Erwin Oord

Eens in de zoveel tijd ontdek je dat iets waar je al jaren dagelijks mee werkt, nog niet al zijn geheimen heeft prijsgegeven. Iets dat volstrekt logisch lijkt en dat dus nooit tot nader onderzoek heeft uitgenodigd, blijkt ineens helemaal niet zo vanzelfsprekend. Laatst had ik zo’n moment toen ik in gesprek was met een vakgenoot.

Wat was er aan de hand? Ik had een applicatielandschap getekend. Je weet wel, een redelijk eenvoudig werkproduct met blokjes die applicaties voorstellen en lijntjes die aangeven waar informatie tussen de applicaties wordt uitgewisseld. Mijn vakgenoot attendeerde mij op een blokje met de woorden: “die hoort daar niet thuis, want dat is toch infrastructuur?” Na een korte pauze antwoordde ik: “Dat is inderdaad een infrastructureel element, maar dat is nog geen reden hem te verwijderen!” Dat leidde even tot een glazige blik, maar vervolgens ontspon zich een levendige en buitengewoon interessante discussie die ons beider blik verruimde. De vraag was op welke architectuurlaag een element met een duidelijk infrastructureel karakter thuishoort. De applicatielaag of de infrastructuurlaag? Of wellicht op beide?

Mijn visie is dat de term infrastructuur niets zegt over de laag waarin een element thuishoort. Er is dus geen infrastructuurlaag. Het bezorgen van post door de voormalige PTT kun je bijvoorbeeld beschouwen als een infrastructurele dienst op de businesslaag. Infrastructureel betekent dan dat het gaat om iets dat generiek van aard is, ontwikkeld voor een grote diversiteit aan toepassingen en gebruikers en veelvuldig hergebruik. De verzameling aan infrastructurele diensten op de businesslaag vormt dan de ‘businessinfrastructuur’. Analoog kun je spreken van de applicatie-infrastructuur en de technische infrastructuur. Veel architectuurmodellen lijken hier niet consistent in te zijn. Zo levert volgens ArchiMate de applicatielaag applicatieservices, maar levert de technologielaag infrastructuurservices. Dat suggereert dat technologie synoniem is aan infrastructuur, maar wat betekent dan de term ‘technical infrastructure domain’?

Een prachtig voorbeeld van infrastructuur op de applicatielaag is een kantoorautomatiseringspakket zoals Microsoft Office of Open Office. Een generiek softwarepakket geschikt voor een grote diversiteit aan toepassingen en gebruikers. Dat is overeenkomstig de aard van de meeste elementen op de technologielaag. Die bestaan immers vooral uit kant-en-klare apparaten of operating software. Dat verklaart wellicht deels de verwarring: technologie is bij uitstek infrastructureel van aard. En dat is een groot goed, want het maakt die technologie zo flexibel toepasbaar en betaalbaar. Echt grote architectuurproblemen vinden dan ook zelden hun oorzaak in de technologielaag.

Daar ligt meteen de relevantie van deze discussie. Want als infrastructuur geen architectuurlaag is maar alleen een categorisering, dan biedt dat mogelijkheden om op alle architectuurlagen actief te zoeken naar infrastructurele oplossingen om kosten te verlagen en flexibeler te worden. Zoals drinkwater, elektriciteit en aardgas vroeger voor de gemiddelde Nederlander onbetaalbaar waren, kosten ze nu vrijwel niets omdat het infrastructurele voorzieningen betreft. Hetzelfde geldt voor mobiele telefonie. En het proces van ‘infrastructuralisering’ gaat voortdurend verder. Secretaressediensten en zelfs management zijn inmiddels als gestandaardiseerde dienst verkrijgbaar. Nu nog de architectuurfunctie! 

Weergaven: 147

Opmerking

Je moet lid zijn van Via Nova Architectura om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Via Nova Architectura

Sponsoren

Advertenties

Je kunt hier adverteren

© 2019   Gemaakt door Stichting Digital Architecture.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden