dikke projectbrieven, PID’s en weet ik veel. Terwijl de uiteindelijke discussie gaat over deze platen. Toegegeven, op een gegeven moment moet je wellicht zaken beschrijven. Maar in het voortraject, waar architectuur begint, heb je veel meer van die gezamenlijke oriëntatieprocessen. Daar werkt het gewoon niet dat je een document van 30 pagina’s gezellig zit door te bladeren, zo van zullen we nu even naar pagina 16 alinea 2 gaan. Daar werken die platen echt geweldig. Interactieve processen met veel mensen, daar helpt het enorm.

ProRail heeft terecht het informatiegebeuren over haar fysieke infrastructuur op businessniveau gebracht. Om meer overzicht, inzicht en eenvoud te krijgen in dat informatiegebeuren is architectuur absoluut een noodzakelijk middel. Niet alleen architectuurplaten, maar ook architectuurprincipes en architectuurconcepten.

[PDF]

Opmerking

Je moet lid zijn van Via Nova Architectura om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Via Nova Architectura

Sponsoren

Sessies

19-06: KNVI/PLDN sessie over semantische data integratie in de weg- en spoorinfrastructuur 

28-06: LAC summit meer...

15/16-11: Landelijk Architectuur Congres meer...

Advertenties

Je kunt hier adverteren

© 2018   Gemaakt door Stichting Digital Architecture.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden