Naar een geïntegreerde interventie in de organisatie van de informatievoorziening

Fons Panneman, Casper van den Wall Bake, Linda Terlouw, Danny Greefhorst, Pascal van Eck en Jaap de Hoog, 13 juni 2012


Binnen het managementdomein van informatievoorziening is een aantal disciplines ontstaan, allen gericht op een optimale inzet van ICT in organisaties. Zo tref je ook binnen het Ngi de afdelingen Informatiemanagement, Architectuur en Governance aan, die elkaar inhoudelijk lijken te overlappen. Deze disciplines kunnen elkaar echter ook versterken als ze tot een geïntegreerde interventie leiden in de werkpraktijk van organisatie en informatie. In onderstaande, overigens fictieve casus laten de auteurs zien dat de disciplines weliswaar een specifiek perspectief hanteren, maar ook complementair zijn en daarmee een sterk interventiemiddel vormen bij ICT-problemen in organisaties.

De casus

De zaak is geploft! In de directie van Health & Medical Instruments (HMI) in Utrecht heeft onvrede over de gebrekkige informatievoorziening, geleid tot het onmiddellijke vertrek van het diensthoofd ICT. Oorzaak was het zwakke optreden gedurende een grote storing in de automatisering. Een cruciale update van het belangrijkste informatiesysteem veroorzaakte een dusdanige discontinuïteit in de informatievoorziening, dat de productie meerdere dagen stil lag. Het voortbestaan van HMI werd daarop door de Japanse holding onmiddellijk ter discussie gesteld. HMI is sinds de overname twee jaar geleden, niet veel winstgevender geworden. Het blijkt dat er in de afgelopen tijd nauwelijks is geïnvesteerd in de informatietechnologie, waardoor sprake is van een sterk verouderde inrichting en technologie. De exploitatie- en beheerkosten stijgen om die reden jaarlijks met zo’n 20%. Hierdoor bleek het ‘gevallen’ diensthoofd niet in staat om vernieuwingen in zowel beheer als technologie zelf tot stand te brengen. Daardoor ontstond onvrede en ad hoc besluitvorming, waarbij de relatie tussen toegevoegde waarde van ICT voor de business beslist niet optimaal was. Deels had de onvrede te maken met de slechte verhoudingen van de dienst ICT met het middenmanagement van HMI. Anderzijds drong de holding vanuit Japan aan op het snel implementeren van de wereldwijde ERP-standaard, waardoor bij HMI onzekerheid ontstond omtrent timing, omvang en invoeringsconsequenties. Met deze oplaaiende crisis besloot de directie van HMI om met onmiddellijke ingang een drietal experts (op het gebied van Governance, Architectuur en Informatiemanagement) tijdelijk in te huren. Deze kregen de opdracht het benodigde crisismanagement voor de informatievoorziening van het bedrijf krachtig ter hand te nemen en om binnen een jaar gefaseerd te zorgen voor de optimalisatie ervan.

Diagnose, strategie en taakverdeling

Binnen een dag is een crisisteam geformeerd, bestaande uit Ivo, een externe informatiemanager, Arend, een informatiearchitect en Goof, een governance-consultant. De consultants stemmen vooreerst hun strategie met elkaar af, op basis van een eerste gemeenschappelijke diagnose. Vanuit hun eigen perspectief wisselen zij een voorlopige beoordeling van de situatie, alsmede een pakket van maatregelen uit. Voor Ivo is het duidelijk dat het probleem van HMI vooral een management-, regie-, gezag- en relatievraagstuk is. Van belang is dat in eerste instantie een werkbare situatie wordt gecreëerd, waarbij door middel van een strakke, doch diplomatieke regie, de ergste knelpunten rondom de informatievoorziening van HMI worden opgelost en aan het broodnodige vertrouwen van directie, management en aandeelhouders kan worden gewerkt. Goof merkt op dat ten gevolge van de gebrekkige besturing van de informatievoorziening, geen zicht is op de toegevoegde waarde van ICT voor het bedrijf. Voor hem is het primair van belang dat om die reden de besturing goed wordt ingericht. Arend ziet als een belangrijke oorzaak van de technische problemen bij HMI de afwezigheid van inzicht in en overzicht over de huidige en gewenste ICT. Ook is er een gebrek aan een heldere visie op de gewenste informatievoorziening, waardoor consequenties van geplande veranderingen moeilijk te bepalen zijn. Een informatie-architectuur geeft volgens hem het noodzakelijke inzicht en richting. Het crisisteam stelt in een eerste overleg met de directie van HMI de door hun voorgestelde strategie en acties voor.

Crisismanagement (1e fase interventie)

Voor Ivo, die als interim Chief Information Officer (CIO) onderdeel uitmaakt van de directie, is het snel oplossen van de technische verstoringsproblematiek de hoogste prioriteit. Inmiddels wordt hieraan vanuit zijn dienst, o.l.v. het nieuwe hoofd ICT, gewerkt. Ivo overlegt met Arend die bezig is met een risicoanalyse t.b.v. de eerste maatregelen voor het beter managen van de beschikbaarheid en continuïteit van het primair proces. Voor een diepgaander analyse van de situatie praat Ivo de eerste dagen met directie, afdelingshoofden, medewerkers van zijn eigen dienst. Hij stemt ook af met Goof die met behulp van ‘COBIT’ een ‘quick scan’ doet om de besturing van de informatievoorziening op korte termijn te verbeteren. Ivo focust sterk op de speerpunten en houdt directie en organisatie op de hoogte van de gemaakte vorderingen en ingezette maatregelen. Hij zet vooral in op snelle verbetering van relaties en herstel van vertrouwen en gezag. Daarbij stelt hij zich ook de vraag welke informatie binnen het bedrijf nu eigenlijk van doorslaggevende betekenis is voor optimalisatie en vooral ook vernieuwing van de bedrijfsvoering. Ivo zoekt bij de oriëntatie en besprekingen met directie en management hierin vooral ook steun bij Arend, die in de informatie-architectuur inzicht geeft in de belangrijkste informatie en de relatie met het beleid en de strategie van de organisatie. Ivo hanteert als referentie het 9-vlak model van Maes, maar laat zich in het bijzonder inspireren door diens genoemde focuspunten voor IM; organisatie-identiteit, klantgerichtheid, sourcing, betekenisgeving en flexibiliteit van de informatievoorziening1.

Voor Arend is het al snel duidelijk dat er binnen HMI nauwelijks inzicht is in het huidige applicatielandschap en de infrastructuur waarop deze is gebouwd. Maar gezien de storingsproblematiek ligt zijn eerste prioriteit bij de beschikbaarheid van de systemen. Arend besluit twee sporen op te starten; het directe beschikbaarheidsprobleem oplossen en het structureel documenteren van de huidige IT-omgeving. Voor het eerste spoor is het belangrijk dat inzicht ontstaat in de eisen die gesteld worden aan de systemen. Ter wille van de snelheid en de nauwkeurigheid definieert hij drie beschikbaarheidsklassen (brons, zilver en goud). Hij organiseert vervolgens samen met Ivo een workshop waarin hij samen met een aantal business managers de bestaande applicaties laat indelen. Hier wordt al snel duidelijk voor welke systemen beschikbaarheid belangrijk is en maatregelen zijn genomen. De systemen blijken veelal enkelvoudig te zijn uitgevoerd en bovendien maken ze allemaal gebruik van een sterk verouderd beveiligingssysteem, dat draait op antieke hardware. Arend adviseert Ivo om de infrastructuur onder drie kernapplicaties dubbel uit te voeren en om het beveiligingssysteem direct te vervangen. Na akkoord van Ivo, bewaakt Arend de uitvoering ervan en besteedt de rest van zijn tijd aan documentatie van de bestaande applicaties, infrastructuur en hun afhankelijkheden.

Voor Goof is de eerste uitdaging om een snelle diagnose te stellen. Als uitgangspunt hanteert hij de vijf hoofdprocessen van COBIT 5, met als startpunt de minimale ‘baseline’5. Deze baseline, bestaat uit een aantal governance-instrumenten waarvan is vastgesteld dat ze een hoge effectiviteit combineren met relatief eenvoudige implementatie. Alle acties van Goof in deze fase zijn te herleiden tot deze ‘baseline’ en zijn als volgt. Goof wil snel inzicht krijgen in de IT-projecten van HMI. Gezien het lage volwassenheidsniveau, stelt hij een eigenhandig een eerste portfolio op en maakt hij een begin met het inrichten van de basale portfolio-managementprocessen. Per project worden status, omvang, risico en beoogde bijdrage in kaart gebracht. Daarnaast wil Goof vaststellen in hoeverre HMI inzicht heeft in de ICT-budgetten en de (oorzaak van) kostenstijging. Ook steunt Goof de CIO in diens campagne om volwaardig lid van de directie te worden. Goof adviseert Ivo bovendien om vanuit diens positie te zorgen voor visie-ontwikkeling op de rol van IT in de medische-apparatuur business. Met betrekking tot projectmanagement stelt Goof vast dat binnen HMI de IT-projecten te weinig systematisch worden aangestuurd. Aldus start Goof met de inrichting van het proces volgens Prince2. Volgens hem moet er een commissie komen op het middenkaderniveau, waar projecten worden geprioriteerd. Met betrekking tot strategische ICT-planning zal Goof op verzoek van Ivo, als vertegenwoordiger van de Nederlandse directie, aanhaken bij de strategische IT-besluitvorming op concernniveau. Goof stemt zijn inbreng in de internationale gremia af met de CIO en de directie en vormt op deze wijze een ad-hoc IT-strategiecommissie.

Optimalisatie en bestendiging (2e fase interventie)

Ivo oriënteert zich in samenwerking met Arend op het bedrijfsbeleid en de strategie van de directie in relatie tot de informatievoorziening. Ivo adviseert de directie met name om de focus te leggen bij vier speerpunten, om aantoonbaar een kostenreductie bewerkstelligen op ICT-kosten. Vanuit deze analyse komen de consultants tot uitgangspunten en randvoorwaarden voor het informatiebeleid. Arend stelt op basis hiervan een informatie-architectuur op. Goof ontwikkelt vervolgens op basis hiervan een bruikbaar besturingsmodel voor de informatievoorziening binnen HMI. Op tactisch/operationeel niveau zet Ivo een reorganisatie in, waarbij in relatie tot het ontwikkelde besturingsmodel van Goof, een betere brug wordt geslagen naar de business 2. Hij start een veranderingsproces binnen de dienst, waarbij een aantal medewerkers wordt omgeschoold tot informatiemanager, social mediaexpert en architect. Op deze wijze wordt gestalte gegeven aan het beleid van versterking van architectuur, innovatie en ‘alignment’. Ivo zet tevens in op meer procesmatig en servicegericht werken binnen de dienst. Met behulp van BiSL wordt de informatiemanagementfunctie zorgvuldig in al haar aspecten belegd, ook de rol voor de aansturing van de externe sourcingpartij. Alle medewerkers van de afdeling ICT en de servicedesk worden in ITIL opgeleid.

In deze fase maakt Arend duidelijk dat architectuur vooral gaat over de toekomst: het richting geven aan veranderingen3. Daarvoor is het belangrijk een visie te ontwikkelen op de toekomstige informatievoorziening. In samenwerking met Ivo en Goof, besluit Arend een aantal workshops te organiseren met verschillende soorten stakeholders in de organisatie, waarin de gezamenlijke doelstellingen worden gedefinieerd en de meest essentiële keuzes worden bepaald voor de toekomst. Daarin wordt bijvoorbeeld vastgelegd in welke mate de Nederlandse vestiging autonoom keuzes kan maken of mee gaat in de strategie en beleid vanuit Japan. Deze visie wordt later uitgewerkt in de vorm van principes die de visie op een gestructureerde en toegankelijke manier verwoordt. Samen met andere medewerkers uit de business werkt Arend de visie uit tot op het niveau van een gewenst ‘applicatielandschap’. Op basis daarvan tekent zich een ‘roadmap’ van noodzakelijke veranderingen af, die geborgd dient te worden in de planvorming. Dit stemt Arend af met Ivo met het oog op het informatiebeleid en de planning. Ook vindt Arend het belangrijk om voor de directie helder te maken dat architectuur geen eenmalige exercitie is en dat het borgen van de keuzes in de besluitvorming belangrijk is. Samen met Goof en Ivo bedenkt Arend daarom hoe architectuur in de toekomst een plaats krijgt in de besluitvorming, waarbij een centrale architectuurstuurgroep een centrale rol zal spelen.

Volgens Goof is het in deze fase tijd voor het verhogen van de volwassenheid van de IT-besturing. Goof besluit om te energie te richten op het aanscherpen van de mandaten en het inrichten van de stuurcyclus op business-IT alignment. Deze zaken stemt Goof nauwgezet af met Ivo. Goof heeft ten tijde van de crisis een stuurgroep op het niveau van afdelingshoofden ingericht, welke de facto alle IT-beslissingen nam. Dit is wat Weill6 een ‘business monarchy’ noemt. Nu het vertrouwen in de IT-afdeling hersteld is, is het niet langer wenselijk dat deze praktijk langer blijft bestaand. Aan de hand van een ‘beslissingsmodel’ van Weill stelt Goof voor om niet alleen de business beslissingen te laten nemen over ICT-projecten, principes en wijzigingen, maar de besluitvorming deels ook bij de afdeling ICT (architectuur, infrastructuur) te beleggen. Door de invoering van het basaal portfoliomanagement is een primair overzicht ontstaan op het gebied van de projecten die de IT-afdeling uitvoert. Om op een hoger volwassenheidsniveau te komen wordt door Goof en Ivo, met ondersteuning van Arend, in overleg met directie, besloten om het portfoliomanagement uit te breiden tot een dashboard dat een integraal beeld geeft van de stand van zaken in de IT-afdeling. Dit dashboard is gebaseerd op de IT Balanced Scorecard4. Het dashboard toont een aantal metrieken op gebruikerstevredenheid, bijdrage aan de business, ‘operational excellence’ en toekomst oriëntatie.

Naar een gemeenschappelijke en succesvolle interventie

In de voorgaande casus is geïllustreerd dat de disciplines Informatiemanagement, Architectuur en Governance veel overeenkomsten vertonen. Allen hebben namelijk tot doel om de informatievoorziening effectief te laten zijn binnen een organisatie. De gemeenschappelijke zorg is de toegevoegde waarde van ICT voor de business, dan wel de afwezigheid ervan in organisaties (business-ICT alignment). Het belangrijkste verschil tussen de disciplines is echter dat zij elk een eigenstandige invalshoek hebben, zo niet een ambachtelijkheid bezitten die de beoefenaars van de vakgebieden kan scherpen in hun professie en werkpraktijk. Zo zal een informatie-architect wijzen op het belang van visie, structuur en overzicht als middel om veranderingen in informatie-voorziening en technologie te kunnen sturen. Een governance consultant zal meer het accent leggen op het bestuurlijk proceskader, wetgeving en de meetbaarheid van de business-ICT alignment. Een informatiemanager of CIO zal zich vooral richten op zijn coördinerende verantwoordelijkheid; het slaan van bruggen tussen de business en de I-kolom. Onderdeel daarvan is de toegevoegde waarde van informatie op zichzelf, de betekenisgeving, processen en menselijk handelen die ten grondslag liggen aan het informatiegebruik, het delen ervan en het benodigde vertrouwen. Een integrale aanpak, of gemeenschappelijke interventie, waarbij Informatiemanagement, Architectuur en Governance elkaar versterken, ligt daarom voor de hand.

Figuur 1: naar een geïntegreerde interventie van de informatievoorziening

Referenties

  1. R. Maes (2007). “An Integrative Perspective on Information Management” in: A. Huizing/E. deVries (red.): “Information Management: Setting the Scene”. Amsterdam Elsevier.
  2. T. Abcouwer, H. Gels, J. Truijens (2006).“Informatiemanagement en informatiebeleid”, Den Haag, SDU.
  3. D. Greefhorst, E. Proper (2011).“Architecture Principles: the Cornerstones of Enterprise Architecture”, Dordrecht, Springer.
  4. Grembergen, W. van and Haes, S. de (2005). Measuring and improving information technology governance through the balanced scorecard. Information Systems Control Journal, vol. 2.
  5. Haes, S. de and Grembergen, W. van. An Exploratory Study into the Design of an IT Governance Minimum Baseline through Delphi Research. Comm. of the AIS, vol. 22, 2008.
  6. Weill, P. Don’t Just Lead, Govern: How Top-Performing Firms Govern IT. MIS Quarterly Executive Vol. 3 No. 1, March 2004.

Opmerking

Je moet lid zijn van Via Nova Architectura om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Via Nova Architectura

Sponsoren

Sessies

15-02: GIA sessie over digitale transformatiespel meer...

Advertenties

Je kunt hier adverteren

© 2018   Gemaakt door Stichting Digital Architecture.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden