Peter Hermans, Chief Architect Eneco

Daan Rijsenbrij, dinsdag 03 november 2009

Als Chief Architect - vanuit het CIO office - is Peter werkzaam op het snijvlak tussen business en IT.
Zijn huidige taak omvat enterprise architectuur, applicatieportfolio management en het zorgen voor de adequate IST-SOLL roadmaps. Zijn uitdaging is de hieraan verbonden thema’s duidelijk op de agenda van de onderneming te laten zetten, en daadwerkelijk de gewenste verandering op gang te krijgen en te kunnen (bij)sturen.
Voorts is hij vanuit het CIO office actief als Quality Assurance manager bij grote businessprogramma’s en zorgt voor de adequate informatie vanuit de IT-strategy die een afgeleide is van de ondernemingsstrategie.

Enkele actuele businessthema’s:


  • De introductie van nieuwe marktmodellen in de energiesector. Hierbij zal IT-ondersteuning een cruciale rol spelen.


  • De splitsing van Eneco in drie kernbedrijven: een netbeheer bedrijf, een energieleverancier en (bij Eneco) een infrastructuur aannemersbedrijf . Deze splitsing vergt een complexe ontvlechting van het applicatielandschap van de ruim 500 applicaties.


  • Het bepalen van de impact op de IT van nieuwe businessmodellen die gaan ontstaan als gevolg van duurzame decentrale energieopwekking in de energiesector.


  • De positionering van IT als business enabler.


In 2007 heeft Peter met enkele collega’s de Enterprise Architectuur van Eneco geformuleerd. Vervolgens is in 2008 de IST situatie daarop gemodelleerd (ook financieel), een plateauplanning ten behoeve van de roadmaps ingevoerd waarin de continue Business-IT alignment is geborgd en een applicatieportfolio strategie opgesteld.
In 2008 en 2009 heeft hij een plan opgesteld voor de IT-unbundling in het kader van de afsplitsing van het netwerkbedrijf.

In zijn vorige architectuurbaan bij KPN heeft hij een SOA-gebaseerde enterprise architectuur opgesteld. Als programmamanager EAI was hij bij KPN de grondlegger van het integratiecentrum.


Daan: “Hoe definiëren jullie architectuur bij Eneco?”


Peter: “Een uniforme formele definitie wordt niet echt gehanteerd. Binnen Eneco wordt de DYA-benadering gevolgd: businessarchitectuur (producten, processen), informatie architectuur (functies en gegevensverzamelingen) en technische architectuur (systemen, netwerken).

Het werken met architectuur zien we eigenlijk als een proces:


  • het opstellen van een gewenste architectuur (stip aan de horizon),


  • de interactie met de stroom van businesswensen in de scoping fase die tot projecten leidt en waarvoor een PSA wordt opgesteld en


  • een implementatie fase waarin vanuit een QA benadering wordt veilig gesteld dat ook echt wordt geïmplementeerd wat is afgesproken.”


Daan: “Hoe omschrijf jij voor niet-IT’ers wat jij doet bij Eneco op architectuurgebied?”


Peter: “Een ook door mij veel gehanteerde metafoor is ‘stedenplanning’ of ‘ruimtelijke ordening’.
Iedereen snapt dat je geen chemische fabrieken in woonwijken moet aanleggen of snelwegen dwars door natuurgebieden. Daarom worden er bestemmingsplannen gemaakt.
En uiteraard is er ook een welstandscommissie actief die toetst wanneer een businessproject ergens ‘een huisje’ gaat bouwen of dat past in het plan.”


Daan: “De welstandscommissie kijkt ook naar het uiterlijk van een bouwsel, de uitstraling. Besteden jullie expliciet aandacht aan de wijze waarop applicatiefunctionaliteiten overkomen bij de eindgebruiker? Ik bedoel of de applicatie de arbeidssatisfactie verhoogt?”


Peter: “Niet expliciet. De zorg dat een applicatiefunctionaliteit bijdraagt aan de arbeidssatisfactie ligt meer bij de business (specificeren van de eisen), het ontwerpteam in de IT organisatie en de wisselwerking tussen beiden”


Daan: “Hoe belangrijk is architectuur voor Eneco?”


Peter: “Architectuur is essentieel voor Eneco. Zoals bij veel grote bedrijven is ook het huidige IT-landschap van Eneco niet ontworpen, maar organisch gegroeid met als gevolg de beruchte spaghettistructuren. Dit belemmert flexibiliteit en beweeglijkheid, waardoor er nogal wat ‘lock in’ kosten waren. Met alle huidige en komende veranderingen in de energiesector, is het vermogen om te kunnen bewegen cruciaal. Dat wordt ook vanuit de Raad van Bestuur onderkend en dat is ook de directe aanleiding geweest voor het starten van het programma ‘visie architectuur’ in 2007. In 2008 en 2009 is dit vervolgens het fundament geweest voor het IT-ontvlechtingsplan.”


Daan: “Hoeveel mag architectuur kosten in termen van menskracht en managementaandacht?”


Peter: “Ik zou de vraag zo niet willen stellen. Architectuur mag best wat kosten, maar essentieel is dat het architectuurproces gaat werken zoals ik al eerder aangaf. En daar zijn geen grote groepen architecten voor nodig die dikke inhoudelijke rapporten produceren. Het kunnen interacteren met de business is het belangrijkste en als dat lukt blijft ook het management echt wel bij de les.”


Daan: “Is de Raad van Bestuur geïnteresseerd in architectuur?”


Peter: “De Raad van Bestuur is daadwerkelijk geïnteresseerd omdat zij groot belang hecht aan het vermogen om te kunnen bewegen. Zij ziet dat de huidige IT-landschapstructuur dat belemmert. En vanuit de afbeelding van de applicatieportfolio op de enterprise architectuur ziet zij de geïdentificeerde dubbels, waardoor mogelijke plaatsen voor kostenreductie zichtbaar worden. En, in kostenreductie zijn zij natuurlijk ook geïnteresseerd.”


Daan: “Hoe heb jij de noodzaak van architectuur ‘verkocht’ aan het businessmanagement en de Raad van Bestuur?”


Peter: “Eigenlijk niet. Als de pijn te groot wordt, ontstaat de behoefte vanzelf. Wel hebben we de pijn meer expliciet zichtbaar gemaakt.”


Daan: “Dit is een zeer krachtige benadering. Jij laat ze zelf de conclusie trekken door hen te helpen hun eigen situatie duidelijker te kunnen (over)zien met behulp van architectuurvisualisaties.
Wat zijn de onderwerpen die jij hiervoor hebt gevisualiseerd?”


Peter: “Allereerst het IT-landschap in haar totaliteit ten behoeve van de samenhang en het overzicht. Daarnaast ook specifieke vraagstukken die gerelateerd zijn aan de IT-ontvlechting. Ook hebben we architectuurvisualisaties gemaakt om de veranderingen in de tijd weer te geven (roadmaps)”


Daan: “Gebruiken jullie ook architectuurvisualisaties om de vraagstukken rond business-IT alignement duidelijk te maken aan het businessmanagement?”


Peter: “Ja zeker, ik zou zelfs willen stellen dat visualisatie één van de belangrijkste instrumenten is van een professionele architect. Het brengt overzichtelijk in beeld wat de samenhang is. Met tekst valt het gebrek aan samenhang niet of nauwelijks voldoende duidelijk te etaleren.”


Daan: “Welke Eneco-specifieke architectuurprincipes heb jij onderkend? Op welke strategische uitgangspunten zijn die gebaseerd?”


Peter: “Strategisch uitgangspunt is geweest het komen tot drie onafhankelijke zelfstandige (kern)bedrijven: Eneco (energiebedrijf), Stedin (netbeheerbedrijf) en Joulz (infrabedrijf).
Bij het opstellen van de enterprise architectuur hebben we de business van Eneco gemodelleerd op een wijze die hiermee in lijn ligt, en wel in vijf businessrollen, te weten Supply, Trade, Generation (allen energiebedrijf), Transport (netbeheer bedrijf) en Infra (infrabedrijf).
Hierbij hebben we als architectuurprincipe een ’role based’ architectuur als uitgangspunt genomen, of te wel volledige ontkoppeling tussen deze vijf rollen.” Dit principe hebben we van toepassing verklaard op data en applicaties, infrastructuur is (vooralsnog) geshared. Dit laatste in tegenstelling tot NUON en Essent (waar infra ook ontkoppeld is). Binnen de architectuur hebben we een aantal informatiedomeinen gedefinieerd, gebaseerd op sterke koppelingen binnen een domein en zwakke koppeling tussen domeinen. Daarnaast zijn deze domeinen vanuit businessoptiek zodanig gekozen, dat sprake is van eenduidige business sturing: consolidatie/kostenreductie versus groei/investering”


Daan: “Welk groots architectuurconcept heb jij geïntroduceerd bij Eneco?”

Peter: “Het bovengenoemde ‘role based’ architectuurconcept, gecombineerd met de eTOM-concepten (een procesmodel van het Telecom Management Forum ‘TMF’ voor telecom providers) die ik uit de Telecom wereld meebracht, heeft geleid tot de enterprise architectuur van Eneco. Het betreft in wezen een simpele basiskaart, vijf rijen ‘businessrollen’ versus vijf kolommen ‘bedrijfsfuncties’. Op deze kaart zijn vervolgens meerdere mappings/views te maken zoals: functies, data, applicaties, projectenkosten en verantwoordelijke afdelingen. Simpel uitlegbaar en iedereen ziet zijn plek.”


Daan: “Welke zijn die vijf businessrollen en die vijf bedrijfsfuncties?”


Peter: “De vijf businessrollen (corresponderend met de business portfolio) zijn, zoals ik al aangaf, Supply (levering aan eindklant), Trade, Generation, Transport en Infra. De bedrijffuncties zijn: CPLM (customer & product life cycle management), billing, energymanagement, assetmanagement en enterprise management. Van belang is onderscheid te maken tussen energymanagement en assetmanagement. Net als bij de telco’s enkele jaren geleden is het van belang onderscheid te maken tussen het beheer van je spullen (assets) en het beheer van de producten/diensten (energielevering) die je met je assets levert. Dit onderscheid te hanteren wordt ook bij elektrisch autorijden (e –mobility) in de toekomst erg belangrijk; afrekenen van de dienst (energielevering) wordt ontkoppeld van de aansluiting”.


Daan: “Welke soorten architecten onderscheidt Eneco?”


Peter: “Eneco hanteert het demand-supply model. Aan de businesszijde bevinden zich de businessarchitecten en de informatiearchitecten, aan de IT-zijde hebben we de informatiearchitecten, solution architecten en technische architecten. Vanuit Corporate IT wordt dit aangevuld met enterprise architecten.”

Daan: “Dus er zijn zowel informatiearchitecten aan de businesszijde als aan de IT-zijde. Wat is het verschil in hun werkzaamheden/werkgebied?”


Peter: “Er zijn wat accentverschillen vanuit de benadering (business of IT-organisatie), fundamentele verschillen in werkgebied zijn er niet. Dit betekent tevens dat men moet samenwerken in plaats van ‘paaltjes slaan’ tussen business en IT”


Daan: “Ik begrijp dat enterprise architecten ondernemingsbreed opereren. Waar ligt hun accent dan op?”


Peter: “Correct. Enterprise Architecten opereren ondernemingsbreed en richten zich voornamelijk op business aspecten, informatiearchitectuur aspecten en applicatieportfolio strategie”

Daan: “Eneco en jouw vorige werkgever KPN zijn beide nutsbedrijven. Welke strategische uitgangspunten en architectuurprincipes hebben zij daardoor overeenkomstig?”

Peter: “KPN is uiteraard geen nutsbedrijf meer en Eneco (leveranciersbedrijf) ook niet meer. Het zijn commerciële ondernemingen die het gevecht met de concurrent aangaan omwille van de gunst van de klant. Het gehele proces waar KPN de afgelopen decennia doorheen is gegaan, herken ik ook in de energiesector: ‘back to the future’ zeg ik wel eens. Veel strategische uitgangspunten - zoals ‘de klant centraal’ - en architectuurprincipes uit de Telecom-wereld zijn ook in de energiesector van toepassing. Wel is, naar mijn oordeel, in energiesector de impact van overheidswetgeving veel groter en die wetgeving is niet altijd in lijn met wat je vanuit een zuivere architectuur zou willen.”


Daan: “Kan jij expliciet wat architectuurprincipes noemen die bij Eneco en KPN hetzelfde zijn?”


Peter: “Enkele voorbeelden:


  • met betrekking tot data is de eis dat van ieder gegevenselement er slechts een master is


  • we hebben principes met betrekking tot integratie binnen de serviceoriëntatie (SOA en BPM)


  • we hanteren duidelijke domeinen in de informatiearchitectuur”


Daan: “Kan jij wat duidelijker zijn over de impact van de wet- en regelgeving op jullie architectuur? Wat bedoel jij dat dat een zuivere architectuur tegenwerkt?”


Peter: “In een gesplitst energiebedrijf (leverancier en netbeheerder) is door de wetgever bepaald dat bij slimme meters de netbeheerder verantwoordelijk is voor het ophalen van de ruwe meetdata. Die biedt hij vervolgens aan de leverancier aan. Die voert de validatie uit en levert de gegevens terug aan de netbeheerder ten behoeve van het opmaken van de factuur naar het energiebedrijf voor allocatie/reconciliatie. Alsof je bij Albert Heijn vraagt of de klanten zelf de kassa willen aanslaan. En dit soort processen zie je dus in de architectuur tot uitdrukking komen”


Daan: “Zou de architectuur van ondernemingen in de energiesector ter zijner tijd moeten voldoen aan de NORA (Nederlandse Overheid Referentie Architectuur)?”


Peter: “Nee, ik vind de NORA nog onvoldoende expliciet hiervoor. Tevens ontbreekt in de NORA een duidelijke architectuurgovernance. Uiteraard zijn de in de NORA gehanteerde SOA-concepten met betrekking tot serviceoriëntatie wel van toepassing, maar die zijn wat mij betreft niet NORA-specifiek.”


Daan: “Maakt Eneco gebruik van specifieke technologieën die een speciale invloed hebben op haar architectuur?”

Peter: “Niet echt. Wel is het zo dat specifieke businesskarakteristieken van invloed zijn op de architectuur en de invulling daarvan. De beschikbaarheid van een energie trade platform en een SCADA omgeving ten behoeve van de aansturing van centrales zijn veel crucialer dan bij voorbeeld een standaard CRM applicatie. Dat zie je in de architectuur wel terug.”


Daan: ”Hoe zie je dat in de architectuur terug? Beïnvloed SCADA de administratieve en bestuurlijke omgeving vanuit een architectuuroptiek?”

Peter: “Vandaag de dag zijn technische en administratieve automatisering nog redelijk gescheiden (net als bij KPN een aantal jaren geleden). Met de opkomst van ‘smart grids’ en de businesstransformatie naar ‘decentraal duurzaam’ waarin klanten ook zelf energie gaan opwekken en soms aan het net gaan terugleveren, zullen in de toekomst beide werelden nauw met elkaar verweven worden. Daardoor zal uiteindelijk een gehele nieuwe set van monitoringapplicaties nodig zijn.
Die verandering zien we nu al in de architectuur van de toekomst”


Daan: “Als IT een businessenabler is, neem ik aan dat de technologen en innovators de ideeën verstrekkers zijn voor de Chief Architect. Alleen de Chief Architect kan immers de architecturele haalbaarheid van die ideeën overzien. Klopt dat?”

Peter: “Ja, maar het omgekeerde is ook waar. Echte innovatie vindt meestal buiten de ‘mainstream’ plaats. Als chief architect bewaak ik wel dat bij de IT-landschapsontwikkeling het later snel en eenvoudig invoegen van een succesvolle innovatie mogelijk is. Daarnaast kijk ik vanuit een IT-optiek naar de business en signaleer ik kansen. Uiteindelijk gaat het om informatiegeneratie, informatieverwerking en informatiedistributie rondom het basale energieproduct (gas en elektriciteit). Daarin zit een groot deel van het onderscheidend vermogen naar de markt.”


Daan: “Interessant. Heb jij een voorbeeld hoe je vanuit de IT een businessinnovatie hebt aangedragen? En welke architecturele facetten zaten daaraan?”

Peter: “Een voorbeeld: Vanuit architectuur streven we naar modulariteit, ontkoppelbaarheid en herbruikbaarheid. Binnen Eneco zijn we doende deze principes ook bij productmanagement te introduceren, zodat op termijn snel nieuwe samengestelde producten opgebouwd kunnen worden uit standaard productcomponenten (met daarachter standaard processen en standaard IT-services). Die vervolgens naar de markt kunnen worden gebracht. Voor marketing zijn dit redelijk nieuwe concepten. Wij denken steeds in de volgorde: ‘markt; product; proces’ ”


Daan: “Ik neem aan dat jij een grote fan bent van SOA, gezien het feit dat jij SOA topic-expert bent bij Computable. Kan jij in conceptuele zin de essentie van SOA uiteenzetten.”

Peter: “Allereerst is het een paradigmaverschuiving van applicatiecentrisch denken naar servicecentrisch denken. Daarnaast worden businessprocessen niet meer ‘hardcoded’ vorm gegeven in onderling verbonden applicaties, maar zit de verbinding een dimensie hoger, namelijk in het businessproces zelf door middel van BPM. Overigens gaan we er vanuit dat op termijn een businessproces niet meer upfront wordt gemodelleerd, maar dat het businessproces ontstaat middels (rule based) orkestratie op het moment dat er een (extern) event optreedt (event driven architecture)”

Daan: “Welke rol speelt SOA in het Business-IT alignement probleem?”


Peter: “SOA biedt een mogelijkheid om het gesprek tussen business en IT te faciliteren. De business geeft haar processen vorm en inventariseert van daaruit de gewenste services. IT levert de gewenste services vanuit het achterliggende applicatielandschap. Door de ontkoppeling via services kan zowel de business als IT zich op haar eigen core business richten. Voorheen, toen processen waren vervlochten in applicaties, was dat nauwelijks mogelijk. Punt is wel dat de SOA-Governance goed dient te worden ingericht wil dit samenspel ook echt zo gaan werken.”


Daan: “Je hoort sinds begin dit jaar, zelfs van Gartner, nogal wat geluiden dat SOA ‘over de hill’ is of in Gartner-termen over de ‘peak of inflated expectations’ in hun hypecycle benadering. Wat is jouw commentaar daarop? Denk jij dat SOA toch een blijvertje is en waarom?”


Peter: “De verwachtingen over SOA waren enkele jaren geleden overdreven groot, opgeklopt tot hype-proporties. Dat is nu wel over, echter de beweging naar serviceoriëntatie is blijvend en zal verder doorzetten. Interoperabiliteit in businessketens neemt toe, ook dankzij internet. En middels serviceoriëntatie voorkomen bedrijven dat zij zich isoleren van de buitenwereld.”


Daan: “Hoe heb je met SOA de ‘adaptiviteit’ bij Eneco geregeld? Heb jij een separate filosofie over ontkoppelpunten?”


Peter: “In het IT-ontvlechtingplan van Eneco is voor ieder kernbedrijf een eigen integratielaag voorzien waarmee deze adaptiviteit naar de buitenwereld wordt geregeld.”


Daan: “Ruim een jaar geleden zijn jullie gewisseld van externe serviceprovider. Ik heb een paar jaar geleden een artikel geschreven met als titel ‘Outsourcing zonder architectuur is als autorijden zonder autogordel’. Oftewel je kunt wel outsourcen zonder een architectuurstudie, maar dat lijkt hoogst onverantwoord. Als er een ongeluk gebeurt, kan de klap zeer grote gevolgen hebben.
Hebben jullie je eigen architectuureisen geëxpliciteerd alvorens jullie die overstap van provider hebben gemaakt?”


Peter: “Ja, een architectuurvisie is een integraal onderdeel van het outsourcingstraject. We hebben architectuureisen opgesteld, zowel technisch als functioneel. Die architectuureisen zijn opgenomen in de ‘request for proposal’ en vervolgens zijn daar afspraken over gemaakt in de contracten. De uiteindelijke architectuur is ontstaan in dialoog met de serviceprovider.”


Daan: “Waren jullie architecten dus pas betrokken bij de RfP of ook al eerder? Spelen jullie architecten ook een rol in de verdere levensloop van de outsourcingsrelatie?
Hierbij hanteer ik de volgende fasering: besluitvorming over de mogelijkheid/wenselijkheid van follow-up sourcing, selectie van de providers (RfI, RfP, BAFO, Due Dillegence), transitie, transformatie, leveren van diensten en onderhoud daarop, en wellicht beëindiging/overstap naar een andere provider?”


Peter: “Architecten waren vanaf het begin bij het traject betrokken en blijven betrokken in de servicedelivery en innovatie.”


Daan: “Wat is de waarde van architectuur bij outsourcing?”

Peter: “Dat is moeilijk in geld uit te drukken. Flexibiliteit en modulariteit zijn uitgangspunten voor onze business, dus die eisen stellen we ook aan het back office van onze serviceprovider.”


Daan: “Bij een outsourcingdeal zijn vaak adviesbureaus betrokken als mediator. Dienen zij ook architectuurkennis in te brengen?”


Peter: “Als zij kennis meebrengen, is dat mooi meegenomen. Wij hanteren de zienswijze dat een uitbesteding pas succesvol kan zijn, als je zelf in staat bent de regie te voeren en daarvoor de kennis zelf in huis hebt. Architectuurkennis hoort daar absoluut bij omdat het direct verbonden is met de beweeglijkheid die de business wenst.”


Daan: “Welke specifieke architectuurprincipes zijn van toepassing bij jullie outsourcing?”


Peter: “Afspraken over netwerksegmentering, netwerkstorage, en utility based computing.”


Daan: “Hebben jullie architectuurprincipes overgenomen van de provider?”

Peter: “Over bovenstaande onderwerpen hebben we met de provider in onderling overleg afspraken gemaakt en vastgelegd in de SLA’s.”

Daan: “Ik vind de combinatie van Chief Architect en Quality Assurance manager uitermate interessant. Persoonlijk zie ik een grote overeenkomst tussen een architectuur en een kwaliteitssysteem. Voor beiden geldt dat ze expliciet dienen te zijn vastgelegd, daadwerkelijk begrepen moeten worden door de toepassers (en stakeholders) en aantoonbaar dienen te worden toegepast.
Kan jij deze drie fasen ook bij jullie architectuur onderscheiden? En hoe heb jij geborgd dat het ook zo loopt?”


Peter: “Zoals ik eerder aangaf, zien wij drie fasen:


  1. Allereerst op basis van de businessstrategie het vaststellen van een (enterprise ) architectuur.


  2. Vervolgens bij scoping van de businessprojecten zorgdragen dat de architecturele invulling van het project past in de overall architectuur. Hiervoor dient de Project Start Architectuur (PSA), die door solution architecten wordt opgesteld en die een tollgate deliverable is.


  3. Ten slotte, vanuit een QA rol (die vanuit het CIO office overigens breder is dan alleen architectuur) bewaken en toetsen of de implementatie geschiedt zoals is afgesproken.”


Daan: “Wat zie jij als de belangrijkste producten van een architectuurtraject?”


Peter: “De zes belangrijkste architectuurproducten zijn voor mij:


  • Een explicitering van businessuitgangspunten die relevant zijn voor architectuur.


  • Een richtinggevende enterprise architectuur in de dimensies: producten, processen, functies en gegevens.


  • Een accuraat en actueel beeld van de IST situatie op het gebied van de applicaties.


  • Een heldere applicatieportfolio strategie.


  • Roadmaps die aangeven hoe de architectuur kan worden geïmplementeerd.


  • Governance-afspraken wie doet wat, als noodzakelijke voorwaarde om rol bewust te kunnen samenwerken aan gemeenschappelijke doelen.”


Daan: “Welke tools gebruikt Eneco in het architectuurproces?”


Peter: “Binnen Eneco wordt voornamelijk gebruik gemaakt van case-wise. Voor communicatiedoeleinden gebruiken we eenvoudige architectuurvisualisaties die gemaakt worden met powerpoint en visio.”


Daan: “Welke rol speelt architectuur bij de splitsing?”

Peter: “De organisatie splitsen is één, het IT-landschap ontvlechten is twee.
In opdracht van de Raad van Bestuur zijn wij eind vorig jaar gestart om in kaart te brengen wat Eneco te doen staat. Dat was een inhoudelijk georiënteerde klus gericht op het in kaart brengen van de problematiek, als ook de uitdaging om het onderwerp op de agenda krijgen binnen Eneco. Dat laatste was een uitdaging omdat de energiesector dit voorjaar volop was gefocust op de invoering van nieuwe marktmodellen (programma stroomopwaarts van de energiesector in Nederland).
Daarna, na een tussenrapportage begin maart, werd de focus verlegd naar het gaan scopen samen met de business van de vele programma’s met duidelijkheid over deliverables, tijdslijnen, geld, besturing, risico’s en afhankelijkheden. Veel energie is gestoken in ‘de business in de lead krijgen’ om te vermijden dat het als een IT-feestje werd gepercipieerd. Half september zijn deze plannen in de Raad van Bestuur goedgekeurd en inmiddels is de uitvoering opgestart.
Bij alle bovenstaande activiteiten speelde architectuur een belangrijke, soms impliciete rol.”

Daan: “Welk architectuurproject vergt op dit moment jouw hoogste aandacht?”


Peter: “Het IT-ontvlechtingsvraagstuk zoals hierboven beschreven. Dat vraagstuk behelsde de subvragen ‘wat staat ons te doen’ en ‘hoe gaan we het doen’. Daaraan heb ik invulling gegeven, niet zozeer als de expert die het bedenkt en dan uitdraagt, maar veel meer vanuit een interactie met vele betrokkenen. De oplossing van ‘hoe te doen’, ontstaat in dat interactieproces. De functie van chief architect is zeer communicatie intensief.”

Daan: “Wat boeit jou persoonlijk in het architectuurvak? Ik begreep dat jij een fan bent prof. Thijs Homan (organisatiedynamica aan de Open Universiteit). Kan jij daar iets dieper op ingaan?”


Peter: “Zoals al blijkt uit dit interview is architectuur weliswaar inhoud, maar uiteindelijk gaat het om de juiste bewegingen te creëren zodat je qua architectuur uitkomt waarnaar je streeft. Dat creëren van die beweging heeft niets met inhoud te maken, maar alles met verandermanagement en het begrijpen van de dynamiek in een organisatie. Thijs Homan beschrijft in zijn boek ‘Organisatie Dynamica’ op een zeer treffende wijze hoe dat werkt. Wat mij betreft verplichte literatuur voor iedere architect.”


Daan: “Wat doe jij voor jouw eigen verdere ontwikkeling als architect (éducation permanente)? Ik begreep dat jij onder andere een SIOO-cursus volgt? Kan jij iets zeggen over jouw motivering daarvoor?”


Peter: “Momenteel volg ik de opleiding ‘In de Wind’ bij Sioo die opleidt tot de Certified Management Consultant (Europees geaccrediteerde titel: CMC). Nogmaals, het gaat er niet om over architectuur veel te weten, maar om met die kennis de juiste bewegingen te creëren in de organisatie. En dat is puur verandermanagement.”


Daan: “Welke werkrelatie is er tussen jou als Chief Architect en de CIO?”


Peter: “Als Chief Architect rapporteer ik direct aan de CIO. Daarnaast heb ik in het verleden als zijn plaatsvervanger geacteerd.”


Daan: “Wat zou jij junior architecten adviseren op opleidingsgebied?”


Peter: “Lijkt me gezien wat ik eerder aangaf duidelijk: het gaat om mensen in beweging te krijgen.”

[PDF]

Opmerking

Je moet lid zijn van Via Nova Architectura om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Via Nova Architectura

Sponsoren

Sessies

19-06: KNVI/PLDN sessie over semantische data integratie in de weg- en spoorinfrastructuur 

28-06: LAC summit meer...

15/16-11: Landelijk Architectuur Congres meer...

Advertenties

Je kunt hier adverteren

© 2018   Gemaakt door Stichting Digital Architecture.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden