De CIO spreekt: Jan Willem Duijzer, CIO gemeente Den Haag

Daan Rijsenbrij en Raymond Slot, 29 juli 2012

Jan Willem is sinds maart 2011 CIO van de gemeente Den Haag. Daarvoor was Jan Willem CIO van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Interviewers: Hoe verkoop jij informatiearchitectuur aan de business?

Jan Willem: Ik verkoop architectuur op een voorzichtige manier, omdat ik niet zo’n fan ben van architectuur.

Interviewers: Vanwaar die reserves tegen architectuur?

Jan Willem: Mijn reserves tegen architectuur komen uit de praktijk van de laatste 10 jaar dat ik bezig ben met ICT en informatiemanagement. Ik ben zelden architecten tegen gekomen die ook kennis van zaken hebben. Kennis zoals een architect in de bouwwereld kennis moet hebben van stenen, beton, logistiek, infrastructuur, van de geschiedenis van een bouwplaats, fundering, van wiskunde. Anders kun je niet sturend aanwezig zijn op de bouwplaats: richtinggevend en vormend.

Ik wil architecten die snappen wat de do’s en dont’s zijn, ook op technisch gebied dus. Eigenlijk zie ik in het informatiemanagement veel architecten die dit niet weten. Daarom heb ik liever een ‘reflective practitioner’ dan een architect.

Interviewers: Wat is een reflective practitioner precies?

Jan Willem: Een reflective practitioner is in mijn ogen een informatieadviseur die met beide benen op de grond staat en verstand heeft van ICT. Iemand die met zijn handen en voeten in de applicaties zit. Die mee heeft geholpen bij het ontwerpen, bouwen en beheren en van daaruit nadenkt over de samenhang, de logica en de omgeving.

Interviewers: Wat vind jij dan van architectuur? Is dat nuttig?

Jan Willem: Het gaat mij niet alleen over de personen, maar ook over de architecturen die er zijn, zoals Gemma en Nora. Die vind ik erg weinig sturend en weinig betekenisvol voor de hedendaagse praktijk van de informatisering en automatisering binnen de overheid.

Ik hecht overigens wel degelijk belang aan architectuur en aan het werken onder architectuur. In de I-visie van de gemeente Den Haag is de noodzaak van het werken onder architectuur door mij ook onderstreept.

Mijn activiteiten zijn erop gericht om de architecten bij te sturen, in de zin van: zorg dat je kennis van de praktijk opdoet en dat je ook kennis van de softwarepraktijk hebt. Het is als architect geen schande als je verstand hebt van Microsoft en Oracle. Integendeel. Het is een schande als je dat niet hebt.

Interviewers: Heb je veel te maken gehad met architecten die mooie plaatjes tekenen maar daar geen onderbouwing aan kunnen geven? Of wellicht zelfs zelf onvoldoende beeld hebben wat ze eigenlijk aan het doen zijn?

Jan Willem: Ja, en ik ben niet de enige. Dit was ook in de kring van CIO's van de rijksdienst een gemeenschappelijke klacht.

Interviewers: Geloof jij meer in architecten van de bèta-kant die goed logisch kunnen denken, die je wellicht nog een beetje moet bijscholen om met mensen om te gaan? Of geef je de voorkeur aan alfa-mensen die je techniek moet aanleren?

Jan Willem: Dat maakt mij niets uit. Een goede architect kan een socioloog zijn, maar ook een natuurkundige. Het zit veel meer in de attitude: ben je inderdaad bereid en in staat om grofstoffelijk bezig te zijn in je werk? Je hebt allerlei soorten architecten, de een zal wat beter zijn in dit en de ander beter in dat. Er is een enorme variëteit, veel groter dan in andere beroepsgroepen. Maar de voeten op de grond willen houden en verbonden zijn met dagelijks praktijk van de werkprocessen in de organisatie en de ontwikkeling van de automatisering, vind ik essentieel.

Interviewers: Dus de architect moet daadwerkelijke verantwoordelijkheid willen nemen dat het bouwwerk niet instort.

Jan Willem: Ik ben teveel architecten tegen gekomen die geen interesse hebben in de realisatie. Ik heb daar een zekere allergie voor ontwikkeld. Het type architecten dat zichzelf heel erg belangrijk vindt, inclusief clubs als het NAF, maar niet van de hoed en de rand weet, daar heb ik niks mee. Daarom kom ik niet voor de NAF praten. Ik ben niet tegen beschouwelijkheid, maar ik zoek wel beschouwelijkheid die zich verbindt, die zich bemoeit met en zich druk maakt over realisatie. Ik heb zelf de afgelopen jaren plaatjes gezien waar soms heel veel geld aan besteed is, maar waar niets mee kon worden gedaan.

ICT is een gebied waarin de afgelopen 20 jaar in Nederland bij de rijksoverheid en bij de andere overheden miljarden zijn verspild. Daarin geef ik Chris Verhoef helemaal gelijk. Dat heeft zeker ook te maken met een stukje onkunde dat eigen is aan de ontwikkeling van een relatief jong vakgebied. Het ICT vakgebied bestaat immers pas 40-50 jaar. Maar het heeft ook te maken met een gebrek aan interesse en beleving. En daar wil ik wat aan doen.

Interviewers: Jij onderscheidt dus twee aspecten: inhoudelijke kennis en de attitude of mind-set.

Wij denken dat een wezenlijke zwakheid van de huidige IT’er en de IT omgeving, te maken heeft met juist het feit dat men onvoldoende in staat is breed rond te kijken.

Jan Willem: Ja, dat denk ik ook. Die attitude kan een ongelooflijk verschil maken. Gezien het voorgaande zou je dat misschien niet verwachten, maar ik ben erg optimistisch over de toekomst. Ik zie mensen in de ICT hoek, of het nu techneuten, informatiemanagers of architecten zijn, die allemaal hun uiterste best doen om verbinding te leggen met de business om daadwerkelijk de rol te spelen die anno 2012 van hen verwacht wordt.

Interviewers: Je kunt zeggen van het NAF wat je wilt, maar het is wel de grootste architectuurcommunity. Welke korte boodschap zou je nu willen meegeven aan het NAF of aan de architecten? Zo van: ‘jongens, let eens een beetje daar en daar op’!

Jan Willem: Ik zou willen zeggen: raak je zelfgenoegzaamheid kwijt en ga op een bescheiden en grondstoffelijke manier participeren in de organisaties waarin je werkt. En zorg dat je bij blijft op technisch gebied.

Interviewers: Wat zijn de grote uitdagingen waar je nu als CIO voor staat?

Jan Willem: Ik heb de sterke overtuiging dat wij de bakens wat ICT betreft moeten verzetten. Dat het op een andere manier moet dan in de afgelopen 20 jaar. Binnen de gemeente is de belangrijkste uitdaging om afscheid te nemen van onze eilandautomatisering.

Interviewers: Kan dat? Er zal wellicht toch nogal wat legacy aanwezig zijn?

Jan Willem: Ja, natuurlijk. Maar het heeft echt niet zoveel zin meer om weer een nieuw Haags belastingsysteem te gaan bouwen. Of een nieuw systeem voor burgerzaken. Er is een sterke wens om dat samen met anderen te doen, om dat gestandaardiseerd te doen.

Een interessante architectuuruitdaging vind ik of we dat ‘horizontaal’ of ‘verticaal’ samenhangend moeten doen. Ik bedoel: gericht op samenhang binnen de gemeenten – het concept van de basisgemeente is daarvoor interessant – of gericht op samenhang binnen ketens, bijvoorbeeld de SUWI keten of de jeugdketen.

Interviewers: En dan in samenwerking met de departementen?

Jan Willem: Ja. Waarom maken we bijvoorbeeld niet een landelijk belastingsysteem? Waarom bepaalt elke gemeente apart een WOZ- waarde? Dat is toch absurd. WiGo4It is daar een mooi voorbeeld van. Vier grote gemeenten die gezamenlijk een sociale zekerheidssystematiek hebben. Dan heb je het over een derde van alle uitkeringsgerechtigden in Nederland die via dat ene systeem bediend worden. Dat betekent in mijn ogen dat het met dat systeem ook voor heel Nederland zou moeten kunnen.

Interviewers: De legitimatie van de gemeente ligt in de stad, dat is haar raison d’être. Betekent dat niet dat je de samenhang binnen een gemeente voorop moet zetten?

Jan Willem: Is dat zo? De legitimatie van de gemeente ligt toch in de burgers en die burgers zijn niet meer geografisch gebonden. Die burgers zijn overal. En om over bedrijven nog maar te zwijgen. Die zijn helemaal sterk grensoverschrijdend bezig. Misschien dat de burger van Den Haag ook wel in Utrecht zijn paspoort moet kunnen aanvragen, hij is immers een burger van Nederland.

Den Haag heeft de ambitie om samen met Rotterdam een metropolitane regio te vormen, om daarmee ook de crisis te kunnen bestrijden en om samenhang in het werkgelegenheidsbeleid te kunnen borgen. Moet je dan ook niet één grondbedrijfsystematiek hebben? Een vergunningsystematiek voor alle bedrijven die in deze regio werken? Ik bedoel, in de 21e eeuw kun je je ogen niet voor sluiten dat burgers en bedrijven grensoverschrijdend actief zijn. Daar past geen lokaal versnipperde ICT bij.

Interviewers: Als wij gaan kijken naar de strategische beleidsterreinen en het vertalen naar de bitjes en de bytjes, dan ligt daar een heel gebied tussen. Hoe heb jij dat georganiseerd in Den Haag? Hoe loopt dat? Ik bedoel, er worden op politiek niveau besluiten genomen, vervolgens komt het op ambtelijk niveau terecht, waar zaken verder gedetailleerd worden. En het moet uiteindelijk tot besluiten leiden op het gebied van processen, producten, et cetera.

Jan Willem: Misschien moet ik eerst iets zeggen over hoe het college het georganiseerd heeft. Het college heeft een wethouder, die ICT als een zelfstandig domein in portefeuille heeft. Elke drie weken heb ik een stafmeeting met hem. Een van de eerste dingen die hij tegen mij zei was: werk aan overzicht, werk aan samenhang. Het woord architectuur heeft hij niet gebruikt, maar dat kun je daaruit afleiden. Werk vervolgens ook aan politiek bestuurlijke keuzes. Ga ook organiseren. Zo’n wethouder helpt natuurlijk enorm. De Haagse diensten zijn vervolgens verrassend open over het besturen van de business en de daarvoor benodigde informatie en ICT.

Interviewers: Jij bent dus enthousiast over hoe het in Den Haag functioneert.

Jan Willem: Ja, maar ik ben minder enthousiast over ons vermogen om goede inhoudelijke keuzes te maken. Niet alleen in Den Haag, maar vooral ook in gemeenschappelijk verband: binnen de G4, de 100.000+ gemeenten en de VNG.
Als ik een voorbeeld mag noemen. De GBA is aan modernisering toe, inclusief de modules burgerzaken. Dan zie je toch dat de VNG en King tot een soort polderformule komen, waarbij ze proberen alle kikkers in de kruiwagen te houden. Dat geeft weinig inhoudelijke richting, oftewel veel vrijheid voor de gemeenten om het zelf in te vullen, maar toch wel een beetje met de schijn van ‘we doen toch iets met elkaar’.

Interviewers: Je had ook kunnen kiezen voor een modulair, architectureel ontworpen systeem, waaruit je die modules haalt die je voor je gemeente nodig hebt.

Jan Willem: Ja, een verzameling van gemeenschappelijke kernmodules. Maar dat blijkt in de poldermentaliteit niet haalbaar. Er wordt liever gekozen voor de formule: ‘laat 1000 bloemen bloeien’. Dat is vrijblijvender. Als CIO’s van de G4 hebben we daar ‘nee’ tegen gezegd. Wij waren bang dat er een soort Waterschaphuisachtige constructie werd verzonnen.

Interviewers: Een van de termen die jij net noemde was samenhang, en ook de wethouder wil samenhang zien. Dit is typisch een hoofddoel van architectuur. Hoe probeer je dat in te vullen?

Jan Willem: In Den Haag ontbrak het aan overzicht en tot op zekere hoogte kampen we daar nog steeds mee. Want zonder overzicht is er geen samenhang. Wij wisten niet welke projecten wij hadden, wij wisten niet welke applicaties wij hadden, om nog maar te zwijgen over de licenties. De primaire taak waar wij als CIO's voor zijn aangesteld is: beheersing van de informatievoorziening, projectbeheersing en applicatiebeheersing. Ik teken altijd een CIO functie met drie taakvelden: governance, compliancy en strategie. Ik heb het nu dus over het stuk governance. Compliancy is eenvoudig het voldoen aan de regels. Het liefst zou je als CIO meer tijd willen besteden aan strategie, maar als de governance en de compliancy niet goed werkt heb je een probleem. Wij hebben het afgelopen jaar hard gewerkt aan een goed projectportfoliomanagement. Ik heb nu alle projecten van de gemeente op een rij, met de basisgegevens zoals geld, planning en beoogd resultaat. Er zijn ongeveer 200 projecten binnen de gemeente Den Haag en ongeveer 1750 applicaties, hoewel het woord ‘applicatie’ natuurlijk een beetje vaag is geworden in tijden waar je ook over services en apps spreekt. Wat is dan eigenlijk nog een applicatie?

Door die grotere duidelijkheid in het applicatielandschap en in het projectenportfolio is ook de architectengroep actiever geworden, zij kunnen door de bomen het bos weer zien. Zij kunnen nu beter geëquipeerd met de business om tafel gaan zitten.

Ik merk dat er een sterke wisselwerking is tussen het aanbrengen van overzicht en samenhang en het gesprek met de architecten. Veel wordt opeens een stuk beter te plaatsen door het aanbrengen van het overzicht.

Interviewers: Heeft dat de rol van de architecten veranderd?

Jan Willem: Je merkt dat naarmate je meer overzicht gaat krijgen, je de architecten steeds harder nodig hebt om orde en samenhang aan te brengen, om samen richting te kunnen bepalen en om het gesprek met de business beter te kunnen voeren.

Interviewers: Wat zijn de Haagse prioriteiten?

Jan Willem: In de gemeentelijke I-visie staan drie pijlers centraal: hoogwaardige digitale dienstverlening, digitale veiligheid en moderne en uniforme bedrijfssystemen.

Ten aanzien van digitale veiligheid heb ik met de raadscommissie een besloten vergadering gehouden over de penetratietesten die we hebben uitgevoerd op de openbare website. Uit die penetratietesten is gebleken dat er hier ook zwakke plekken zaten en dat dingen gerepareerd moesten worden. Onze beveiliging is niet maximaal en ik weet ook niet of we daar naar moeten streven. We zijn geen bank, hoewel zelfs een bank tegenwoordig niet 100% veilig is. Hoe agressiever je er hackers opzet, des te meer dingen kom je tegen. Het is goed dat de Raad dat ook weet. Het is hier geen Pentagon.

Interviewers: Annemarie Jorritsma heeft het concept gelanceerd: de gemeente als toegangspoort voor de hele overheid.

Is dat realistisch? Werken jullie daaraan? Hoe lang gaat dat nog duren?

Jan Willem: Ik vind het zeker realistisch. Ik heb wel een droom, waarbij burger en bedrijf zaken kunnen doen met de overheid via één portaal. Dat vergt een sterke samenhang tussen gegevens binnen de totale overheid. Ik realiseer mij dat dat ook allerlei privacykwesties oproept.

Neem bijvoorbeeld het belastingdomein. Het zou toch mooi zijn als over een jaar of tien de hele belastingsystematiek van alle overheden op een samenhangende manier georganiseerd is. De hoogte van de gemeentelijke belastingen kan natuurlijk nog wel wat verschillen. Maar de manier waarop een WOZ waarde bepaald wordt en verwerkt in allerlei andere systemen, kan toch allemaal op exact dezelfde manier. Dit geldt ook voor de verschillende soorten van bekeuringen.

Ik kan me een berichtenbox voorstellen waar alle overheidpost inzit. Dat is technisch mogelijk.

Interviewers: Dus inloggen bij je gemeente?

Jan Willem: Je logt niet meer bij de gemeente in, maar je logt in bij de overheid. In je berichtenbox zit bijvoorbeeld een bericht van de gemeente, van het waterschap, van de belastingdienst. En als dat enigszins geordend is, kun je dat ook gemakkelijk in één keer afhandelen.

Binnen de gemeente Den Haag gaan wij deze slag ook maken. Wij waren qua toegang verkokerd en hebben nu één toegangspoort. Een website en contactcentrum waar ambtenaren ook meerdere producten en diensten kunnen aanbieden: ‘Mijn Haagse Zaken’. Waarom dan ook niet ‘Mijn Overheidszaken’. Dat vraagt wel dat wij sterk sturen op de toepassing van overheidsbrede standaarden, zoals authenticatiestandaarden.

Interviewers: Betekent dat ook dat je gaat naar een integraal burgerbeeld. Net zoiets als een integraal klantbeeld bij commerciële ondernemingen? Op het moment dat de burger komt met bepaalde sociale problemen, zie je dan ook zijn woonsituatie, zie je dan ook zijn onderwijs, zie je dan ook zijn werksituatie?

Jan Willem: Ja, maar daar heb ik nog niet echt over nagedacht.
Er zijn zaken waarbij je rijk, provincie en gemeente bij elkaar probeert te brengen. Je hebt het dan inderdaad over integrale benadering van burgers en bedrijven.

Interviewers: Een gemeente is een machtig interessant bedrijf.

Jan Willem: Ja.

Interviewers: Een ander onderwerp. Architectuur is ontzaglijk belangrijk op het moment dat je de Cloud ingaat. Zonder architectuur krijg je zonder dat je daar echt van bewust bent een verzameling spiegeltjes en kraaltjes over je heen die je niet netjes architectureel kunt plaatsen. Hoe loopt dat in Den Haag?

Jan Willem: De Cloud speelt op allerlei manieren. Daarbij hoort de vraag: hoe moeten wij in de toekomst onze informatiebeveiliging inrichten in een steeds opener wordende organisatie? Ik denk dat wij architectuur en beveiliging moeten herdefiniëren in een, ook technologisch, open wordende samenleving.

De gedachte die ik graag uit wil werken is of we niet naar een veel opener architectuur toe moeten, waarbij de overheid niet zozeer meer vanuit beslotenheid moet functioneren maar vanuit openheid.

Ik ben niet zo bang voor de Cloud. Ik ben niet zo bang voor een open architectuur.
Misschien moeten we stellen: 80-90% van onze gegevens zijn open gegevens en van daaruit ook gaan nadenken over hoe we het beste onze automatisering en informatisering kunnen organiseren.

We gaan in de architectuur nog sterk van de gedachte uit ‘we zetten een hek om de overheid‘ en daarbinnen organiseren wij al onze processen, applicaties en gegevens. Een open architectuur maakt ook dat je wat ontspannender om kunt gaan met thema's als Cloud en nieuwe technologie, waarvan ik denk dat die in razend snel tempo op ons afkomen. Wij moeten met de Tweede Kamer maar eens een debat aangaan wat de betekenis kan zijn van een open architectuur.

Ik heb een hekel om achter de technologie aan te hollen en voortdurend voor voldongen feiten te komen staan.

Sponsoren

Sessies

15/16-11: Landelijk Architectuur Congres meer...

Advertenties

Je kunt hier adverteren

© 2018   Gemaakt door Stichting Digital Architecture.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden