NAF interview met Mansour Jouhri

Interviewers: Frank BaldingerDaan Rijsenbrij, 18 oktober 2012

Introductie van Mansour Jouhri, CIO Kamer van Koophandel.

Ik ben een visionair op het gebied van ICT en verandertrajecten en heb ondernemersbloed. Omdat ik niet bang ben de controle een beetje te verliezen, geef ik de mensen om mij heen maximale ruimte zich te ontwikkelen. Daardoor ontstaat er heel veel inspiratie, interactie en innovatie bij de mensen en dat leidt weer tot intelligente informatiestromen. Deze aanpak vraagt het lef om risico s die je onderweg tegenkomt te nemen en te managen. Ik streef er naar alle veranderingen zo makkelijk mogelijk te laten verlopen maar niet alles verloopt altijd vlekkeloos in complexe verandertrajecten.

Algemene informatie Kamer van Koophandel:

De Kamer van Koophandel is een onafhankelijke dienstverlener die zich inzet om ondernemers verder te laten komen met ondernemen. Zij biedt deskundige ondersteuning en informatie aan ondernemers over de volle breedte van het ondernemerschap: van het starten van een bedrijf tot het vinden van een opvolger, en van regionale ontwikkelingen tot internationaal zakendoen.
Met het Handelsregister als bron biedt de Kamer van Koophandel betrouwbare kennis over elk bedrijf en iedere branche. Daarnaast werkt de Kamer van Koophandel mee aan projecten die de regionale bedrijvigheid een impuls geven. 

Algemeen:In 2012 bestaat het NAF 10 jaar en telt meer dan 100 organisaties als lid.

Wij gaan een lustrumboek produceren ‘state-of-the-art architectuur 2012’ en presenteren dat op het LAC 2012. Een aantal onderwerpen die in onze activiteiten voor het NAF –lustrumboek naar voren zijn gekomen willen wij hier bespreken. Daarnaast willen wij jou als CIO van de Kamer van Koophandel vragen om aan te geven, wat jij zelf belangrijk vindt voor de verdere professionalisering van architecten en architectuurproducten.

Mansour Jouhri:Ik zal in dit interview mijn persoonlijke visie op het vakgebied geven als ook mijn visie op de architectuur bij de Kamer van Koophandel

Interviewers:Wij willen van jou graag weten hoe een ‘nuttige architect’ voor jou er uitziet’. Wat voor competenties en vaardigheden zijn voor jou van belang? Is certificering daarbij belangrijk?

Mansour Jouhri:Op dit moment zijn in mijn afdeling twee architecten bezig met een certificeringsopleiding bij een consultancybedrijf. Wat ik van belang vind, is dat iedere architect weet wat er van de performance van het bedrijf wordt verlangd. Dan heb ik het niet over de architectuur die in projecten verder wordt gedetailleerd aan de hand van de referentiekaders. Ik heb het dan veel meer over een architectuur van de organisatie. Het wordt ook wel enterprise-architectuur genoemd. Voorop staat dat de (enterprise-)architect constant de performance van de organisatie verbetert. Hij dient daarbij veel aspecten in zijn analyse mee te nemen, zoals: directie uitspraken over missie en visie, wet- en regelgeving en de uitspraken van linking-pins in de organisatie. Dus niet alleen de IT-aspecten worden beschouwd, maar ook alle andere aspecten die van belang kunnen zijn. Hij moet de consequenties zien voor de Kamer van Koophandel als gevolg van wat de overheid wil en wat het betekent als de burger centraal staat.

Bottom-line moet de architect zich direct richten op de performance van ons bedrijf, bijvoorbeeld uitgedrukt in tevredenheid van de ondernemer als klant.

Niet veel architecten kunnen bij ons op die manier opereren, omdat ze zich hoofdzakelijk op de IT-consequenties richten. Daar zijn ze goed in. Wat ontbreekt is dat hun architectuur-producten ook laten zien wat architectuur aan het geheel bijdraagt.

Interviewers:Hebben de architecten direct contact met de business?

Mansour Jouhri:De architecten hebben in mijn organisatie de vrijheid om met de business direct te overleggen. En dat geldt ook in de andere richting, dus vanuit de business naar de architecten toe. Architecten kunnen vanuit hun eigen visie en een onderwerp dat uitgewerkt moet worden (bijvoorbeeld wijziging in de regelgeving), op hun eigen manier de business benaderen en met hen het onderwerp samen uitwerken.

Dus wat wij verlangen is dat architecten zelfstandig opereren en daarbij het geheel van de bedrijfsperformance niet uit het oog verliezen. Het zelfstandig zijn betekent dat je ook een goede sparring partner voor de business moet zijn. Op zijn tijd neen-zeggen hoort ook bij hun werk. De architect dient ruggengraat te tonen als er aan oplossingen buiten beleid, missie en visie wordt gedacht. Elke keer weer dient de vraag gesteld te worden: wat draagt het bij aan de performance van het bedrijf?

Interviewers:Het klinkt heel volwassen dat de architecten zo’n grote vrijheid hebben. Maar hoe staat het dan met de acceptatie door de business?

Mansour Jouhri:Ik spreek liever niet van acceptatie, maar van de toegevoegde waarde die de architect aan de business levert. Als die toegevoegde waarde blijkt, wordt je vanzelf meer gevraagd om mee te denken met de business. Belangrijke factoren daarbij zijn communicatie en overtuigingskracht.

Architecten weten het soms niet beter dan de business als het gaat om een bedrijfskundige aanpak van problemen/kansen. Zo zijn er beslissingen van bovenaf, waar een architect rekening mee moet houden.

Interviewers:Zijn de architecten voldoende geëquipeerd om om te gaan met de politieke dimensie?

Mansour Jouhri:Ik denk niet dat ze voldoende geëquipeerd zijn. De architecten hebben eigenlijk een brede opleiding nodig die het geheel van overheid, maatschappij en ons bedrijf de Kamer van Koophandel in relatie tot elkaar beschouwt. Dus niet alleen een technisch inhoudelijke opleiding is van belang, maar ook hoe je als bedrijf in een netwerk van stakeholders moet operen.

Dat betekent ook dat je moet bijhouden wat er in de maatschappij gebeurt door het bijhouden van ontwikkelingen in de media en in de opiniebladen.

Om een voorbeeld te noemen ‘data’. Op IT niveau kan je naar data kijken. Dat is veel simpeler als je naar data kijkt met een bedrijfskundige bril. De Kamer van Koophandel draait 50% van haar omzet van € 100 miljoen met informatieproducten. Die informatie is voor een groot deel gratis of tegen kostprijs. Maar als je het privacyaspect bekijkt moeten wij ons steeds weer afvragen, welke informatie voor anderen vrij ter beschikking gesteld kan worden. Dus naast technische aspecten als cloud en open data, verlangen wij van onze architecten dat alle bedrijfskundige aspecten, zoals bijvoorbeeld privacy-wetgeving, worden bekeken.

Binnen ons bedrijf zijn slechts een paar architecten in staat op een universele manier tegen onze onderwerpen aan te kijken.

Interviewers:Hoe worden deze architecten tot dat niveau opgeleid? Komen zij direct van de universiteit of HBO? Of moeten zij een flinke tijd in de praktijk gewerkt hebben om dit werk te kunnen doen?

Mansour Jouhri:De opleidingen op universiteit en HBO zijn onvoldoende ingericht om architecten voor het bedrijfsleven op te leiden. HBO’ers nemen teveel afstand van het bedrijfsleven en beperken zich vaak alleen tot de IT-aspecten. Wat ontbreekt zijn colleges waar managers uitleggen hoe architectuur in het bedrijfsleven is gepositioneerd en wat voor eisen het bedrijfsleven aan de architecten stelt. In een land waar wij nearshoring doen, is de manager van de ontwikkeling verplicht regelmatig college te geven aan de universiteit. Zo vindt de kennisuitwisseling tussen bedrijfsleven en opleidingsinstituten op een goede manier plaats. Dat is in Nederland veel minder het geval.

Ik acht het dus nodig dat architecten veel ervaring hebben en dat zij dus niet alleen feitenkennis hebben vergaard, maar ook veel zaken zelf in de praktijk gedaan hebben. Een brede praktijkervaring en een gevormde persoonlijkheid zijn belangrijk.

Ik zie de waarde van opleiding en certificering dus heel beperkt.

Interviewers:Hoe heb jij de bedrijfs- en informatiearchitectuur bij de Kamer van Koophandel organisatorisch gepositioneerd?

Mansour Jouhri:Informatiearchitectuur speelt bij de Kamer van Koophandel een centrale rol, met name het informatiemodel en de applicatiedata. Het ontsluiten van data voor onze klanten staat voorop.

Wij leveren data aan de klant, en de klant kan bepalen wat de informatiewaarde ervan is.

Informatie wordt gemaakt door de ontvanger. Wij als Kamer van Koophandel zenden alleen data.

Informatiearchitectuur is de leidende laag in het lagenconcept van bedrijfsarchitectuur, informatiearchitectuur en applicatiearchitectuur.

De informatievraag van vandaag is niet de vraag die onze klanten morgen zullen hebben. Hoe je daarop anticipeert, is onze grote uitdaging. De manier waarop Google, als vrije zoekmachine, de markt heeft veranderd, zal ook voor ons consequenties hebben. Door daarmee te zoeken en iteratief je zoekvraag te verbeteren, kom je uiteindelijk aan de data die je wilt hebben. De klant wil niet data halen uit ‘Mijn Merknaam’ en uit ‘Mijn Leverancier’; de klant wil data vanuit verschillende bronnen raadplegen om zelf de informatie te krijgen, die hij op dat moment nodig heeft.

Die manier van werken is nu gemeengoed. Als wij bepalen wat de klant voor vragen stelt, werken we langs de markt heen.

De Kamer van Koophandel moet op die nieuwe manier van werken antwoorden vinden met haar architectuurconcepten.

Mijn persoonlijke visie is dat de tucht van de markt bepaalt wat we moeten leveren. Het is niet digitaal denken, maar het analoge gedrag van de klant waar wij een antwoord op moeten hebben. Als je de burger centraal stelt, moet je de burger ook de gegevens kunnen geven uit verschillende bronnen en niet per silo de burger een vraag laten stellen. De verzorging van data uit een hele keten wordt steeds belangrijker, omdat de markt dat steeds meer vraagt.

Interviewers:In de markt van de trendwatchers wordt wel eens gezegd dat informatiearchitectuur het stiefkindje is van de architectuur. Wat is jouw mening daarover?

Mansour Jouhri:Ja, dat is herkenbaar. Vanuit het bedrijfsprocessenmodel kijk je naar processen, maar met name naar transactionele processen. ‘Bijvoorbeeld als de klant online producten koopt. Als je kijkt naar het domein van ‘zoeken-en-vinden’ is de procesbenadering minder geschikt. De klant bepaalt namelijk welke informatie hij nodig heeft, op het moment dat de klant gaat zoeken. Dat is onvoorspelbaar. En dus kan je de informatiebehoefte vanuit de business niet vooraf modelleren.

Wat wij dus moeten beseffen is dat vragen vooraf onvoorspelbaar zijn. Wij moeten dus geen handelaren in informatie zijn, maar in data. Zoekmogelijkheden voor data, moeten voor de klant veel meer worden uitgebreid.

Interviewers:Het is voor jullie organisatie dus belangrijk om terug te gaan naar het vak van datamanagement van ca. 25 jaar terug.

Mansour Jouhri:Wij zijn handelaren in gegevens aan het worden; dat is onze corebusiness.

Ik zal een voorbeeld geven. Op dit moment kan je bij de Kamer van Koophandel een uittreksel opvragen. Op basis van onze gegevens hebben we als Kamer van Koophandel bepaald dat de data in de huidige vorm als set van gegevens ter beschikking gesteld wordt aan de klant. Nu merken wij dat de klant bijvoorbeeld wil weten wie de bestuurder is van een organisatie en wat voor bevoegdheden hij heeft. De rest van de gegevens wil hij op dat moment niet hebben. Dus wij moeten een menu aan de klant geven met de datavelden die hij op dat moment nodig heeft om informatie te vormen; wellicht wil hij dat ook nog combineren met gegevens uit andere systemen van buiten de Kamer van Koophandel. Door veel technologische ontwikkelingen zoals dataservices, webservices en business-to-business aanpak is onze markt en daarmee de vragen die aan ons gesteld worden, compleet veranderd.

Dat is een bottom-up verhaal en eigenlijk het verhaal van ‘the one’. Het internet is één computer.

Interviewers:Wordt er vanuit de missie en visie van de Kamer van Koophandel ook aan een top-down benadering van dit marktfenomeen gewerkt?

Mansour Jouhri:Ja, en die is zelfs veel breder dan de Kamer van Koophandel alleen. Als je het vanuit de optiek van het stelsel van basisregistraties bekijkt wat we klanten ter beschikking kunnen stellen, is in het handelsregister op een termijn van 5-10 jaar slechts 20% van alle data afkomstig uit de Kamer van Koophandel. De rest is afkomstig uit andere registers, zoals GBA, BAG, etc. Waar je naar toe gaat is het verzamelen van data uit verschillende registers op basis van een actuele vraag van een klant. Ook de rollen van de registers bij de overheid kunnen gaan wijzigen.

Dan rijst natuurlijk de vraag hoe je de kwaliteit van de data kunt garanderen. Als je data tussen de overheidsregisters uitwisselt en je merkt inconsistentie tussen de gegevens, dan moet je actie nemen. Je kunt bijvoorbeeld bepaalde registers leidend maken in de gegevens en van daaruit de kwaliteit verbeteren. De verificatie van de gegevens zou je ook bij de klant kunnen leggen; de aanpassingen worden immers door hem zelf gedaan.

De Kamer van Koophandel groeit in dat geval veel meer naar een self-service concept.

Interviewers:Hoe zou jij de transformatie van de Kamer van Koophandel willen beschrijven?

Mansour Jouhri:De Kamer van Koophandel registreert nu gegevens over ondernemers en stelt een deel daarvan ter beschikking aan derden. In de toekomst verandert de Kamer van Koophandel naar een trust-organisatie in de digitale wereld. We krijgen machtigingen van de toeleverancier van gegevens om ze ter beschikking van anderen te stellen. De juistheid van de gegevens en in hoeverre je de gegevens kunt vertrouwen, is een belangrijk centraal thema daarin.

Interviewers:Zou dat in principe niet voor meer organisaties van toepassing moeten zijn. Bij de Kamer van Koophandel gaat het bijvoorbeeld om bedrijven en gebouwen. Bij andere organisaties gaat het om andere objecten.

Mansour Jouhri:Wij willen als trustorganisatie voorop lopen als vertrouwenspartner in data. Rechtszekerheid is daarbij een belangrijk aspect.

Om dat te bereiken moet wij al onze applicaties migreren. Of zelfs opruimen om ruimte te maken voor de nieuwe manier van opereren, waarbij de klant centraal staat.

Deze visie kent voor- en tegenstanders. De reden om het toch zo op te pakken, is dat de nieuwe generatie is opgegroeid in de digitale wereld van apps, smartphones en tabletcomputers en denkt daardoor anders dan de generatie die is opgegroeid met mainframes en PC’s. Formulieren invullen en handtekeningen zetten moet worden vervangen door apps en trusted partners.

Interviewers:Betekent dat, dat architecten ook vertrouwd moeten zijn met de nieuwe paradigma’s?

Mansour Jouhri:Juist architecten zouden het paradigma moeten begrijpen en uitdragen. De nieuwe generatie klanten en de architecten kunnen een drijvende kracht zijn om tijdig verandering in organisaties teweeg te brengen.

Interviewers:Als je informatiearchitectuur centraal stelt voor het nieuwe paradigma geeft dat niet veel meer mogelijkheden voor de organisatie om wendbaar te zijn?

Mansour Jouhri:Organisaties denken teveel vanuit transacties en veel te weinig vanuit triggers uit hun omgeving. Je zou veel meer vanuit publish and suscribe moeten opereren. Niet vanuit een contract of een abonnement. Maar vanuit de actuele behoefte van een klant wordt iets opgepakt door de klant.

Interviewers:In onze enquêtes en rondetafelsessie is naar voren gekomen dat het ‘bouwen onder architectuur’ nog onvolwassen is. Hoe kijk jij daar tegenaan? Welke verbeteringen hebben jullie doorgevoerd tot nu toe?

Mansour Jouhri:Wij hebben hier ervaring met de psa. Het moet een globale referentie zijn. In het project wordt de pasa door de projectarchitect verder uitgewerkt.

Wij maken gebruik van de scrum-methodiek. In de scrum-sprints wordt voor de stakeholder uit de business gaandeweg duidelijk wat hij precies in detail wil hebben.

Daarmee is de psa pas in detail gereed aan het eind van het traject.

Interviewers:Daarmee wordt de architectuur dus pas aan het einde van het traject in detail bekend. Deze exploratieve methode heeft toch ook risico’s? Voelen de architecten zich daarin wel veilig?

Mansour Jouhri:Dat wendbaarheidskarakter is bij ons een gegeven. Architecten moeten voldoende professioneel zijn om daarin mee te kunnen gaan. De wereld om ons heen verandert tijdens het implementatietraject. Er worden steeds nieuwe wetten in de Tweede Kamer aangenomen. Dat betekent soms nogal wat re-work. Wij kunnen niet met dichtgetimmerde psa werken.

Voordat wij in productie gaan, maken wij wel een complete technische overzichtsplaat van wat is gerealiseerd. Dat heeft het voordeel dat wij er nog naar kunnen kijken en een go no-go kunnen geven. Voor het beheer is een dergelijke plaat nodig om te kunnen accepteren.

Omdat bij ons vele projecten naast elkaar parallel lopen, hebben wij een zware overall sturing over die projecten heen gelegd voor wat betreft platform, database, netwerk etc.

Interviewers:Wat houdt die zware overall besturing voor de projecten in?

Mansour Jouhri:Naast de scrum-methode, welke voor incrementeel ontwikkelen staat, hebben wij een generieke architectuuraanpak welke voor al die projecten uitgangspunt is.

De kaders die meegegeven worden zijn voor de projecten verplichte grenzen, waarbinnen ze zich kunnen bewegen. Als er door omstandigheden architectureel afgeweken moet worden, hebben wij de exception-handeling als mogelijkheid. Er wordt dan wel van buiten het project naar het issue gekeken en een beslissing genomen.

Interviewers:In hoeverre is er dan nog sprake van het niet-volwassen zijn van ‘bouwen onder architectuur’?

Mansour Jouhri:Ik denk dat de agile manier van werken hogere eisen stelt aan de architect in een project. Met name bij continue wijzigingen op het architectuurbeeld dat hij heeft, wordt zijn incasseringsvermogen en zijn competentie tot samenwerken met de ontwikkelaar danig op de proef gesteld.

Interviewers:Wat zou jouw inbreng kunnen zijn om de architect in een dergelijke context beter te laten functioneren?

Mansour Jouhri:Ja, dat is een goede vraag. Ik denk dat wij de groepen verder moeten professionaliseren. Wij moeten de maat nemen aan de (project-)architect, de projectmanager én de ontwikkelaar. Er wordt mijns inziens nog teveel door de projectmanager geëscaleerd over zaken die binnen het project kunnen worden opgelost.

Voorop staat dat ze meer moeten denken aan de principes die gevolgd worden en de doelen die behaald moeten worden. Er ontstaat dan een kwalitatief betere discussie zonder dat men zich teveel verliest in details.

Interviewers:Kan visualisatie daar nog bij helpen?

Mansour Jouhri:Alles wat simpel visueel kan worden uitgelegd, is beter dan veel pagina’s met tekst. In jullie werkgroep Visuele Enterprise Architectuur wordt daar aan gewerkt.

Interviewers:Kan het NAF verder helpen bij de professionalisering van de architect?

Mansour Jouhri:Het NAF kan helpen bij de awareness over bijvoorbeeld ‘bouwen onder architectuur’ door praktijkgevallen nog eens door te nemen. Ook zou het NAF een architectuuraanpak kunnen opstellen waarin agile-ontwikkeling een plaats krijgt. Er is geen architectuur-scrum-framework wat wij kunnen gebruiken.

Een ander onderwerp voor het NAF is langetermijn-architectuur versus kortetermijn-scrumaanpak.

Architecten denken vaak aan een langetermijnaanpak. In hoeverre dat nodig is, moet in direct overleg besproken worden met de business. Wat mij betreft vindt de business-it alignment direct in de scrumsessies plaats. Alweer iets dat zeer hoge eisen aan de vaardigheden van de architecten stelt. Aspecten als assertiviteit, communicatie, zelfvertrouwen zijn daarbij belangrijk.

Interviewers:Architecten gaven in de enquête zelf aan dat zij behoefte hebben aan opleiding in advies- en samenwerkingsvaardigheden. Ligt dat in het verlengde van wat je daarnet vertelde?

Mansour Jouhri:Ja dat is inderdaad nodig. Het is ook mijn taak als CIO om dagelijks de architecten daarin te coachen. Training on the job, maar ook externe opleiding is daarbij welkom.

Interviewers:Waar komt de onzekere houding van sommige architecten vandaan?

Mansour Jouhri:Het ligt in de persoonlijkheid van veel architecten om alles vast te leggen. Ik weet niet waar dat vandaan komt. Soms merk ik een angst om zelf beslissingen te nemen. Als ik in bepaalde zaken betrokken wordt, is men blij als ik de beslissing neem. Ik zou natuurlijk liever hebben dat de projectgroep met de architect zelf beslissingen neemt.

Maar dat gebeurt wel met simpele, maar niet met lastige beslissingen.

Interviewers:Die angst bij architecten om afgerekend te worden, merk je die ook bij applicatieontwikkelaars of infrastructuurontwerpers?

Mansour Jouhri:Neen, bij die groepen merk ik dat veel minder en ik weet niet waar die angst bij architecten vandaan komt. Misschien willen zij teveel perfectionist zijn en die verantwoordelijkheid drukt teveel op hun schouders. De architectengroep die hier werkt zijn voor 80% externen. Ik merk bij allen hetzelfde. Ze zijn allen competent. Er is niets mis met hun kennis. Het zou goed zijn als we een coachingstraject gaan doen, waarbij wij hen de spiegel voorhouden.

Naar de pagina State-of-the-Art Architectuur na 2012

Opmerking

Je moet lid zijn van Via Nova Architectura om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Via Nova Architectura

Sponsoren

Sessies

19-06: KNVI/PLDN sessie over semantische data integratie in de weg- en spoorinfrastructuur 

28-06: LAC summit meer...

15/16-11: Landelijk Architectuur Congres meer...

Advertenties

Je kunt hier adverteren

© 2018   Gemaakt door Stichting Digital Architecture.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden