NAF Interview met Martin Misseyer

Frank Baldinger, 22 augustus 2012

Martin Misseyer heeft zich de afgelopen decennia bezig gehouden met organisatiebesturing, (management)informatievoorziening, business-IT alignment, IT strategie, data-, informatie- en kennismanagement en architectuur- en infrastructuurvraagstukken. Van 1991 tot 2001 was hij als universitair docent verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, sinds 1999 is hij werkzaam bij Ordina als directeur informatiemanagement.

Ordina implementeert strategie in bedrijfsprocessen en ICT. Ordina bedenkt, bouwt en beheert oplossingen voor een duurzame digitale wereld. Samenwerking met haar klanten, partners en leveranciers leidt tot de beste oplossingen. Dit doet Ordina vanuit gespecialiseerde divisies voor consulting, solutions en ICT. Het werkterrein is de Benelux. Daarbinnen biedt Ordina (herhaalbare) oplossingen en kennis voor de markten financiële dienstverlening, overheid, zorg en een aantal specifieke segmenten binnen de industriemarkt. Ordina N.V. is opgericht in 1973 en het aandeel is genoteerd aan NYSE Euronext Amsterdam. Het bedrijf maakt onderdeel uit van de Small Cap index. In 2011 haalde Ordina met ruim 3.000 medewerkers een omzet van ruim EUR 426 miljoen.

Interviewer: Wat is je rol als CIO binnen Ordina?

Martin Misseyer: Ik ben per 1 maart 2012 benoemd tot CIO van Ordina. Daarvoor heb ik 12,5 jaar als management consultant architectuur gewerkt. Intern wordt de rol van CIO “directeur informatiemanagement” genoemd, zowel voor Ordina Nederland als Ordina België/Luxemburg. De verantwoordelijkheid is met name gericht op het applicatielandschap van Ordina, ondersteunende bedrijfsprocessen, besturende bedrijfsprocessen, managementinformatievoorziening en ICT-middelen. Applicatief behoren daartoe o.a. CRM, ERP, vastgoed, bedrijfsmiddelen.

Als CIO is geen verantwoordelijkheid naar externe klanten toe er wordt voor de interne klanten gewerkt. Bovendien is er bedrijfsbrede (interne en externe) verantwoordelijkheid voor de IT-policies, zoals security, informatiebeveiliging, werkplekautomatisering, etc.

De afdeling informatiemanagement bestaat uit ca. 20 FTE. Daarnaast worden bij de Ordina onderdelen (expertise centers) consultants ingehuurd voor applicatie en technisch beheer als ook voor onderhanden projecten voor vernieuwing, verbetering en vervanging. Deze bezetting varieert en behelst maximaal enkele tientallen FTE’s.

Interviewer: Wat zijn de hoogtepunten of uitdagingen in je werkveld?

Martin Misseyer: Een mooie uitdaging is het werken voor een ICT-organisatie met domeinen als consulting, business solutions, outsourcing met een bemensing van duizenden consultants. Die hebben heel veel interessante visies, ideeën en meningen over het ICT-werkveld. Er ontstaan daadoor scherpe discussies over wat de diensten, behoeftes en ontwikkelingen zijn. Maar we willen natuurlijk zoveel mogelijk geld buiten verdienen. Intern worden kosten scherp afgewogen op noodzaak/wenselijkheid en op terugverdientijd en houdbaarheid. Eigenlijk niet anders dan voor iedere andere eindgebruikerorganisatie. In onze werkwijze volgen we TOGAF/ADM om onze diensten te definiëren.

In het NAF-project “State-of-the-art Architectuur” zijn met enquêtes, rondetafelsessie en diepteonderzoeken knelpunten vastgesteld [1]. We willen kijken of door jou de knelpunten herkend worden.

Interviewer: Knelpunt 1 “Bouwen onder Architectuur is nog steeds niet volwassen”

Martin Misseyer: Ja, interessante vraag. Dat herken ik, omdat ik jarenlang als managementconsultant/architect bij klanten heb gewerkt. Dagelijks heb ik dat kunnen ervaren. Bovendien heb ik als bestuurder met een sterk inhoudelijke achtergrond, dat op dit ogenblijk vanuit een ander invalshoek kunnen bekijken. Wat dit punt betreft is er geen wezenlijk verschil tussen externe klanten en de interne organisatie van Ordina. Het is niet alleen een kwestie van de methodische aanpak verbeteren. Het gaat ook om de context in de gaten te houden. Je kunt systeemontwikkeling vanuit diverse perspectieven bekijken. Ten eerste vanuit ontwerp/ programmeren en invoeren. Ten tweede vanuit dialoog en converseren: selectie van pakketten en het aanpassen van bijv. ERP-pakketten. En ten derde vanuit bijv. management–informatie implementaties: convergeren en maatwerk implementeren.

Vanuit ieder perspectief kan je een profiel van handwerk, denkwerk en doe-werk nodig hebben. Je moet per geval bewuste keuzes maken en de benodigde vaardigheden erbij uitzoeken. Daardoor vermijdt je dat een mooie plaat aan het begin van de ontwikkeling, op het eind door de gebruiker niet meer herkend wordt.

Het kader van de methodieken en standaarden is één kant. De dagelijkse contacten met je klant/gebruikers en het inlevingsvermogen levert mogelijk meer aan het volwassen maken van “Bouwen onder Architectuur”, omdat het de afstand verkleint. Dat is de andere kant van het vakgebied. Als je producten door de klant gebruikt worden, is dat het eigenlijke succes. Het tussentijds interactie zoeken met de klant/gebruiker/beheerder is een voorwaarde voor het succes van “Bouwen onder Architectuur”. De context moet je in de gaten blijven houden; daardoor verklein je de afstand met je omgeving. Daardoor werk je aan duurzaamheid, aan iets wat gebruikt wordt. Een goed product hoeft niet altijd mooi te zijn; het moet door de gebruiker met plezier gebruikt worden. Dan is het een goed product.

Interviewer: Knelpunt 2 “Architecten hebben een sterke behoefte aan opleiding in advies- en samenwerkingsvaardigheden.

Martin Misseyer: Bij de systeemontwikkelingdiscipline kan je vanuit verschillende perspectieven naar het werkveld kijken: klassiek programmeren, converseren met de klanten, en het management voor managementinformatievoorziening. Voor het ene perspectief heb je meer advies- en samenwerkingsvaardigheden nodig dan voor de andere. Door de juiste vaardigheden vermijd je cultuurverschillen. De architect moet een mix tussen engineer en communicator zijn.  Het gebruik van bijvoorbeeld de kleuren van de Caluwe [2] kunnen hierbij prima helpen.

Ik herken dat architecten behoefte hebben aan opleidingen op het gebied van de advies- en samenwerkingsvaardigheden, maar zich daar niet altijd duidelijk over uitspreken.

Hoe ik praktisch met dit fenomeen om ga, is bijvoorbeeld als volgt: aan het begin van een groot verandertraject van een managementinformatiesysteem, wordt vanaf dag één, een (architectuur-)plaat opgehangen. Dat lijkt een beetje hard en blauw, maar dat is het helemaal niet; wat we daarmee beogen is, dat tijdens het verloop van het project wijzigingen worden aangebracht en daarmee ook de voortgang en het toegenomen inzicht zichtbaar gemaakt wordt. Visueel maken van wijzigingen en voortgang helpt enorm bij het delen en bediscussiëren van de informatie tussen de projectleden en hun directe omgeving.

Ordina maakt veel raamwerken voor solutions en heeft verschillende assessment-methodieken. Toen ik startte als CIO, heb ik gevraagd om zo’n raamwerk te gebruiken om een assessment te maken van het huidige kernapplicatielandschap. De zwakke en sterke schakels werden daardoor inzichtelijk gemaakt. Belangrijk is om op een objectieve wijze, te weten wat wel en niet goed functioneert. In het assessment is het van belang dat de betrokkenen, van stakeholder tot en met senior user en van architect tot en met beheerder, hun mening erover geven. Ieder vanuit hun eigen perspectief. Om vervolgens dat te delen en uit te wisselen. Dat versterkt de gedachte “bezint, eer je begint”.

Op dit moment merk ik, het resultaat van deze activiteit: bestuurders en ook de medewerkers van mijn team, zijn content met deze vorm van informatie verzamelen.

Bij Ordina zijn opleidingen goed geregeld (Ordina Academy). Zowel harde als zachte opleidingen verzorgen we zoveel mogelijk zelf, maar we werken ook samen met een aantal externe opleiding- en certificeringbureaus.

Als een architect, die heel veel met verschillende doelgroepen aan de slag gaat, behoefte heeft aan een opleiding in advies- en samenwerkingsvaardigheden, wordt daar volmondig ja op gezegd. Het is wel een investering, maar draagt uiteraard bij aan de waardecreatie van de architecten in mijn afdeling.

Bij grotere projecten zou je inderdaad kunnen overwegen om een heel team naar een teambuildingscursus te sturen. Maar natuurlijk alleen als ze daar zelf behoefte aan hebben.

Interviewer: Uit de NAF-enquête bleek, dat business-, informatie-architectuur en alignment tussen business en IT door architecten als “nog niet volwassen” worden gezien. Is dat ook jouw perceptie?

Martin Misseyer: Ja, vanuit mijn 20+-jarige ervaring met de alignment tussen business en IT herken ik dat. We gebruiken een aantal standaards/methodieken voor dat domein. Logisch, we willen in ons vak naar (landelijke, internationale) standaardisatie toe. Maar zover is het nog lang niet. In onze praktijk mag je een methodiek nooit als “wet van meden en perzen” zien. Het gaat om de waardecreatie, die de aanpak teweeg brengt. Het verstandig toepassen van een methodiek kan je een heel eind brengen. Keuze voor het stempel onvolwassen of volwassen, is daarom lastig.

In bepaalde domeinen waar weinig standaardisatie wordt toegepast, zijn de huidige aanpakken/methodieken en het pragmatisch toepassen ervan “volwassen genoeg”.

De organisatie waar alles op orde gebracht is met methodieken, standaards en architectuurproducten bestaat niet. Het blijft een wereld met mensenwerk.

Een alternatief is om meer best-practices en use-cases met elkaar te delen. Ook het verzamelen en delen van informatie, kennis en lessons-learned kan veel opleveren.

Misschien is het een optie voor een vervolg- of diepteonderzoek of een NAF-werkgroep. Het volume van een aantal cases vergroten en met betrokken architecten die het delen met anderen levert veel op. Uiteraard is daar een rol voor het NAF weggelegd. Dat is meteen de brug naar de volgende vraag.

Interviewer: Professionalisering van de architect: wat kan het NAF de komende jaren daaraan bijdragen?

Martin Misseyer: Praktisch voorbeeld is de NAF-website. Die is puur gericht op het geven van informatie. Het speelt weinig in op de mogelijkheden om in de community interactief met het vakgebied om te gaan. De inrichting van Via Nova Architectura, waar een het NAF een nauwe band mee heeft, is dan ook een goede richting. Baldinger stelt: het is een digitaal leveranciersonafhankelijk communicatieplatform voor meerdere IT-beroepsgroepen. Eigenlijk is het neergezet in analogie met het (fysieke) Landelijk Architectuur Congres.

Het uitnutten van een dergelijk platform door meer kennis te delen en interactief bijv. met interviews (zoals dit interview) white papers, gast blogging, filmpjes met use-cases, etc. aan de slag te gaan, levert veel op. Prima dat VNA daarbij ook opengesteld is voor de andere architectuur- of IT-beroepsgroepen, stelt Misseyer. 

Een andere leuke ontwikkeling zou kunnen zijn, dat het NAF naast haar twee prijzen (landelijke architectuur prijs en de NAF-penning) meer variatie aanbrengt. Bijv. een publieksprijs of het “ICT-architectenbureau van het jaar”.

Dat geeft erkenning voor het werk dat architecten doen. En het stimuleert de architecten om meer hun werk te etaleren. Het feit, dat sommige organisaties terughoudend zijn met het geven van informatie over hun architectuur, begrijp ik heel goed vanuit de gedachte van zelfbescherming.

Het geven van een colloquium in de vorm van een serie NAF-insights, lijkt een goede uitbreiding om kennis nog meer te delen. Het NAF wil niet op de stoel van de leveranciers zitten en is afhankelijk van onbetaalde vrijwilligers; dat maakt het niet gemakkelijk, stelt Baldinger. Maar het is toch een goede tip voor het NAF om verder uit te werken.

Als voorbeeld van een onderwerp, dat zich daarvoor leent kan ‘big data” genoemd worden, zo stelt Misseyer. Je wordt dan als architect vanuit verschillende perspectieven meegenomen door de presentatoren en begeleiders. Het kan over de onderliggende technologie gaan. Of over de businesswaarde voor een telco of een bank. Een dergelijk thema is wellicht aardig om op die manier op te pakken. Aan het eind kan samengevat worden in een publicatie, white paper of dergelijke.

Voor mijzelf is een webinar veel praktischer, zo stelt Misseyer. Ik ben niet in staat om veel events van een hele of halve dag, bij te wonen. Door deze technologie, kan ik kiezen welk gedeelte van de informatie ik wil zien en horen (bijv. 10 minuten uit een event van een halve dag).

Afsluitend stelt Misseyer, dat Ordina op het NAF op diverse manieren wil ondersteunen, zoals bijvoorbeeld: het gratis faciliteren van ruimte voor sessies/werkgroepen/events.

Baldinger dankt de heer Misseyer voor de tijd van dit interview.

Referenties

  1. State-of-the-Art Architectuur na 2012
  2. Denken over veranderen in vijf kleuren, prof. dr. L.I.A. de Caluwé, artikel in tijdschrift M&O, 1998

Sponsoren

Sessies

15-02: GIA sessie over digitale transformatiespel meer...

19-03: NAF Insight met Jeanne Ross meer...

Advertenties

Je kunt hier adverteren

© 2018   Gemaakt door Stichting Digital Architecture.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden