De  grenzen tussen cure en care vervagen, de participatiemaatschappij vraagt steeds meer van de burger zelf. Als je dynamische informatienetwerken moet ontwerpen, hoe noem je dan de persoon waar het allemaal om draait?

Op woensdag 15 juni heeft de werkgroep Architectuur in de Zorg over twee onderwerpen gedebatteerd; Veilige e-mail uitwisseling en ‘hoe noemen we de persoon waar het in de zorg om draait?’ . Hier delen wij iets van onze overwegingen over dit laatste onderwerp.

Patiënten, cliënten, zorgvrager en zorgweigeraars ; zie tussen de bomen maar eens de mens te vinden.

Als je rondsurft op het internet langs sites van zorgorganisaties kom je een diversiteit aan woorden tegen. “Patiënten” en “cliënten” komen het meest voor maar ook “klanten” of “mensen met een ondersteuningsvraag”,  “met een psychisch probleem”, “met een verslaving”, “met een achterstand op de arbeidsmarkt”, etc.  De overheid lijkt het maar makkelijk te hebben door het gewoon over burgers te hebben. 

Ferenc van Damme deelde met ons de experimenten die de provincie Overijssel uitvoert om dichter bij haar burgers te komen. Het is de overtuigde stelling van Ferenc dat juist het woord ‘burger’ daar niet aan bijdraagt. Gebruik makend van het onderzoek “Mentality” van Motivaction, stelde hij dat dé burger niet bestaat en dat je dus als overheid je niet op dé burger moet richten.  Niemand herkent zichzelf in dat woord. Nederlanders zijn een veelkleurig palet van verschillende typen.

Is iets soortgelijks niet ook van toepassing op cliënten/patiënten/zorgvragers/etc? Misschien is er altijd wel sprake van een glijdende schaal. Van mondige zelfstandige mensen naar weigeraars van zorg. En alles wat daar tussen zit. Als je dan ontwerpt aan een InformatieVoorziening (IV) dan past dus het model van “One Patiënt to rule them all” niet. Er kunnen bijvoorbeeld twee verstandelijk gehandicapte kinderen (zelfde beperking, zelfde leeftijd) zijn maar de ouders moeten elk specifiek benaderd en bediend worden.  Waar de ene ouder het vooral allemaal voor hen geregeld wil hebben, kan het goed zijn dat de ouders van het andere kind enkel wat basis ondersteuning nodig hebben en overal de regie in willen hebben. Dat vraagt hele andere oplossingen voor dezelfde cliënt groep. Voor een goede communicatie en informatie uitwisseling met mensen in de zorg is een vorm van typering en bijbehorende aanspreekvorm nodig. Het netwerk aan mensen om de zorgvrager heen is daarbij ook een belangrijke factor.

Maar IV en ICT is toch voor de medewerkers in de zorg?

Dossiers, roosters, productiviteit, declaraties, urenregistratie, medicatieoverzichten, labuitslagen, etc. Al dit soort dingen beschouwen professionals in de zorg als informatie van en voor hen. De applicaties waarmee zij die informatie maken, wijzigen en bekijken wordt ook (zoveel mogelijk) toegespitst op hun processen.

“Alles wat je voor mij doet maar niet met mij, doe je tegen mij.”  
Afrikaans spreekwoord ook aan Ghandi toegeschreven

De “mij” in deze quote die doet er dus toe.  Die “mij’ dat is degene waar de zorg om draait. Als de samenleving meer participatie van die “mij” verwacht, maar hem niet ‘persoonlijk’ aanspreekt dan is de kans groot dat we ook geen (informatie)systemen tot stand kunnen brengen die deze “mij” de regie of coördinatie over zijn zorg geeft. 

De conclusie van de werkgroep

InformatieVoorziening in de zorg moet, denkt de werkgroep, rekening houden met het soort mens,  cliënten, patiënten, vrijwillgers, mantelzorgers etc. waarvoor de informatie wordt vastgelegd. Zodat IV persoonlijk, op kwaliteit gericht, efficiënt en effectief wordt en ieder soort mens in de passende vorm aanspreekt.  Daarmee draagt IV bij aan het in regie brengen van de mens waar het in de zorg omdraait.

En als u nog twijfelt of er mensen zijn die graag meer toegang tot hún informatie willen? Anne Miek Vroom geeft het antwoord op die vraag. Dit hoeft niet voor iedereen te gelden maar laten we het in  ieder geval voor haar doen.

Weergaven: 214

Reactie van Jan van Til op 27 Juni 2016 op 11.28

Ja, zeker, een belangwekkende vraag: “Als je dynamische informatienetwerken moet ontwerpen, hoe noem je dan de persoon waar het allemaal om draait?”

 

Burger, voluit staatsburger, duidt op een relatie, een verhouding. In het geval van staatsburger de verhouding tussen een natuurlijk persoon en een natiestaat. Mijn Van Dale levert voor het begrip ‘persoon’ moeiteloos meer dan 600 hyponiemen: het ‘loopt’ van aanbidder via bijv. burger en patiënt door tot en met zwerver. Elk afzonderlijk hyponiem geeft de relatie weer tussen een persoon en de situatie waarin die persoon zich bevindt. Nee, dè burger bestaat niet. En dè patiënt ook niet. Logisch, want het hangt he-le-maal van de specifieke situatie af waarin een natuurlijk persoon zich door de tijd heen bevindt.

 

Inwoner veronderstelt een verhouding tussen een natuurlijk persoon en een gemeente. En een gemeente komt ook niet uit de lucht vallen; da’s ook weer een verhouding. Hoe komt iemand aan een adres? Daar is een gemeente voor nodig. Een inwoner is een natuurlijk persoon die ook als burger telt en van een adres-in-een-gemeente gebruik maakt. Klopt, de definitie is niet compleet en/of sluitend; het gaat me hier om het benadrukken van de essentie: de verhouding. Wij benoemen steeds een … verhouding.

 

Als een zorgverlener (een verhouding) gebruik wil maken van ‘dingen’ (ook weer verhoudingen) als een BSN, een identiteitsbewijs, een adres etc. van een zorgvrager alvorens soepel zorg te kunnen verlenen … dan geeft die zorgverlener daarmee aan dat hij/zij verwacht dat de zorgvragende natuurlijke persoon op voorhand al over tal van samenhangende verhoudingen beschikt. Verhoudingen waarop de zorgvelener vervolgens verder voortborduurt: bijv. met patiënt.

 

Als het in de mensenwereld zo werkt … dan moet de informatievoorziening op dezelfde manier worden ingericht. En dat vraagt om een contextuele organisatie van informatie. Een P is een NP in de context van ZW. Voluit: een Patiënt is een verhouding van Natuurlijk Persoon en de context van, zeg maar even, de ZorgWereld. Wanneer we het brede begrip Zorgwereld versmallen tot bijv. Cardiologie, kunnen we ook Patiënt nauwkeuriger benoemen.

 

Moderne informatievoorziening vindt on the fly plaats in netwerk-/participatiemaatschappij waarin steeds meer, voorheen aparte (werk)terreinen dwars door elkaar heen lopen. Overal, dus ook in de zorg – moet rekening gehouden worden met mens-in-wisselende-situatie. Wie “dynamische informatienetwerken moet ontwerpen” kàn daar niet langer omheen! Inderdaad de “grenzen tussen [bijv.] cure en care vervagen [en] de participatiemaatschappij vraagt steeds meer van de burger zelf.”

Reactie van Elise Veltman - van Reekum op 30 Juni 2016 op 9.16

Mooie toevoeging, Jan. Dat we ook rekening moeten houden met de context waarin iemand zich bevindt. Tenslotte zijn zorgprofessionals soms ook een NP in de context van ZW. We gaan er in de werkgroep ongetwijfeld mee aan de slag.

Opmerking

Je moet lid zijn van Via Nova Architectura om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Via Nova Architectura

Sponsoren

Advertenties

Je kunt hier adverteren

© 2019   Gemaakt door Stichting Digital Architecture.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden