Van rommeltje naar stelselmatig informatieverkeer

Misschien… misschien blijft het wel altijd een rommeltje rondom informatie-uitwisseling. Ik probeer het u uit te leggen. Stel: drie partijen, A, B en C willen onderling informatie uitwisselen rondom een bepaald begrip, zeg X. Elk van de drie partijen heeft, uiteraard, een eigen idee over X. Er zijn verschillen; er zijn ook overeenkomsten in betekenis-van-X. Met een zgn. Venn-diagram [1] laat zich dat heel aanschouwelijk uittekenen:

 De overeenkomst in betekenis in betekenis voor A, B en C ‘zit’ helemaal in het centrum van de drie cirkels: dat kleine ‘driehoekje’ in het midden. En de meer en mindere verschillen in betekenis-van-X ‘zitten’ keurig netjes verdeeld over de overige, omliggende partjes in het diagram.

Dan gebeurt er iets Hoogst Merkwaardigs. Die zo ordelijk samenhangende betekenisdistributie wordt alom als een… rommeltje, als onwerkbaar ervaren. En welhaast automatisch – zonder enige vorm van discussie of kritiek – wordt die zo ordelijk samenhangende betekenisdistributie weggemoffeld en zoekt men gedreven naar één uniforme betekenis-van-X.
Als dat ‘evenwichtig’ lukt, komt er een gemiddelde betekenis-van-X uit de bus die – per definitie – geen van de partijen past. Meestal is één van de partijen echter dominant en dringt haar eigen betekenis aan andere deelnemers op. En ook dat vertrekpunt is verre van ideaal voor duurzame en/of vruchtbare samenwerking.
Er zijn natuurlijk meer varianten-tot-uniformering te bedenken, maar waar het steeds op neer komt is dat betekenis van informatie… Absoluut verondersteld wordt. In alle gevallen streeft men immers naar één absolute geldige betekenis-van-X voor alle partijen. En in al die gevallen kan geen van de individuele partijen er mee werken – laat staan onderling samenwerken! Dat gebeurt in de praktijk dan ook niet. Nee, in de dagelijkse praktijk werkt iedere partij gewoon door volgens de eigen opvattingen over X. Alleen de IT-systemen werken ‘consequent’ volgens de afgesproken uniforme betekenis-van-X. En niemand die zich er druk over maakt. Niemand! Is dat niet Hoogst Merkwaardig? Ja, zelfs Verontrustend?!

En daarom… daarom denk ik dat het eigenlijk altijd wel een rommeltje zal blijven rondom informatie-uitwisseling. Of het ook anders kan/moet, vraagt u? Ja, dat kàn! En, ja, dat móet naar mijn idee ook! Hoognodig zelfs. Maar om de één of andere reden komt zo’n boodschap (nog) niemand gelegen. Ik probeer het u uit te leggen.

Laten we het aantal partijen eens fors uitbreiden: we voegen de partijen D t/m Z toe. Daarmee neemt het aantal cirkels in het Venn-diagram flink toe en wordt dat kleine vlakje – helemaal in het midden – steeds kleiner. En het duurt natuurlijk niet lang voordat het centrum helemaal leeg en betekenisloos is. Logisch: hoe meer partijen rondom X, hoe meer geldige betekenissen voor X, hoe minder volkomen overeenkomst in betekenis voor X resteert. Het aantal reële betekenisnuances (de omliggende partjes) neemt daarentegen behoorlijk toe.

Laten we dat lege centrum nu eens opvatten als de, zeg maar even, as van een fietswiel: Als de spil waaromheen alle meer en mindere verschillen in betekenis-van-X soepel ‘draaien’ en tegelijk ook hun eigen vaste plek hebben. Op die manier erkennen we voluit alle afzonderlijke, deels verschillende/overeenkomende betekenissen en houden we ze tegelijk ordelijk samenhangend bij elkaar rond die X-as. Betekenis van informatie zien we niet langer als absoluut (lees ook: uniform verdeeld over het hele fietswiel), maar als contextueel: wat X precies betekent, hangt af van haar positie in het verband van het fietswiel (het precieze partje in het Venn-diagram). Zoals we in het Venn-diagram al zagen, zo zien we ook in het fietswiel de betekenisdistributie rondom X (de X-as) ordelijk samenhangend weerspiegeld.

En het is natuurlijk zonneklaar dat waar partijen verschil in betekenis van X hanteren… ze wat die verschillen aangaat niet kunnen communiceren/samenwerken. Uitwisseling van dergelijke informatie is ronduit zinloos. Partijen kunnen alleen samenwerken – tot zinvolle uitwisseling van informatie komen – daar waar betekenis onderling overeenkomt, dus voor zover zij eenzelfde betekenis-van-X hanteren.
Het zal duidelijk zijn dat elk mogelijk samenwerkingsverband een eigen en uniek deel van de totale, ordelijk samenhangende, betekenisdistributie van X aanspreekt. Anders gezegd: elk samenwerkingsverband kent een eigen, unieke overeenkomsten/verschillen-mix m.b.t. X.

Gangbare methoden voor informatiemodellering kunnen daar niet mee uit de voeten. Logisch, want die zijn gegrond op absolute, geüniformeerde betekenis van informatie. Het is precies om die reden dat kwalitatief àndere methoden voor informatiemodellering Noodzakelijk zijn. Methoden die verschillen en overeenkomsten in betekenis – de betekenisdistributie, zeg ook maar – in één model ordelijk samenhangend tot uitdrukking kunnen brengen.

Zo’n denk- annex doe-stap, van uniform naar betekenisdistributie, zeg maar even, blijkt reuze moeilijk. Begrip, aanvaarding en vervolgens ook toepassing van zo’n kwalitatief nieuw inzicht geeft gedoe en onzekerheid. Vraag maar aan Galileï en Copernicus. Liever dan nieuw inzicht te omarmen, aarzelen we, net als de kerk destijds, en blijven we doormodderen met oude en vertrouwde ideeën annex ‘proven technology’.

En daarom… daarom denk ik dat het eigenlijk altijd wel een rommeltje zal blijven rondom informatie-uitwisseling. Maar ondertussen kàn het al wel ànders! Ik probeer het u uit te leggen.

Er bestáát ten minste één methode voor stelselmatige informatiemodellering: Metapattern [2]. Met Metapattern modelleert u elke X zodanig dat elke willekeurige partij, A tot en met Z, en elk willekeurig samenwerkingsverband van partijen onderling betekenisvol hun situationele versie van X kunnen uitwisselen. Ook bestáát er een implementatie in software voor Metapattern: Knitbits [2]. Het kàn dus al wel anders. We kùnnen al aan de slag met stelselmatige opzet van ons informatieverkeer.


Noten:
[1] Zie bijv. Wiki: http://en.wikipedia.org/wiki/Venn_diagram.
[2] Zie voor verdere doorverwijzing naar Metapattern en Knitbits bijv. de korte bijdrage op Information-Roundabout: http://information-roundabout.eu/articles/metapattern/.

Weergaven: 903

Reactie van Erik Vermeulen op 30 Maart 2012 op 23.12

Een andere manier om naar hetzelfde probleem te kijken is om niet het begrip maar de mensen die met elkaar willen / zouden moeten communiceren centraal te zetten (bv. in een informatieruimte) en vervolgens de verbindingen tussen deze (groepen van) mensen te tekenen. Binnen een ruimte delen mensen dezelfde context en is het met een beetje geluk dus wat minder rommelig (dat hangt natuurlijk wel een beetje af van de opgeruimde aard van de bewoners). En als ze naar buiten kijken dan snappen ze vaak wel dat ze daar aan de andere kant van het venster een hele andere kijk op de zaak (het begrip) hebben; al hebben ze daar dan niet altijd begrip voor.

Reactie van Jan van Til op 1 April 2012 op 9.44

Erik,

Ja, je kunt “hetzelfde probleem” vanuit verschillende perspectieven bekijken. Als ik jou goed begrijp, zie je “het begrip” en “de mensen die met elkaar willen / zouden moeten communiceren” als twee van zulke perspectieven. Mijn idee daarover is echter die twee perspectieven onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Daarom moeten ze evenwichtig in samenhang in ogenschouw worden genomen. Waar het naar mijn idee steeds om behoort te draaien is dat… Mensen elkaar Begrijpen. Ongeacht de hoeveelheid (digitale) technologie die ‘ertussen zit’. Als dat lukt… is er sprake van Human Interoperability. Secundair daarbij is of die mensen zich in dezelfde informatieruimte bevinden of via kijk-/toonvensters met elkaar in verbinding staan. De grote verdienste van informatieruimten (a la Van Rees) is, wat mij betreft, dat ze de opgeblazen aandacht voor technologie imploderen tot lijntjes tussen informatieruimten zodat aandacht zich gaat richten op Mensen die elkaar Begrijpen; op Human Interoperability dus – nogmaals.

En precies dat breng ik in mijn blog voor het voetlicht: Mensen (partijen A, B, C, …) die elkaar Begrijpen (betekenis-van-X). Het Venn-diagram laat zo onmiskenbaar en bijna tastbaar reëel Menselijke Betekenisdistributie zien. Betekenisdistributie waar IT tot op de dag van vandaag nog altijd niet mee om weet/wenst te gaan. Van ordelijke Menselijke Betekenisdistributie maakt IT keer op keer een rommeltje. En daarom… daarom blijft informatie-uitwisseling misschien wel altijd een rommeltje.

Reactie van Erik Vermeulen op 1 April 2012 op 15.35

Jan, helemaal eens: Het gaat erom dat mensen elkaar begrijpen ongeacht de technologie.

Waarmee ik niet wil zeggen dat technologie de mensen niet een handje mag helpen; er was destijds vast een goede reden om post aan duivenpootjes te knopen. Je moet alleen uitkijken om de technologie los te koppelen van het gebruik ervan. Mensen met heel verschillende interesses en achtergronden weten elkaar bijvoorbeeld prima te vinden op de diverse social media. Hierbij moet ik wel opmerken dat de social media zich over het algemeen ook niet bezig houden met de betekenis van de communicatie (dat is aan de gebruikers).

Het rommeltje waar je aan refereert is relatief. Door een goed ontwerp van de informatieruimte, waar de 'bewoners' centraal staan zullen de mensen die zich in deze ruimte begeven sneller tot wederzijds begrip komen. Methoden die niet de gebruiker maar het begrip (bv. de objecten / feittypen / entiteiten / concepten / klassen) centraal stellen zijn van nature rommeliger (ontwerpers van databases uitgezonderd); ongeacht of ze de begrippen koppelen aan de verschillende betekeniscontexten.

Reactie van Jan van Til op 1 April 2012 op 21.19

Erik,

Daarover zijn we het gelukkig eens: het draait om Mensen die elkaar Begrijpen. Punt. Daar komt vandaag de dag (veel) technologie bij kijken. En, ja, ook mee eens, er is (stevige) wisselwerking tussen Mensen die elkaar Begrijpen enerzijds en technologie die daarbij/voor wordt ingezet anderszijds.

Technologie dient als Hulpje voor Mensen die elkaar Right The First Time willen Begrijpen. Daartoe moet de bedoeling (Betekenis) van elke informatie-zender (een Mens) door technologie ongestoord en maximaal duidelijk worden overgedragen aan elke informatie-ontvanger (een Mens). Technologie zelf heeft niet zoveel (niets eigenlijk) met betekenis van doen. De zender stopt zijn bedoeling via informatie in technologie. Technologie zorgt voor overdracht ervan. De ontvanger gebruikt technologie om uit de ontvangen informatie de bedoeling van de zender af te leiden.

De grote vraag is: Hoe doe je dat... hoe stop je je bedoeling van geval tot geval nu voldoende precies in informatie - zodanig dat de ontvanger ervan maximaal wordt geholpen bij het reconstrueren van de bedoeling van de zender. Het gaat immers nog altijd om Mensen die elkaar Begrijpen. Kortom: Human Interoperability. Aan de beantwoording van die vraag kom jij met informatieruimten a la Van Rees (nog) helemaal niet toe. Vergis ik me?

Wat IT op grote schaal - en onbewust! - doet, is de zo overduidelijk aanwezige en ordelijk samenhangende betekenisdistributie (lees: Begrips-nuances voor Mensen die elkaar willen begrijpen) van informatie (zie Venn-diagram) los-scheuren uit die natuurlijke samenhang en als losse autonome en absolute brokjes aan van alles en nog wat 'vastplakken'. Aan informatieruimten bijvoorbeeld. Of aan interfaces. Of domeinen. Of ... you name it. En zo huppelt IT domweg en zonder het zich bewust te zijn voorbij aan de van nature zo ordelijk samenhangende betekenisdistributie zoals die bij uitstek tussen Mensen die elkaar willen Begrijpen geldt.

Het resultaat? Vanuit het perspectief van het ordelijk samenhangende Venn-diagram: een rommeltje! Als jij dat "relatief" noemt... geeft dat mij de stellige indruk dat je er (onbewust?) de voorkeur aan geeft hier en daar wat partjes van jouw gading eruit te pikken en dat je die partjes vervolgens strikt afzonderlijk (autonoom) bekijkt, verwerkt enzovoort in bijvoorbeeld "een goed ontwerp van de informatieruimte". Als die indruk klopt, vallen onze ideeen over de begrippen 'context' en 'betekenis' waarschijnlijkel ver uiteen. Ik ben benieuwd!

Reactie van Erik Vermeulen op 1 April 2012 op 23.10

Jan,

Het is nodeloos complex om communicatie tussen elke zender en elke ontvanger te borgen door de bedoeling in de boodschap te stoppen (maar ik twijfel of je dit voor ogen hebt met "elke informatie-ontvanger"). Door eerst goed na te denken over de ordening van de communicatie (wie met wie en met doel waarover een beeld probeert te vormen) voorkom je onevenredige inspanningen om een universeel betekenisweb te weven. In de fysieke wereld is denk ik direct helder dat de bedoeling van mensen in een woonkamer niet gelijk is aan die van mensen in een slaapkamer, in een kroeg of aan boord van een zeiljacht. Binnen iedere informatieruimte wordt een uniek taalspel gespeeld (en worden termen naar believen hergebruikt, maar dan in een vaak andere betekenis). Daar de betekenis te plaatsen in de direct context van dit taalspel voorkom je een hoop ellende; er is dus zeker geen sprake van losscheuren en vastplakken; in tegendeel. Toch?

Reactie van Jan van Til op 2 April 2012 op 16.56

Erik,

Dank je wel voor je - bijzonder snelle - response. Ik zie mijn indrukken er royaal in bevestigd. En dat bemoeilijkt zinvolle communicatie sterk. Jammer, want het draait altijd weer om Mensen die elkaar Begrijpen. En als wij elkaar niet begrijpen….

Mijn vertrekpunt is vergaand stelselmatig; het jouwe lijkt vergaand specifiek.
Mij draait het om informatie-infrastructuur (één oplossing voor een scala aan problemen); jou lijkt het te gaan om specifieke oplossingen voor een netzo specifieke problemen.
Mij draait het om door en door situationele betekenis van informatie; jouw interesse lijkt uit te gaan naar één of enkele specifieke situaties – elk met eigen absolute informatiebetekenis.
Ik wil informatie-samen-met-context overbrengen van A naar B. Jij lijkt informatie-per-specifiek-probleem te willen overbrengen van A naar B.
Ik zie context als iets dat zich voortdurend (en onlosmakelijk verbonden met informatie) ontwikkelt; jij lijkt context te zien als iets dat je vrij kunt kiezen en ook los verkrijgbaar is.

Daar zit, denk ik, een Wereld aan verschil (in waarden) tussen.

Het draait mij dus om Mensen die elkaar Begrijpen. En machines moeten dat dus domweg faciliteren. Punt! En de grote vraag is: Hoe doe je dat... hoe stop je bedoeling van geval tot geval voldoende precies in informatie - zodanig dat de ontvanger ervan maximaal wordt geholpen bij het reconstrueren van de bedoeling van de zender. Het gaat mij immers nog altijd om Mensen die elkaar Begrijpen.

Mijn indruk is dat jij je om situationele betekenis van informatie eigenlijk helemaal niet zo bekommert. Mijn indruk is dat jij de mening bent toegedaan dat betekenis van informatie zichzelf wel oplost in goed ontworpen informatieruimte. Maar hoe dan precies? Ik heb werkelijk geen idee!

Reactie van Erik Vermeulen op 2 April 2012 op 19.52

Jan,

ergens heb ik het vermoeden dat onze opvattingen niet zo sterk verschillen. Maar het is nog niet ze eenvoudig om elkaar in deze abstracte dialoog te vinden. Ik zal proberen om enkele bruggetjes te slaan.

Met informatieruimten a la Van Rees kun je geen bedoelingen in berichten stoppen. Binnen een informatieruimte heb je zeker behoefte aan eenheid van taal (expliciet of impliciet). En ook voor informatieruimtes die met elkaar in verbinding staan heb je voor de betekenissen tussen deze ruimtes taalafspraken nodig. En daarmee heb je mogelijk jouw informatie-infrastructuur te pakken; ik stel mij een begrippennetwerk voor dat betekenissen binnen en tussen ruimtes met elkaar verbindt (een soort van visuele wikipedia). Ik neem aan dat je het met mij eens bent dat het verbinden van betekenissen alleen zinvol is als er ook gebruik van wordt gemaakt.

Ik ben inderdaad van mening dat de betekenis in een goed ontworpen informatieruimte voor de beoogde gebruikers die bekend zijn met de voertaal geen probleem zou moeten vormen. Mochten ze de voertaal niet spreken dan is een boekje met taalafspraken natuurlijk wel erg praktisch. Maar een tijdje vertoeven in de informatieruimte en de gesproken taal oppikken is een beproefd alternatief (denk voor het gemak even aan schipperstaal). Het is een misvatting te denken dat ik mij niet zou bekommeren om de situationele betekenis van gegevens; in tegendeel.

Reactie van Jan van Til op 3 April 2012 op 16.34

Erik,

Binnen een bepaalde informatieruimte maken gebruikers samen met elkaar wel uit wat iets (precies) betekent, zeg je met zoveel woorden. Daar is betekenis van informatie nooit (lang) een probleem. En dat is, lijkt mij, geen statisch verhaal; in de dagelijkse omgang komen en gaan begrippen en verder veranderen betekenissen in de loop van de tijd – ook binnen de enkele informatieruimte. Dat is wat jou betreft ook geen probleem – de bewoners komen daar onderling wel uit.
In een wereld zonder geautomatiseerde systemen werkt dat inderdaad zo. In zo’n wereld vragen Mensen elkaar heel gewoon “Hoe bedoelt u?” in geval van twijfel/verwarring.

Hoe loopt dat tussen de verschillende, in zekere zin autonome informatieruimten – die allemaal dezelfde dynamiek laten zien zoals ik zojuist beschreef? Moet daar de “visuele Wikipedia” dan uitkomst bieden? Hoeveel van die “visuele Wikipedia[‘s]” zijn er naar jouw idee in het geval van de drie partijen A, B en C als opgevoerd in deze blog? Is er één gedeelde “visuele Wikipedia” voor alle deelnemende partijen? En bevat die dan alle ‘dialecten’? Zijner 2^3=8 “visuele Wikipedia[‘s]”; één voor elk partje?
Hoe gaan de geautomatiseerde systemen (de lijntjes tussen de informatieruimten) vervolgens om met situationele dynamiek? Geautomatiseerde systemen vragen nooit “Hoe bedoelt u?”!

In deze blog draait het om de uitwisseling van – van geval tot geval – heldere betekenis van informatie voor mensen in onderling (en door tal van systemen gefaciliteerd) informatieverkeer. Ik zie, net als jij, niet in hoe het idee van informatieruimte daarbij nuttig kan zijn: “Met informatieruimten a la Van Rees kun je geen bedoelingen in berichten stoppen.”

En de grote vraag is (nog altijd): Hoe doe je dat... hoe draag je de bedoeling (betekenis van informatie) van geval tot geval voldoende precies over (via geautomatiseerde systemen) – zodanig dat ontvangers optimaal worden gefaciliteerd om tot het bedoelde gedrag te komen. Het gaat mij immers nog altijd om Mensen die elkaar (right the first time) Begrijpen.

 

Reactie van Erik Vermeulen op 3 April 2012 op 23.28

Onderdeel van het ontwerp van de informatieruimte is de mate van formalisatie van de communicatie. Zo kan er bewust worden gekozen om de communicatie juist niet te formaliseren en ruimte te laten voor interpretatie (een vorm van elkaars bedoeling niet 100% hoeven te begrijpen). Een andere belangrijke afweging hierbij is de inspanning die gedaan moet worden om bedoelingen (geformaliseerd) in boodschappen te stoppen (een zeker mate van codering lijkt mij dan helaas noodzakelijk). De kosten voor de "visuele wikipedia" zijn dan slechts een fractie van de kosten die je per bericht kwijt bent om het in de taal van de "visuele wikipedia" te stellen. De ervaring leert dat juist de communicatie tussen informatieruimtes (denk aan bijvoorbeeld de huisarts en de apotheek) gebaat kan zijn met een zekere mate van stelselmatige gegevensuitwisseling.

Als er bewust, en ik stel voor om dit dus in eerste aanleg te doen op basis van een kaart van informatieruimtes / -gebieden, wordt besloten om de communicatie te formaliseren dan kan een "visuele wikipedia" of iets dergelijks zeker uitkomst bieden.

Opmerking

Je moet lid zijn van Via Nova Architectura om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Via Nova Architectura

Sponsoren

Advertenties

Je kunt hier adverteren

© 2019   Gemaakt door Stichting Digital Architecture.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden