NAF Interview met Kees Jans

Frank Baldinger en Daan Rijsenbrij, 6 augustus 2012

Een kleine zes jaar geleden werd Kees Jans, CIO van Schiphol Group, uitgeroepen tot CIO of the Year door het Nederlandse CIO-magazine. Hij dankte zijn uitverkiezing aan een sterke innovatiedrang, gekoppeld aan een solide en consistente operatie. De door hem geleide ICT-afdeling levert onverminderd een cruciale bijdrage aan de hoge kwaliteit en klantwaardering van het luchthavenbedrijf.

Met 49,8 miljoen passagiers en 1,5 miljoen ton vracht was Amsterdam Airport Schiphol in 2011 vierde luchthaven van Europa in aantallen passagiers en derde in vrachtvolume. 103 lijndienstmaatschappijen verbinden de luchthaven op rechtstreekse vluchten met 313 bestemmingen over de hele wereld. Schiphol is daarmee één van de vier belangrijkste mainports of hubs van Europa en één van de twee Europese thuisbases van de Air France-KLM en de SkyTeam alliantie. De luchthaven Schiphol is ook een belangrijke economische motor voor de regio. Op de luchthaven zijn circa 62.000 mensen werkzaam.

Amsterdam Airport Schiphol is een onderdeel van Schiphol Group. Schiphol Group is een exploitant van luchthavens in binnen- en buitenland. Amsterdam Airport Schiphol heeft als ambitie om Europe’s preferred airport te zijn en blijven.

Een kleine zes jaar geleden werd Kees Jans, CIO van Schiphol Group, uitgeroepen tot CIO of the Year door het Nederlandse CIO-magazine. Hij dankte zijn uitverkiezing aan een sterke innovatiedrang, gekoppeld aan een solide en consistente operatie. De door hem geleide ICT-afdeling levert onverminderd een cruciale bijdrage aan de hoge kwaliteit en klantwaardering van het luchthavenbedrijf. Een intensieve wisselwerking met andere belanghebbenden binnen en buiten Schiphol is volgens Kees fundamenteel: “Bij alles wat we doen, redeneren we vanuit de bedrijfsprocessen.”

Interviewers: In de NAF kwantitatieve enquête en de rondetafelsessies kwam naar voren dat de meerderheid van de architecten ‘bouwen onder architectuur’ nog onvolwassen vindt. Kan jij daarop reageren? 

Kees Jans: Architecten zijn over het algemeen kritisch. De vraag of iets volwassen is, valt lastig te beantwoorden. Over het algemeen vind ik het vak niet onvolwassen. Ik denk wel dat een aantal zaken verbeterd kunnen en moeten worden. Als voorbeeld noem ik: het inpasbaar en flexibel maken van de IT infrastructuur , zodat nieuwe componenten en technologieën  eenvoudiger toegevoegd of omgewisseld kunnen worden.

Als je mij vraagt of alles al geïmplementeerd is conform de architectuur, en of alle legacy systemen al verdwenen zijn, dan moet ik antwoorden dat er nog een aantal slagen gemaakt moeten worden. Het plan is er, maar de hele stad is nog niet verbouwd.

Dus de architectuur is zeker niet onvolwassen.

Interviewers: Kan jij een belangrijke verbetering noemen bij het bouwen onder architectuur? 

Kees Jans: Wij kijken naar veel nieuwe technologieën, bijvoorbeeld m.b.t. het mobility-vraagstuk. Hoe kan je met je architectuur goed inspelen op mogelijke mobility-functionaliteiten.

Ga je informatie aanbieden met ‘traditionele’ applicaties of met apps. Dat is deels een vraag voor informatiemanagement en deels voor de architectuur.

De snelheid van het anticiperen op dat soort ontwikkelingen kan en moet veel hoger. Als je achter dergelijke zaken aan loopt en pas op basis van een knelpunt reageert, ben je eigenlijk al te laat. Het blijft lastig om vooruit te zien, omdat nieuwe ontwikkelingen soms ineens opduiken. Juist dan moet de gekozen architectuur zijn waarde bewijzen. 

Interviewers: Het ‘bouwen onder architectuur’ heeft nog een ander aspect, namelijk: kaderzettende architecten die vooraf schetsen hebben gemaakt zijn / worden niet altijd tijdens de bouw betrokken. Sommige vinden dat werk ook niet aantrekkelijk. 

Kees Jans: Architecten en bouwers hebben verschillende competenties. Ik ben blij dat er niet teveel architecten zijn die zich met de bouw bemoeien. Goede architecten zijn schaars en willen steeds nieuwe uitdagingen. Daar zit natuurlijk een kostenaspect aan. Teveel capaciteit aan architecten voor bouwactiviteiten is niet verantwoord.

Er zijn natuurlijk werkzaamheden voor een architectuurboard noodzakelijk tijdens de bouwfase. Dat kan je regelen door de rollen te definiëren. De rol van projectarchitect kan bij minder grote projecten b.v. door een technisch applicatiecoördinator ingevuld worden.Bij Schiphol borgen we vaak op die manier de aansluiting met de enterprise architectuur. Voorts kan het nodig zijn om de details van het architectuurontwerp aan te scherpen. Het is zeker niet de bedoeling om de architectuur keer op keer ter discussie te stellen, wel om te kijken of de architectuur wordt gerespecteerd. Zeker als er knelpunten gedetecteerd worden, moet de degene die de rol van projectarchitect vervuld, afwegen of enerzijds conform de architectuur wordt gerealiseerd en anderzijds of de functionaliteiten conform de wensen van de gebruiker worden opgeleverd.

Er is dus een signaalfunctie betreffende de architectuur nodig, maar in welke bouwkeet zit er nu dagelijks een architect. Dat is niet nodig. Op bepaalde beslismomenten moet er wel getoetst worden en verder wordt er, indien nodig, op incidentele basis afgestemd. De architectuurontwerpen moeten zo duidelijk zijn, dat dagelijks bemoeienis van architecten overbodig is.

Interviewers: Veel architecten spreken uit dat zij behoefte hebben om opleidingen te volgen op het gebied van advies- en samenwerkingsvaardigheden.

Kees Jans: De focus wordt vaak gelegd naar de businesskant, maar het is even belangrijk dat architecten de zaken naar de eigen IT-organisatie goed overbrengen. Zij hebben tot taak het belang van en de principes in het architectuurontwerp over te brengen, en de dialoog aan te gaan met de IT collega’s, zodat de principes ook herkenbaar terug te vinden zijn in de implementatie. Het mag best wat spanning geven als het gaat om beslissingen om van de architectuur af te wijken.

Het trainen van IT professionals op zowel vakinhoudelijke aspecten als op advies- en samenwerkingsvaardigheden is op Schiphol een continu proces. Dat geldt dus ook voor architecten en systeemontwikkelaars. Beide teams zijn waardevol en competent, maar ze moeten omgaan met het dilemma van tijd, geld en kwaliteit en de hierbij gemaakte keuzes goed kunnen uitleggen. Architecten en systeemontwikkelaars hebben daar een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. De gedelegeerde taak/rol van projectarchitect is daar voor ingericht.

Interviewers: Op welke gebieden spelen die adviesvaardigheden zich af?

Kees Jans: Vaak heel complexe materie in de IT dient op eenvoudige wijze te worden uitgelegd aan collega’s zonder inhoudelijke IT kennis en (senior-) management in de business. Begrijpbare taal en samenwerkingsvaardigheden zijn daarbij cruciaal.

Ik kan me goed voorstellen dat architecten ook getraind willen worden op die vaardigheden. Complexe materie goed samengevat en begrijpbaar in een korte tijd uitleggen, is een vaardigheid die voor een groot deel geleerd kan worden.

Maar in alle eerlijkheid moeten niet alleen architecten dat kunnen, ook het IT management doet dat bij ons.

Zo hebben wij een IT Masterplan in de vorm van een dun boekje van 17 pagina’s gemaakt. Het is in zeer begrijpbare taal opgesteld met tekeningen om het visueel te maken. Daarnaast hebben wij een poster met tekeningen gemaakt om op een zeer eenvoudige manier aan iedereen te kunnen uitleggen, wat een service-georiënteerde architectuur is. Het moet zo eenvoudig kunnen worden verbeeld dat de business het zelf aan anderen kan uitleggen.

Al die technische platen die architecten onderling gebruiken (procesplaten, blueprints, etc.) moeten niet gebruikt voor de communicatie met de buitenwereld. Daar zijn ze te gedetailleerd voor. Dat wordt niet begrepen en het duurt te lang om het uit te leggen. Het gaat er om de waarde (het businessvoordeel) uit te leggen, niet de technische details. Ook seniormanagement, zowel van de IT als van de Business moeten het elkaar kunnen uitleggen. 

Conclusie is, dat architecten goede advies- en samenwerkingsvaardigheden nodig hebben. Individueel zal een architect zelf moeten kiezen of hij daarvoor nog een stuk opleiding nodig heeft of niet.

Interviewers: Architecten gaven in de NAF-enquête en rondetafelsessie aan dat op het onderwerp business- en informatiearchitectuur en de alignment tussen business en IT verbeteringen nodig zijn. Wat is jouw ervaring daarmee?

Kees Jans: Wij werken samen met de business aan het IT-masterplan. Daar wordt stevig aan alignment tussen business en IT gewerkt. Wat wil de business versus wat kan IT leveren. Gedurende dit proces wordt aan het alignmentproces dus veel aandacht besteed. Daarna wordt dat in eenvoudige tekst en taal vastgelegd. Bij het opzetten van het plan wordt architectuur gebruikt, maar in de eindversie komt het woord ‘architectuur’ niet meer voor.

Onze Business Informatie Managers en architecten werken daar gezamenlijk aan mee (de enterprisearchitect is over 2 rollen verdeeld).

Dat is wat de business van ons krijgt en wat goed communiceerbaar is en wat de toegevoegde waarde van IT uitlegt. In thema’s worden vervolgens zaken als mobile service, ketensamenwerking, het nieuwe werken en integrale regie uitgelegd. Tevens worden daarbij onderwerpen als trends, kansen en uitdagingen belicht.

Architecten hoeven hun kennis en competentie over de complexe IT-zaken dus niet te etaleren bij de business; dat is, vinden wij, niet productief. 

Interviewers: Wat is in jouw ogen de rol die het NAF zou moeten spelen om de professionaliteit bij de architecten te verbeteren?

Kees Jans: Uiteraard is het heel nuttig kennis te delen door middel van best-practices. Het NAF speelt een belangrijke rol op het gebied van de vakinhoudelijkheid. Door architecten daarmee kennis te laten maken, wordt de kwaliteit van hun werk verbeterd. 

Opleiding in architectuur is een moeilijke aangelegenheid. De animo voor architecten aan universiteiten neemt af . Voorts worden jonge mensen vaak aangetrokken door consultancy-bedrijven omdat ze daar ervaring bij diverse klanten kunnen opdoen. Voor ons vormt dat niet zo’n probleem. Na enkele jaren kiezen die mensen vaak toch voor een vaste stek, zoals bij een bedrijf als Schiphol.

In het CIO-platform, waarvan ik bestuurslid ben, zien wij bij een flink aantal bedrijven hetzelfde gebeuren. Schiphol is eigenlijk te klein om zelf architecten te ‘kweken’. Wij laten dus architecten met een aantal jaren aantoonbare ervaring instromen.

Daar hebben wij heel goede ervaring mee opgedaan. Certificering heeft daarom bij ons geen prioriteit.

Interviewers: Het NAF deelt kennis door middel van NAF insights, werkgroepen, publicatie op Via Nova Architectura, het Landelijk Architectuur Congres, etc. Waar hecht jij veel waarde aan?

Kees Jans: Jullie bieden met het NAF een platform om de kennis die in de community aanwezig is, optimaal te delen. Daardoor wordt de professionaliteit van de architect verbeterd.

In mijn ogen is dat pragmatischer dan een certificeringsprogramma. Daar ben ik op zich niet op tegen. Maar als een van mijn medewerkers graag wil worden gecertificeerd, zal ik altijd willen weten of het resultaat van zo’n certificering genoeg oplevert voor ons bedrijf. 

Het zou nuttig zijn als het NAF aangeeft hoe je architectuur ook zo verkoopt dat iedereen de toegevoegde waarde begrijpt. De PR van de architectuurfunctie en het imago van de tak van sport dient te worden verbeterd. Daar moet het NAF zich op richten.

Bijvoorbeeld door het instellen van de NAF-architectuurprijs, waarbij je vooral het voordeel voor de business laat zien. Dat zou je kunnen laten meewegen in het proces van beoordelen. Laat zien wat bij de business is bereikt met een goede architectuur.

Interviewers: Het NAF heeft een aantal werkgroepen, die zich over onderwerpen buigen, waarvan de werkgroepleden vinden dat het nuttig is om kennis te delen. Wij zouden als NAF van CIO’s willen weten wat zij interessant en nuttig vinden. Bijvoorbeeld een top tien lijstje over wat CIO’s belangrijk vinden om te onderzoeken. Hoe denk jij daarover? 

Kees Jans: Met name de vraagstukken om nieuwe(re) ontwikkelingen, zijn belangrijk. Dan speel je als NAF meteen in op een grote behoefte . CIO’s worden gevoed door leveranciers met informatie over zaken als cloud, outsourcing, informatiebeveiliging, BYOD, etc.. Het objectief aangeven van kansen en risico’s zoals bijvoorbeeld: vendor lock in, security, etc. kan m.i. de toegevoegde waarde van het NAF verhogen. Ook het onderscheiden van trends en hypes is nuttig.

Als wij toch een innovatief onderwerp binnen ons bedrijf oppakken, zouden wij er een risico-inschatting bij willen hebben. Het zou mooi zijn als het NAF zo’n bijdrage kan leveren. Dus niet een uitspraak als “Neen, niet doen, want …” is relevant. Veel relevanter is, om de risico’s en maatregelen in kaart te brengen als je het toch wilt oppakken. Want de voordelen zien wij meestal zelf wel, al dan niet ‘geholpen’ door de leveranciers.

De internationaal bekende top-tien lijst zou je als NAF kunnen oppakken en door een aantal CIO’s laten prioriteren.

Of het NAF met de juiste dingen bezig is, wordt zo beter zichtbaar. Doordat je bovendien de focus op ‘enabling’ legt, wordt het beter bruikbaar voor CIO’s.

Dan zijn wij ook beter voorbereid, als een leverancier met het nieuwe product langs komt. Wij kunnen dan de vragen over risico’s en maatregelen meteen stellen, omdat wij die informatie al hebben.

Dat is ook onze insteek bij een nieuwe ontwikkeling als mobility. Als een architect dan ook nog de risico’s en maatregelen op een communicatief goede manier aan de business collega kan uitleggen, is er heel veel bereikt. Als een businessmanager dat meteen begrijpt en denkt dat het hem kan helpen, dan is de goede snaar geraakt.

Interviewers: Het NAF wil niet gaan certificeren, omdat je als vereniging dan op een leveranciersstoel gaat zitten. Wat wij wel zouden kunnen doen is transparantie aanbrengen in zaken als architectenrollen, methodieken. functies, certificeringsopleidingen, etc.

Is dat inzicht voor jou interessant?

Kees Jans: Als je al voor veel zaken hebt gekozen, is zo’n inzicht waarschijnlijk niet een reden om te veranderen. Keuzes worden meestal door onze architecten zelf aangedragen. Het veranderen hiervan moet wel heel veel opleveren, wil je dat traject ingaan.

Ook bij het opzetten van een nieuwe architectuurfunctie, komt het voorstel voor keuzes op dat gebied van de architecten zelf. De CIO bespreekt dan wat voorgesteld wordt. Ik heb dus zelf als CIO nauwelijks behoefte aan die informatie en dat inzicht. Het is voor de architecten onderling belangrijk.

Het complexe werkveld van IT-architectuur staat of valt bij de acceptatie van je werk. Dat moet de primaire focus van de architecten zijn. Hoe je architecten bij dat aspect kunt helpen, zou een NAF-onderwerp kunnen zijn. Een aantal CIO’s zou daar vanzelfsprekend input voor kunnen leveren.

Referenties

  1. State-of-the-Art Architectuur na 2012

Sponsoren

Sessies

17-04: GIA sessie over data-driven multi-channel marketing meer...

26-04: KNVI sessie over Architecture Mining meer...

Advertenties

Je kunt hier adverteren

© 2018   Gemaakt door Stichting Digital Architecture.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden