Het Rode Koningin Principe, dat is de titel die Vincent H. zijn publicatie op LinkedIn Pulse meegaf (4 oktober 2015). Lezing ervan maakt één ding zomaar helder: we zijn met z’n allen, of we het nu leuk vinden of niet, in een soort super-transitie(fase) terechtgekomen. We leven in een wereld die zowel tot-en-met uitdagend is als ook, met gevoel voor understatement, nogal verwarrend. De strekking van H.’s verhaal: onze oude en vertrouwde wereld (ordelijk, stabiel, lineair, …), de wereld van het “panoptisme” is bezig te verdwijnen; de wereld van het “holoptisme” is emerging.

Veel van de verschuivingen die de auteur opdist zijn niet (gloed)nieuw; over een aantal hoorden we al wel eerder:

  • Van menselijke naar machinale communicatie.
  • Van binnen het eigen (organisatie)verband tot ver over welke grens dan-ook-maar heen.
  • Van eigen vertrouwde waarheid (éénspraak) naar wereldwijde meerspraak en tegenspraak.
  • Van eigen bronnen/bestemmingen naar legio bronnen/bestemmingen – overal ter wereld.
  • Van stabiel en gedocumenteerd proces naar fragiel en niet of nauwelijks te documenteren proces.
  • Van trage overzichtelijkheid naar toenemende compressie van tijd en gebeurtenissen.
  • Van fysieke menselijke en face-to-face communicatie naar digitaal-gevarieerd.
  • Van papieren informatie via postkoets naar gigaveel-en-nog-meer-bits op lichtsnelheid en op wereldschaal.
  • Van één voor één en herhaalbaar naar alles tegelijk in steeds weer nieuwe volgordes/samenstellingen.
  • Van informatie-massaproductie voor velen naar de eenmaligheid voor het tijdelijke (organisatie)verband (mass customisation).

En nu, nu zijn veel processen zo beweeglijk, zo fijnmazig geworden…, zijn veel stapjes zo klein “geworden, dat zelfs afzonderlijke data-objecten geraakt worden.” En in het verlengde daarvan: “Digitale samenwerking leidt […] tot dataverrijking. Informatie A + informatie B wordt informatie C, maar die verrijkte data past vervolgens niet meer terug in de oude legacy IV omgeving.”

H. signaleert een verandering waarbij:

  • De beweeglijkheid, de dynamiek zo groot is geworden dat zelfs de “afzonderlijke data-objecten geraakt worden”.
  • Verrijkingen niet langer mogelijk/nuttig zijn als resultaat van massaproductie; nee, ze zijn keer op keer anders en uniek; ze passen m.a.w. “niet meer terug”.

Het lijkt er m.a.w. op dat we qua transitie op een punt zijn aangeland, waar het niet (veel) kleiner kan. Of … of toch? En dan moet zelfs de entiteit er aan geloven?! Ja, inderdaad, het lijkt er sterk op dat ook het data-object-zoals-wij-um-kennen niet aan de transitie-bijl ontsnapt!

En dan moeten we informatie niet langer vanuit een enkel perspectief organiseren/modelleren, maar stelselmatig, d.w.z vanuit voldoende gevarieerd perspectief. Stelselmatig dus, of, zo je wilt, systematisch. Want zolang we entiteiten blijven ontwerpen en bouwen zoals we dat altijd hebben gedaan – d.w.z. vanuit de optiek van het enkele, geïsoleerde probleem van een enkel, geïsoleerd verband van mensen voor een enkele, geïsoleerde combinatie van processen… zolang denken en werken we nog steeds volgens de principes van panoptisme. En dat werkt steeds slechter, want, zo geeft de auteur ons te verstaan: de wereld draait – unstoppable – door richting holoptisme.

Vanuit multi-perspectief denken-en-doen en o.bv. stelselmatige organisatie van informatie creëren we stabiele entiteiten die weer een hele tijd meekunnen. Entiteiten waarmee we informatie op de situationele maat van het moment kunnen leveren. En daarmee creëren we weer een stevige ondergrond waarop tal van spelers simultaan, in volst vertrouwen en onvermoeibaar de wildste situationele capriolen kunnen maken. Iedere keer weer anders. Er gaat een geheel nieuwe, situationele wereld voor objecten open.

Weergaven: 204

Reactie van Ad Gerrits op 4 Januari 2016 op 11.43

Even zitten piekeren waar de genoemde ontwikkelingen nou precies "data-entiteiten" raken. Persoonlijk zie ik de uitdaging vooral zitten bij het beter maken van "diensten" (die vaak data-gerelateerd zijn) om 'wilde situationele capriolen te kunnen maken'. In arch/data termen: het betreft meer maken van meer en betere views dan dat de onderliggende entiteiten fundamenteel wijzigen. Op het niveau van data-entiteiten kom ik niet veel verder dan bijv. linked-data als wezenlijke toevoeging. Ben dus nog even zoekende wat 'de situationele wereld voor objecten' inhoudt.

Reactie van Jan van Til op 4 Januari 2016 op 20.33

Ad, dank je wel voor je reactie.

Je geeft aan dat je "dus nog even zoekende" bent naar, zeg maar even, object-in-situ. Ikzelf ken geen enkel object dat zich niet in een situatie bevindt. Jij wel? Wanneer je zo eens in het wilde weg om je heen vraagt naar wat bijvoorbeeld een leiding (object) is, krijg je, als je de vraag aan P personen K keer stelt (met steeds enige tussentijd) ongeveer P*K essentieel verschillende antwoorden. Dat levert, lijkt me, een heleboel situationeel verschillende objecten op. Omdat de beweeglijkheid, de dynamiek inmiddels zo groot is geworden (vandaag de dag moet iedereen met iedereen overal zinnig over kunnen praten - wie denkt de IT wel niet dat ze is om daarin nog beperkingen te kunnen opleggen?!) worden daardoor ook de “afzonderlijke data-objecten geraakt". De tot op heden toegepaste truc van de IT om een strakke, enkelvoudige en eenduidige definitie voor iedereen te kunnen afdwingen ... werkt niet meer. Het nieuwe antwoord is zoiets als dat je objecten steeds situationeel en temporeel tot stand brengt. En dat vergt een heel andere organisatie van informatie. Je voelt wel aan: dat is zo fundamenteel ànders dan hoe-we-het-nu-doen dat je echt bij de data moet beginnen en niet bij de diensten (die eigenlijk altijd data-gerelateerd zijn), zoals jij suggereert.

Opmerking

Je moet lid zijn van Via Nova Architectura om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Via Nova Architectura

Sponsoren

Advertenties

Je kunt hier adverteren

© 2019   Gemaakt door Stichting Digital Architecture.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden