NAF interview met Aart van der Vlist

Frank Baldinger en Daan Rijsenbrij, 26 oktober 2012

Introductie van Aart van der Vlist, CIO Nationale Nederlanden bij ING Nationale Nederlanden.

Aart van der Vlist is Chief Information & Technology Officer binnen de directie van Nationale-Nederlanden en onder andere verantwoordelijk voor SAP-implementaties en de IT-splitsing tussen bank en verzekeraar binnen ING. Voor 2005 heeft hij 12 jaar gewerkt bij KPMG Consulting waarvan een aantal jaar als senior partner IT-management in de financiële markten. Van der Vlist heeft diverse studies in IT, EDP Auditing en Consulting gedaan aan de Erasmus - en de Vrije Universiteit. Naast deze activiteiten heeft Van der Vlist zich sinds 1995 beziggehouden met IT-trendwatching, hij is medeauteur van de jaarlijks uitgebrachte bestseller “Trends in IT, op tijd investeren in de juiste technologie”.

Algemene informatie Nationale Nederlanden

Nationale-Nederlanden behoort met ruim 5 miljoen particuliere en zakelijke klanten tot de grootste en meest toonaangevende verzekeraars van Nederland. De combinatie van 6000 deskundige en betrokken medewerkers, goede producten en diensten en een juiste verhouding tussen prijs en kwaliteit stelt ons in staat de beste oplossing voor u, onze klanten, te vinden.

Interviewers: Het eerste onderwerp is ‘Bouwen onder Architectuur’. Het wordt door veel architecten als ‘nog niet volwassen’ gezien. Wat voor verbeterslagen zijn er in jouw organisatie gemaakt en waar kan nog verder verbeterd worden?

Aart van der Vlist: Ik herken jullie bevindingen. Onze architecten zijn inderdaad de afgelopen 10-20 jaar daarmee bezig geweest. Ik werk hier sinds circa 7 jaar en zou verwachten dat het applicatielandschap er als een soort lego-blokkendoos bij lag. Daarbij bedoel ik een goede structuur en het eenvoudig kunnen hergebruiken, toevoegen en verwijderen van blokken. Verder verwachtte ik een goed interface-bus met minder interfaces dan bij point-to-point verbindingen. Ook verwachtte ik een maximaal gebruik van standaard pakketten en weinig maatwerk.

Ik constateer dat onze realiteit anders is. Mijn conclusie kan ook niet anders zijn dan dat ‘Bouwen onder Architectuur’ niet volwassen is.

De volgende vraag is: ‘hoe komt dat dan?’ Ik heb vanuit mijn verleden veel bedrijven als consultant gezien en nu een paar jaren in de rol van CIO.

Mijn conclusie: “de gemiddelde architect heeft defacto te weinig impact op de realiteit van IT-projecten”. Over het algemeen zijn het competente mensen, die meestal ook aardig zijn.

Er blijkt een verschil tussen wat er opgeschreven wordt vanuit de theorie en wat er daarna vervolgens in het project daadwerkelijk mee gebeurt. Daar zit een te groot gat tussen. De oorzaken kunnen gezocht worden in tijdsdruk, andere prioriteiten in de besluitvorming en concessies.

Interviewers: Waarom is de impact van architectuur zo laag? Zijn de architecten niet competent genoeg of is hun positie in de (project-)organisatie te zwak? Of beide?

Aart van der Vlist: De afgelopen jaren zijn we bezig geweest de enterprise architectuurfunctie te verbeteren. De bedoeling was om het architectenteam een stap verder te brengen met als doel: het applicatielandschap te verbeteren. De eerste stap was een groot deel van de architecten over te brengen naar de business units, dat heeft enorm goed gewerkt.

Wij hebben parallel gezocht naar uitbreiding met architecten die een ‘role model’ kunnen zijn. Enerzijds met de juiste competenties voor de aanpak voor een geordend applicatielandschap met technologische vernieuwingen en anderzijds met veel skills om architectuur over te brengen. Dat laatste vind ik misschien wel belangrijker. Iemand die advies- en communicatief vaardig is en verbinding kan leggen met de diverse stakeholders die bij een project betrokken zijn. Een soort halve consultant die in de organisatie verbindend te werk gaat.

Zij moeten impact creëren bij een businessunit met de architectuuronderwerpen die relevant zijn voor de business. Wij hebben slechts een paar enterprise-architecten met dat profiel nodig.

Natuurlijk is de kennis van bijvoorbeeld de legacy-systemen in detail nodig als we gaan migreren. Maar daar zijn de andere architecten/ontwerper/informatieanalisten voor nodig.

Conclusies:

  1. ‘Bouwen onder architectuur’ is nog steeds niet volwassen omdat ik de resultaten ervan (na 20 jaren) onvoldoende aantref.
  2. De skills (vaardigheden in advies en communicatie) van de enterprise-architecten zijn nog onvoldoende om in de organisatie genoeg impact te creëren.
  3. Er is voldoende kennis op detailniveau aanwezig. Maar daarmee red je het niet om een majeure verbeterslag te maken. Daar is veel meer voor nodig op het gebied van vaardigheden (advies, samenwerking, communicatie).

Interviewers: Hoe zou je een majeure transformatie moeten aanpakken? Moet de doorbraak gezocht  worden in de advies- en samenwerkingsvaardigheden van de architect?

Aart van der Vlist: Er zijn een paar trekkers nodig die een stevige hoeveelheid advies- en communicatie-skills in hun bagage hebben, waarmee zij in de organisatie genoeg impact kunnen creëren en daarmee de organisatie in beweging kunnen zetten.

Zij moeten een goede klik hebben bij de business. Dat moet voorop staan, wij verbergen die vaardigheden soms achter structuur en proces, maar de communicatievaardigheden staan voorop als het om succes van grote veranderingen met architectuur gaat.

Er is hier heel veel inhoudelijke kennis aanwezig. Als ik zie wat er hier allemaal opgeschreven is, dan is dat van dusdanige goede kwaliteit dat je het kan publiceren of op congressen kan presenteren. Maar dat brengt op zich niet het momentum dat we in de organisatie nodig hebben voor veranderingen.

Interviewers: Als je ‘bouwen onder architectuur’ vanuit de systeemontwikkeling bekijkt, kun je dan wat zeggen over de processen, competentie en vaardigheden die nodig zijn om vanuit bijvoorbeeld een psa aan de slag te gaan?

Aart van der Vlist: Bij systeemontwikkeling zijn wij aan de proceskant op een goed niveau beland, namelijk CMM level 3. Wij hebben in de afgelopen 5 jaar veel slagen voor procesverbetering gemaakt zoals analyses van de software en het uitvoeren van verbetervoorstellen. Wij zijn nu ook grootschalig met agile/scrum ontwikkeling bezig.

Maar de grootste uitdaging is te halen bij de dieptekennis van de bouwers zelf. Niet zozeer het aspect architectuur zelf, maar bijvoorbeeld de dieptekennis over hoe de pensioenproducten in elkaar zitten. Kennis en overzicht van de hele end-2-end ketens is bij te weinig mensen aanwezig. Het wordt nog extra lastig door de ingehuurde externen, die hier dus maar tijdelijk zijn. Zij bouwen kennis op en gaan weer weg. De aanpak van agile en scrum geeft dan weer de mogelijkheid om de dieptekennis te bundelen. Vanuit de verschillende kennisgebieden op verzekeringsinhoud, applicaties en techniek worden de mensen bij elkaar gezet. Dus ik ben niet zozeer een agile aanhanger vanuit de methodische aanpak, maar wel enthousiast hoe we de dieptekennis voor ‘bouwen onder architectuur’ weer kunnen bundelen. Dat hebben we in de afgelopen jaren gemist.

Interviewers: Jaren geleden zat er veel kennis van de business bij de applicatiebeheerders, omdat die lange tijd vanuit het beheer kennis en inzicht verkregen hadden. Hoe is dat nu?

Aart van der Vlist: Ja, dat is een belangrijk issue. We hebben nu applicatiemanagementgroepen, waar die kennis ligt en verder wordt opgebouwd. De kennis over een proces van een verzekeringsproduct komt tot uiting in zaken als applicatiestructuur, rekenregels, de jobscheduling. Wij zorgen ervoor dat die kennis behouden blijft in het applicatiebeheer. Omdat de meeste grote financiële instellingen de laatste jaren veel gereorganiseerd hebben, hebben die net als wij het probleem de snelheid van veranderingen bij te houden.

Wij krijgen vaak niet de tijd om na een reorganisatie waar proces, functies en fte’s worden bekeken, ook te zorgen dat de kennis over de verzekeringsproducten optimaal behouden blijft. Door de vele manieren van kantelen en het instellen van servicecenters in het verleden, is er dan ook helaas kennis verdwenen.

De borging van de kennis los van aanpak, methodiek, architectuur en processen is een kritieke succesfactor. Daar gaan we nu meer aandacht aan geven.

Interviewers: Hoe zorg jij bij ontwikkelingen met een agile aanpak, dat de architectuur en principes worden geborgd?

Aart van der Vlist: Dat is een belangrijk punt. Als je na een globaal (architectuur-)ontwerp middels vele projecten detailontwerpen gaat maken, loop je een groot gevaar dat over alle agile-projecten heen het geheel niet meer voldoet aan de architectuureisen, die vooraf gesteld waren. Dat los je alleen maar op met goede architecten(-rollen) met voldoende discipline, die in de sprints ook hun poot stijf houden als blijkt dat tegen de principes wordt gehandeld. Agile geeft de mogelijkheid snelheid te maken maar we moeten voorkomen dat door kleine stapjes in iedere scrumsprint het applicatielandschap op de lange termijn gaat divergeren en er een lappendeken ontstaat.

Degene die in het ontwikkelproces de architectenrol heeft, moet gewoon ‘nee’ zeggen als er aan de architectuurprincipes geweld wordt aangedaan.

Interviewers: Betekent dat een aanpak voor een lange termijn architectuur ook met agile en scrum een valide aanpak is?

Aart van der Vlist: Ja, in principe wel. Maar er is een belangrijker element dat de langetermijn aanpak in de weg staat. De wereld verandert sneller dan je kunt bijhouden met een lange termijn architectuur. Er vinden enorme veranderingen zowel binnen als buiten onze organisatie plaats, die wij niet altijd voor de lange termijn kunnen voorspellen. Dan gaat business- en it-alignment in de versnelling en moeten we op onze tenen lopen om de veranderingen bij te houden.

Ik noem vijf voorbeelden:

  1. Via een verandering in wetgeving ten aanzien van het provisiebeleid voor onze tussenpersonen is ons distributiekanaal aan het veranderen. Het applicatielandschap voor de distributieketen verandert daardoor ook, omdat bijvoorbeeld provisieregelingen en de berekeningssoftware veranderd moeten worden.
  2. Na een fase waarin we in Europa synergie hebben gezocht in de IT voor bank- en verzekeringsactiviteiten, is vanuit Europa de eis voor splitsing van ING-bank en ING-verzekeringen gekomen.
  3. De invoering van SEPA (Single Euro Payments Area) in plaats van het IBAN-nummer heeft ook veel aanpassingen tot gevolg. Niet zozeer de veldlengte van een bankrekening runnen voor SEPA, maar ook de verplichting om ook mandaten naar de klant te kunnen rapporteren.
  4. Door de Europese solvency eisen moeten grote aanpassingen in administratie en alle ondersteunde software worden ingevoerd.
  5. Wij verkopen sinds kort ook bankspaarproducten naast pensioenen en schadeverzekeringen. Met core banking applicaties hadden wij in onze architectuur geen rekening gehouden.

De huidige architectuur is op een aantal punten goed gestructureerd met aanpasbare modules. Maar dit soort veranderingen hebben een bijzonder grote impact op de overall architectuur en zijn bovendien niet voor de lange termijn te voorspellen.

Conclusie: De wereld om ons heen verandert veel sneller dan de architecten kunnen voorspellen.

Interviewers: Inspanningen voor lange termijn architectuur en toekomstvastheid zijn bij grote en snelle veranderingen niet handig. Wat is dan wel een goede aanpak?

Aart van der Vlist: Wat dan wel een goede aanpak voor architectuur is, is moeilijk aan te geven omdat de hele IT-markt daarmee worstelt en daar ook geen oplossingen voor heeft. Ook in de fysieke wereld is dit onbeantwoord. Wij hadden een goed gebouwenbeleid. Door de veranderingen in de marktprijzen en de trend van Het Nieuwe Werken, worden plotsklaps andere eisen aan de gebouwen gesteld. Er is nu een trend naar multi-tenant gebouwen. Ook dat had niemand kunnen voorspellen.

Interviewers: Als alle veranderingen binnen en buiten je organisatie kort cyclisch opeenvolgen, is kort cyclisch dan ook het sleutelwoord voor het onderwerp architectuur?

Aart van der Vlist: Dat lijkt geen goed alternatief, want dan weet ik dat over een aantal jaren de lappendeken in ons applicatielandschap groter geworden is. Onze producten zijn bovendien lang cyclisch. Pensioenen en levensverzekeringen moeten over tientallen jaren geadministreerd worden. De meeste grote financieel-administratieve bedrijven zijn niet super wendbaar, omdat ze de historie van 40 jaar met zich meedragen en ook verplichtingen voor de komende 30 jaar hebben.

Er zijn veel pogingen zoals agile architectuur en open architectuur. Mijn mening is dat, bij snelle majeure veranderingen, goede competente en vaardige architecten belangrijker zijn dan een goed doordachte lange termijn architectuur.

Van 1970 tot 2000 is er een redelijk stabiele wereld geweest, waarin lange termijn en toekomstvastheid hand in hand gingen. De afgelopen tien jaar zijn er zoveel veranderingen geweest die elkaar in rap tempo opvolgen, dat ik op zoek ben naar oplossingen voor het dilemma voor de korte en lange termijn overwegingen.

Het is een uitdaging die ook voor het NAF relevant is om verder uit te werken.

Interviewers: Wat kan het NAF in het algemeen voor jou betekenen om de architect en de architectuur verder te professionaliseren?

Aart van der Vlist: Voor wat betreft de architecten, de architectuur en het NAF is het in elk geval van belang dat de architecten kennis kunnen delen en kunnen netwerken met andere organisaties. Wij willen niet het wiel uitvinden, dat elders al draait.

Interviewers: Is er een bijzonder onderwerp wat het NAF kan oppakken om te professionaliseren?

Aart van der Vlist: Jazeker, in de IT is architectuur vaak conceptueel en abstract, ondersteund met veel platen die het ontwerp weergeven. De meeste mensen uit de business kunnen zich niet voorstellen wat dat in de reële wereld voor de beleving voor hun zelf en de klanten gaat betekenen. Die latente behoefte om architectuur te laten beleven door de business is een mooi onderwerp om verder op te pakken.

In de fysieke wereld kunnen gebouwen, wijken en steden met 3D-programmatuur gevisualiseerd worden, zodat je, voordat het gerealiseerd wordt, een gebruikersbeleving kunt meemaken. Vroeger was er in de ING zoiets als een gebruikerslab, waarin (eind)gebruikers met de nieuwe architectuur konden kennis maken door middel van een werkend prototype. Een prototype kan echter wel eens duur uitvallen.

Ook het op de relevante manier visualiseren van de ontwikkelplaten voor de business kan helpen. Maar dat zijn dus niet platen om budget voor nieuwe ontwikkelingen te verkrijgen, maar juist platen om de business meer beleving te geven voor de nieuwe ontwikkelingen. Ook daar komen communicatievaardigheden van de enterprise-architect om de hoek kijken.

Misschien wordt dat nog interessanter in combinatie met agile en scrum, waar de cycli samen met de business korter zijn.

Interviewers: Het NAF heeft een bijzondere toegevoegde waarde voor een aantal bedrijven, die niet (alleen) door opleiding en certificeren de kwaliteit van architecten en architectuur wil verbeteren maar ook door architecten eens bij andere bedrijven te laten kijken en ervaring en kennis te laten delen. Een aantal CIO’s hebben dat in de interviews uitgesproken. Hoe ervaar jij dat?

Aart van der Vlist: Doordat wij vele veranderingen moeten oppakken en in een groot bedrijf werken waar we genoeg kennis kunnen delen, vergeten wij wel eens buiten de deur te kijken.

Bij andere organisaties kijken hoe daar zaken worden aangepakt, is zeer nuttig. Het is beter om over te nemen in plaats van alles zelf te willen uitvinden.

Het NAF is het communicatieplatform, waar je andere bedrijven kunt opzoeken om wat van elkaar te leren.

Naar de pagina State-of-the-Art Architectuur na 2012

Opmerking

Je moet lid zijn van Via Nova Architectura om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Via Nova Architectura

Sponsoren

Sessies

17-04: GIA sessie over data-driven multi-channel marketing meer...

26-04: KNVI sessie over Architecture Mining meer...

Advertenties

Je kunt hier adverteren

© 2018   Gemaakt door Stichting Digital Architecture.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden